Supranationaal

De bijdragen van maatschappijhistoricus Henri Beunders (NRC Handelsblad, 7 augustus) en filosoof J.D.J. Buve (2 september) vragen om een terminologische verduidelijking. Ons spraakgebruik verwart "natie' en "staat'. Met internationaal (internationaal vervoer, internationaal recht) bedoelen we niet iets tussen naties, maar tussen staten. Het betekent "tussenstatelijk'; supranationaal is "bovenstatelijk'.

Supranationaal is de economische samenwerking van de EG-staten. Hun politieke samenwerking is tussenstatelijk - hier echter genoemd "intergouvernementeel'. Een ideale terminologie zou dus moeten werken met drie begrippenparen: voor de naties internationaal-supranationaal; voor de staten tussenstatelijk-bovenstatelijk; voor de regeringen intergouvernementeel- supragouvernementeel. Zo'n ideale terminologie is er niet. Edgar Morin (Penser l'Europe, NRC Boekenbijvoegsel van 7 september) zegt "meta nationaal'. Maar ook hij zou iets moeten bedenken om de begripsverwarring tussen natie en staat eruit te halen.

Hoe dit ook zij: het supranationaal maken van de Europese politiek is niet het omzetten van een veelheid van Europese nationalismen in één "supra-nationalisme' van een "supranationale massa' (Beunders); het is het toekennen van bovenstatelijke bevoegdheden, ook op politiek gebied, aan Europese instellingen. Beide Nederlandse denkers wijs ik er nog op dat de door hen genoemde achttiende eeuwse idee van de volkssoevereiniteit in de negentiende eeuw heeft plaatsgemaakt voor die van de staatssoevereiniteit, in de twintigste eeuw gevolgd door die van de rechtssoevereiniteit. De EG is geen natie en geen staat, maar een rechstorde.