Seksuele activiteit is ook zichtbaar in homohersens

Na de Nederlander Swaab heeft de Amerikaan LeVay nieuwe verschillen gevonden in de hersenen van homo's en hetero's. En deze verschillen hangen wel samen met het verschil in gedrag.

Een klein maar begrensd gebiedje in het voortse deel van de hypothalamus is bij homoseksuele mannen kleiner dan bij heteroseksuele mannen en even klein als bij vrouwen. Het gaat om een groep cellen, ongeveer een speldeknop groot, die wordt aangeduid met INAH-3 (interstitial nuclei of the anterior hypothalamus). Deze vondst van hersenonderzoeker prof.dr.S. LeVay van het Salk Institute in San Diego Californië is gepubliceerd in Science (30 aug.).

In een begeleidend nieuwsartikel in hetzelfde wetenschappelijk tijdschrift krijgt prof.dr. D. Swaab, directeur van het Herseninstituut in Amsterdam, de eer toegezwaaid als eerste een verschil in de hersenen van homoseksuele en heteroseksuele mannen te hebben gevonden. Maar er wordt in een adem aan toegevoegd dat de suprachiasmatische kern (SCN), waarvan Swaab vond dat hij bij homoseksuelen tweemaal zo groot is als bij heteroseksuelen, niets met ons seksueel gedrag van doen heeft. De SCN ligt ook in de hypothalamus en speelt een rol bij onze biologische klok.

De hypothalamus ligt vrijwel midden in ons hoofd en is de belangrijkste verbinding tussen het zenuwstelsel en lichaamsfuncties. Aangespoord door hersensignalen scheidt de hypothalamus hormonen uit die op hun beurt de hormoonuitscheiding van de hypofyse, schildklier, bijnierschors, en de klieren in testes en eierstokken reguleren. Het voorste deel van de hypothalamus, waarin in totaal vier INAH's liggen, verzorgt onder meer de uitscheiding van sekshormonen.

LeVay wist dat de kernen INAH-2 en -3 in vrouwen groter zijn dan in mannen, een publikatie daarover verscheen twee jaar geleden. Een verklaring ontbreekt. Het verschil in grootte kan oorzaak of gevolg zijn van de sekse of van de seksuele activiteit.

LeVay postuleerde dat het niet aan sekse maar aan seksuele activiteit ligt. Grote INAH-2 en -3 zouden wijzen op gedrag gericht op vrouwen, terwijl kleine INAH-2 en -3 met seksuele activiteit gericht op mannen verband zou houden.

Volgens het onderzoek, waar LeVay op leunde, zijn INAH-1 en -4 bij mannen en vrouwen even groot. Maar Swaab heeft in een Science-publikatie in 1985 eens gerapporteerd dat INAH-1 bij mannen groter is dan bij vrouwen. Hij gaf er toen de naam "sexually dimorphic nucleus' (SDN) aan. Bij homo- en heteroseksuele mannen vond Swaab enkele jaren later even grote SDN's. Hij concludeerde daaruit: ""De hypothese dat homoseksuele mannen een "vrouwelijke hypothalamus' hebben wordt met deze vondst dus niet ondersteund'' [Brain Research, 537 (1990) 141-148].

LeVay onderzocht de hypothalamussen van negentien mannelijke homoseksuele AIDS-doden, 16 heteroseksuele mannen (waarvan 6 aan AIDS overleden) en zes waarschijnlijk heteroseksuele vrouwen (1 AIDS-slachtoffer). Er zijn veel AIDS-slachtoffers bij omdat homoseksualiteit een risicofactor voor AIDS is waardoor de seksuele geaardheid bekend is. Van andere overledenen weet men vaak niets van hun seksuele activiteit. Om die reden is ook niet gezocht naar verschillen tussen homo- en heteroseksuele vrouwen.

De in formaline geconserveerde hersenen werden in plakjes van 1 cm dikte gesneden. Daaruit werden weefselblokjes met het voorste deel van de hypothalamus gesneden. Diepgevroren werden die in plakjes van 0,05 mm gesneden, daarna gekleurd en geconserveerd als microscooppreparaat. De grootte van de vier INAH's werd gemeten door hersenonderzoekers die niet wisten uit welke hersenen de coupes afkomstig waren.

Van seksueel gedrag afhankelijke vormen werden alleen bij INAH-3 gevonden. INAH-1, -2 en -4 waren bij homo- en heteroseksuelen en bij vrouwen even groot. Wat betreft INAH-1 en -2 week dat resultaat af van eerdere onderzoeken. Van consensus is bij de onderzoekers dus nog geen sprake. Het gaat overigens om zeer kleine micro-orgaantjes: bij heteroseksuelen was de kern INAH-3 meer dan tweemaal (0,12 mm³) zo groot als bij homoseksuele mannen (0,05 mm³). Om het verschil tussen vrouwen en homoseksuele mannen aan te geven moet de derde decimaal er aan te pas komen: 0,051 mm³ tegen 0,056 mm³. Hoe klein ook, statistisch gezien zijn alle verschillen significant.

LeVay kon uitsluiten dat de doodsoorzaak AIDS het verschil bepaalde. Hij concludeert voorzichtig: ""Deze gegevens ondersteunen de hypothese dat INAH-3 dimorfisch is, niet in verband met sekse, maar met seksuele geaardheid.''

