Simons: inkomens gaan niet achteruit door stelselwijziging

DEN HAAG, 12 SEPT. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) ontkent de bewering van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) dat nagenoeg alle inkomenscategorieën er op achteruit gaan door de invoering van de kabinetsplannen met de volksgezondheid. “Als dat juist zou zijn, had het kabinet natuurlijk nooit ingestemd met de wijzigingen”, aldus Simons over de effecten van de stelselwijziging van de ziektekostenverzekeringen.

Gehuwde kostenwinners met kinderen, gehuwde kostenwinners zonder kinderen en alleenstaanden die nu bij het ziekenfonds verzekerd zijn, gaan er volgens het VNO in 1995 - als de ziektekostenverzekering voor iedereen moet zijn gerealiseerd - respectievelijk 300, 30 en 150 gulden per jaar op achteruit. Voor de huidige particulier verzekerden zou het om respectievelijk 500, 800 en 1.200 gulden gaan.

Uit eerder bekendgemaakte cijfers van het ministerie van WVC blijkt daarentegen dat ziekenfondsverzekerden er financieel niet op achteruit gaan en dat de koopkracht van bejaarden en zelfstandigen - die nu een betrekkelijk hoge ziektekostenpremie betalen - flink verbetert. Hier staat tegenover dat alleenstaande particuliere verzekerden, die nu in de meeste gevallen een betrekkelijk lage ziektekostenpremie betalen, er wel fors op achteruit gaan, aldus WVC. Die door de overheid opgelegde solidariteit is juist een van de pijlers van de veranderingen in de ziektekostenverzekering. De kabinetsplannen werden eind juni door de Tweede Kamer goedgekeurd.

Bij de berekening van de inkomenseffecten is het VNO uitgegaan van een aantal verkeerde veronderstellingen, aldus WVC. Dat geldt volgens het ministerie ook voor de door het VNO verwachte stijging van de collectieve lasten. Het VNO berekende dat deze met 10,5 miljard gulden zullen stijgen als de ziektekostenverzekering voor iedereen wordt gerealiseerd. WVC zegt echter dubbeltellingen te hebben ontdekt in de VNO-berekeningen.

Ook vermeldt het VNO niet dat het terugtrekken van de rijksbijdragen in de financiering van de gezondheidszorg òf tot een lager financieringstekort leidt of tot een verlaging van de collectieve lasten. WVC wijst er op dat het VNO ook de al bestaande nominale premie (die ziekenfondsverzekerden naast hun inkomensafhankelijke premie betalen) meeneemt in de berekening van de stijging van de collectieve lastendruk. Rinnooy Kan houdt het erop dat het kabinet de naar zijn zeggen forse stijging van de collectieve lastendruk “via een andere definitie” probeert weg te poetsen.

Het VNO voorziet met de kabinetsplannen op termijn net zulke grote problemen als nu met de Ziekenfondswet en de WAO. Van concurrentie en daarmee gepaard gaande kostenbeheersing in de gezondheidszorg zal door de plannen al helemaal geen sprake zijn, vreest het VNO. “Het enige dat het kabinet bereikt is de komst van een volksverzekering, met alle negatieve effecten die daar aan vast zitten, zoals een sterke neiging tot afwentelen”, aldus Rinnooy Kan. Het kabinet heeft daarentegen juist hoog gespannen verwachtingen van het geven van grotere verantwoordelijkheden aan verzekerden, verzekeraars en hulpverleners. In het nieuwe stelsel zitten volgens WVC meer prikkels voor kostenbewust handelen dan in het huidige.

Rinnooy Kan zei gisteren dat het met de kosten in de gezondheidszorg wel meevalt. “Ze zijn de afgelopen 15 jaar gedaald als percentage van het bruto nationaal produkt.” Die bewering is onjuist. Volgens gegevens van het ministerie van WVC zijn de kosten van de gezondheidszorg als percentage van het BNP tussen 1975 (9,1 procent) en 1990 (9,5 procent) licht gestegen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat bij de uitgaven voor de gezondheidszorg de uitgaven voor bejaardenzorg, maatschappelijke zorg en gezinszorg niet meerekent, komt op 7,6 procent in 1975 en 8,0 procent in 1990.