TRAPPEN MET HANDEN EN VOETEN

Het idee is duidelijk. Bij het fietsen gebruiken we wel onze benen en niet onze armen. Als we de armen ook inschakelen gaan we harder, worden we minder moe of iets daar tussenin. Geen wonder dat er bergen fietsen zijn uitgevonden waarbij de benen door de armen worden geassisteerd.

Het idee is maar zeer ten dele juist. Een fietser die heel erg zijn best moet doen (tegen de wind, bergopwaarts, sprinten) gebruikt zijn armen wel degelijk. Misschien wel op een heel efficiente manier. Daar komt dan nog bij dat de armen nu eenmaal veel minder kracht kunnen leveren dan de benen, dus of hun bijdrage onder normale omstandigheden zoden aan de dijk zet is de vraag. Het is kortom verre van duidelijk of, en zo ja wanneer handaandrijving zin heeft.

We verwelkomen de eerste Belgische uitvinder in deze serie: Achille Plottier. Een octrooi van hem dateert uit 1917. Zijn stuur is een hefboom die het voorwiel aandrijft.

[ILLUSTRATIE 1]

Gaat het stuur omlaag dan wordt een tandwiel links van het voorwiel aangedreven door een ketting, en bij een beweging omhoog trekt een andere ketting aan een tandwiel rechts. Wie zich een rit op deze fiets voorstelt krijgt waarschijnlijk acute rugpijn vanwege het feit dat het stuur omhoog getrokken moet worden. Alleen met een rechte rug gaat het misschien, maar dan vang je teveel wind. De Fransman Jacques Souhart heeft dit begrepen. Zijn constructie, een racemodel uit 1938, schommelt. Je kunt de rechterkant van het stuur omhoog krijgen door de linkerkant omlaag te drukken en omgekeerd.

[ILLUSTRATIE 2]

Het ritselt verder van de uitvindingen waarbij de handen via trappers en een ketting het voorwiel aandrijven. Het feit dat de handaandrijving onafhankelijk is van de voetaandrijving moet problemen geven. Je wordt er gek van als je armen in een ander tempo op en neer gaan dan je benen. En dat is praktisch onvermijdelijk.

Ir. Jan Goedkoop, werktuigbouwkundig in ruste te Wassenaar, koppelt handen en voeten met zijn Handyped.

[ILLUSTRATIE 3]

Zijn uitvinding is een voorraad stangen die op elk bestaand rijwiel kan worden geschroefd. De rechterarm geeft de rechtertrapper een extra zet en links mutatis mutandis hetzelfde. Een belangrijk bezwaar is dat het er belachelijk uitziet. Over het stuur leunen bij tegenwind zal verder niet gaan en staan op de pedalen evenmin. Als de nood aan de man komt zal de extra armkracht hier niet tegen opwegen.

Maar Goedkoops stangenfiets is geen racefiets, het is een rijdende hometrainer. In zijn octrooiaanvraag van 1980 staat de prachtige zin: "De uitvinding heeft tot doel een [hometrainer] zodanig uit te rusten, dat ook de arm-, borst- en buikspieren tot ontwikkeling komen, waarbij wanneer de inrichting op een rijwiel is aangebracht, deze spieren naast de beenspieren ook arbeid voor het voortbewegen van het rijwiel verrichten.' Het gaat om oefening van de spieren, en daarbij is vooral de illusie van nuttig werk belangrijk. Er moet zoveel mogelijk arbeid verricht worden en niet zo weinig moelijk.

"Ik vond dat je er wel iets harder mee reed, al heb ik het nooit kunnen bewijzen,' aldus Goedkoop. "Ik had wel altijd veel bekijks. Zelf kon ik niet helemaal onbezorgd rondrijden en vogeltjes kijken. De fiets voelde iets minder stabiel aan en de draaicirkel was wat groter. Maar ik kon makkelijk achtjes draaien, dat heb ik vaak geoefend op een parkeerplaats bij een school hier in de buurt.'

"Ik heb ook eens meegedaan aan een race voor uitvinders in Engeland. Alle andere uitvinders gingen harder, maar ik was toen al de 65 gepasseerd. De grote fietsenfabrieken zeiden, dit is allemaal niks. Mijn prototype heb ik intussen weggegooid vanwege ruimtegebrek. In de garage stond al een auto en een hoop andere rotzooi. Is dat allemaal al elf jaar geleden? Grote genade, wat gaat de tijd toch snel!'

In Goedkoops la ligt nog een idee voor een Handyped 5B, waarop de berijder zich steeds met armen en benen van het stuur afduwt en al doende met zijn stoel het achterwiel aandijft. Het idee ligt te wachten op interesse van een bouwer.

[ILLUSTRATIE 4a,b]

De Londenaar Francis Green, van huis uit architect, noemt het in een aanvraag voor een Europees octrooi uit 1984 juist een nadeel van eerdere uitvindingen dat armen en benen in hetzelfde ritme bewegen. Hoe het zij: met zijn apparaat heeft de fietser de keus. De berijder van zijn fiets zit ontspannen rechtop en haalt wanneer hem dat belieft het stuur met kracht naar zich toe, alsof hij roeit. Daarmee assisteert hij de voetpedalen via een ketting of tandriem.

[ILLUSTRATIE 5]

Door een in alle richtingen beweegbaar scharnier blijft het stuur gewoon werken.