Homobeweging

Hoe voorzichtig de wetenschapper ook formuleert, de maatschappij reageert. En die reacties zijn in de Verenigde Staten heel anders dan in Nederland, waar Swaab er twee jaar geleden van de homobeweging ongenadig van langs kreeg toen bekend werd dat hij naar verschillen in hersenen van heteroseksuele en homoseksuele mannen had gezocht.

De Amerikaanse organisaties voor homoseksuelen toonden zich bezorgd. ""Wanneer de resultaten ethisch verantwoord en onbevooroordeeld worden geïnterpreteerd zou het kunnen bewijzen, wat we altijd al wisten, dat homoseksualiteit geen keuze is,'' aldus Robert Bray van de National Gay and Lesbian Task Force in Washington. ""Maar ze kunnen net zo goed repressief worden gebruikt.'' Bray zei dat zijn organisatie geloofwaardig biologisch en sociologisch onderzoek naar homosexualiteit ondersteunt.

En Penny Perkins, woordvoerster voor de Lambda Legal Defense and Education Fund in New York: ""Als het de bedoeling is om de oorzaken te vinden van de grote diversiteit binnen de mensheid, dan hebben we geen bezwaar. We zijn bezorgd over de manier waarop deze gegevens politiek gebruikt kunnen worden.''

In Nederland onderging Swaab ruim twee jaar geleden een heel andere behandeling. Het COC zei verbijsterd en verontrust te zijn. Swaab kreeg een demonstratie van boze homo-activisten voor zijn huisdeur. ""Dick snij in je eigen pik,'' riepen ze. Prof.dr. R. Tielman van de vakgroep homostudies aan de RU Utrecht noemde het onderzoek "bijzonder onkies' omdat hij vermoedde dat de overleden AIDS-patiënten die Swaab onderzocht hun lichaam niet ter beschikking van de wetenschap hadden gesteld om op die manier achter de oorzaak van homoseksualiteit te komen. Hij vond bovendien dat het onderzoek geen prioriteit had. De medisch-ethische commissie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam benadrukte ook achteraf geen bezwaar tegen het onderzoek te hebben.

In de VS zien veel homoseksuelen de vondst als een bevestiging van hun idee dat ze fundamenteel verschillen van heteroseksuelen. Ze vatten het op als een natuurlijke variatie van de hersenen met een bepaalde uitingsvorm, zoals linkshandigheid. Als het een biologische variatie is, zou dat kunnen verklaren waarom homoseksualiteit in alle culturen voorkomt, ondanks de belemmeringen die worden opgeworpen. Homohaters kunnen de kleine INAH-3 bij mannen echter een defect noemen waar iets aan moet gebeuren.

De biologische verklaring voor de grootteverschillen zou in dezelfde richting kunnen gaan als die van de verschillen tussen hersenen van mannen en vrouwen: veroorzaakt door hormoonconcentraties voor de geboorte. Sommige onderzoekers denken op grond van proefdieronderzoek dat variërende hormoonspiegels rond de geboorte zowel seksueel gedrag als verschillen in cognitieve functies kunnen veroorzaken.

Bij mensen gaat het allemaal om veronderstellingen. Meer weet men van ratten. Deze maand is het twintig jaar geleden dat de eerste publikatie over de hersenverschillen in mannetjes- en vrouwtjesratten in Science verscheen. Bij die dieren is de groei van de seksueel dimorfe kern in het voorste deel van de hypothalamus afhankelijk van het testosterongehalte voor en onmiddellijk na de geboorte. Bij gecastreerde mannetjesratten is de kern kleiner, bij vrouwjesratten die testostereon krijgen ingespoten is hij vergroot. De gecastreerde mannetjes vertonen minder mannelijk gedrag, de behandelde vrouwtjes gedragen zich "mannelijk'.

Hersenonderzoekers vinden het al heel gewoon dat ander seksueel gedrag in hersenstructuren is terug te vinden. Alle handelingen worden nu eenmaal vanuit de hersenen gestuurd, of ze nu aangeboren of aangeleerd zijn. Ook seksueel gedrag vereist hersenactiviteit. Swaab tegen Science: ""Het verschil moet in de hersenen te vinden zijn, niet in het hart.''

Net zoals spieren dikker worden als ze veel worden gebruikt, valt hetzelfde te verwachten van functionele gebieden in de hersenen. Het probleem is dat van spieren de functie bekend is, maar van die hersenkernen niet. De vraag blijft dus of de gevonden verschillen direct te maken hebben met het seksueel gedrag en, als dat zo is, of ze oorzaak of gevolg zijn van gedrag.

Afbeeldingen: De ligging van de vier INAH-kernen in de hypothalamus in vooraanzicht (A). Verder zijn aangegeven de kruising van de gezichtszenuwen (OC) en twee andere kernen (SO en PV). In B en C is een grootteverschil van INAH-3 bij hetero- respectievelijk homoseksuelen afgebeeld. Het balkje geeft 1 millimeter weer.

De hypothalamus is een gebied in de tussenhersenen en integreert onder andere de hersenactiviteiten van slaap, seksuele activiteit, temperatuur en waterhuishouding. Er zijn veel contacten met de hypofyse (het zakje eronder) vanwaaruit de concentraties van de regulerende hormonen worden bewaakt. Het in diapositief aangegeven deel in de dwarsdoorsnede van de hersenen is onder vergroot weergegeven. Het zwartomlijnde gebied daarin is de hypothalamus.