Greens fiets is sinds een jaar klaar voor produktie. Hij heeft er 12 jaar full time aan gewerkt. Daarvoor hield hij zich negen jaar lang bezig met het bedenken van een notenkraker. Die kwam niet in produktie, ondanks de belangstelling van een vaag persoon in Italie. Ook met de fiets wil het nog niet vlotten. "Het probleem is op het ogenblik dat er twee investeerders zijn die ruzie hebben met elkaar. Ze willen niet samen verder en geen van beide wil de ander alleen laten doorgaan. Maar ik voel dat het gaat gebeuren. Deze fiets beschouw ik als mijn levenswerk. Iedereen die erop zit vindt het een prachtig ding, en als ik erop rondrijd wordt me telkens gevraagd waar ze te krijgen zijn.' Green heeft een octrooi voor de Verenigde Staten en verwacht daar een grote slag te slaan. De verkoopprijs moet ongeveer 900 dollar worden.

Hoe verwerkt Green zijn voorlopige gebrek aan succes? "Geen probleem. I move on. Ik leer van elke ervaring in het leven. Wat ik nu aan het doen ben vind ik alweer veel opwindender. Ik houd me nu bezig met kunst. Ik ontwerp een cursus, gebaseerd op dans, en genspireerd door alle kunsten: drama, muziek, beeldende kunst, sex...' Sex? "Jazeker, dat is wat ons voortdrijft. En door mijn ervaring met dans heb ik de bewegingen van de fietser, de motor van de fiets, aan een nieuw onderzoek kunnen onderwerpen. Normaal fietsen is ongelooflijk slecht en ongezond. Mijn fiets geeft de fietser volledige creatieve uitdrukkingsmogelijkheden.'

Een laatste nuchtere blik op Greens voertuig leert dat hij veel ellende weet te voorkomen: de bestuurbaarheid, het tempo van handen en voeten, de belasting van de rug, dat is allemaal in orde. Blijft het feit dat de fietser rechtop moet blijven zitten en dus maximaal wind vangt. En zou het op den duur prettig zijn om met de handen een horizontale heen-en-weer gaande beweging uit te voeren en met de voeten een rondgaande in een verticaal vlak? Half fietser en half roeier, ben je dan niet vlees noch vis? Haal je zo wel het onderste uit de kan? Of is dat allemaal te ver gezocht?

Op naar Middelburg, waar Derk Thijs in zijn atelier roeifietsen maakt. Sinds een half jaar doet hij dat full time en met de hand. Ze kosten dan ook 4500 gulden per stuk. Je zit erop in een lage houding, je trekt met je armen naar achteren, je duwt met je benen naar voren, en al die ledematen samen sleuren een ketting over een tandwiel aan de achteras. Om alle krachten op een lijn te krijgen heeft de fiets een nogal ver vooruitstekende paal nodig, met een katrol eraan. Dat levert een eenhoornachtige verschijning op. De roeifiets, elke lezer kan het nagaan, heeft geen enkele van de nadelen die tot nu toe aan hand-plus-voetaandrijving verbonden leken. Je moet alleen van roeien houden.

[ILLUSTRATIE 6]

Thijs heeft een verleden in de surfplankenbusiness als ontwerper en bouwer. Hij heeft ook een nieuw model kinderzitje voor in de auto ontworpen, maar zijn opdrachtgever brengt ze nog niet op de markt "want de oude doen het nog te goed.' Thijs kreeg altijd een zere rug van racefietsen. "En ook van ligfietsen, al zijn die aerodynamisch voordeliger. Roeien vond ik altijd een plezierige sport, dus toen ben ik gaan nadenken over een roeifiets. Ik wist alleen niet zeker of trekken en sturen tegelijk wel kon.'

Het kon. In 1985 had Thijs zijn eerste prototype klaar. Meteen maar in koolstofvezel, want met zijn surfachtergrond was hij beter in kunststof dan in metaal. Hij won een prijs in het televisieprogramma de Nationale Ideeënbus, maar het was moeilijker om het idee bij de fietsenindustrie te slijten. "Nederland is heel conservatief. Fietsen zien er al honderd jaar hetzelfde uit. Sparta was best genteresseerd, maar ik moet niet bij die fietsenjongens zijn. Ze zijn zo akelig conventioneel. Als roeifietsen een rage worden dan zijn ze de klos, want dan moeten ze hun hele machinepark vernieuwen.'

Het idee van de roeifiets als geheel bleek niet octrooieerbaar. Een ZuidAfrikaan en alweer een Belg zijn Thijs voor geweest, met aanvragen althans. Maar dat mag de pret niet drukken. Inclusief de lopende orders heeft Thijs al 10 fietsen verkocht. "Maar het is akelig veel werk. Alle onderdelen moet ik zelf maken. Zelfs de derailleur heb ik moeten verbouwen. Soms zijn er perioden dat je met je hoofd tegen een betonnen muur lijkt te knallen en dat iedereen je voor gek verklaart. Ik ga dat dan bijna geloven: ben ik soms gek? Tot ik op mijn fiets weer een stel van die racefietsers voorbij knal. Dan weet ik het weer. Ik ben er straatarm door geworden, maar ik heb er iedere dag lol van.'

Tekeningen: Hefboomfiets van Plottier. Schommelstuur van Souhart. Handyped van Goedkoop. Goedkoops Handyped 5b. Met de fiets van Green kan de rijder wanneer het hem belieft, het stuur naar zich toe trekken voor extra aandrijving. Met de roeifiets van Derk Thijs worden armen en benen optimaal gebruikt, net als in een roeiboot.