Schieten op psychiater

Op de achterpagina van 23 augustus las ik het relaas van A.E. Boll, die als arts op de eerste hulp van een ziekenhuis werkt. Hierin is sprake van een psychiatrisch patiënt die dreigt met een vuurwapen. Eerst wordt hij te woord gestaan door Boll zelf, die nog niet weet van het wapen en die, als hij bedreigd wordt, de enige juiste reactie heeft: zo snel mogelijk wegwezen. Vervolgens komen assistent-psychiater en psychiater op zijn verzoek ten tonele. We weten niet wat er besproken wordt, maar tenslotte komt de psychiater met het wapen opgelucht de spreekkamer uit. Of deze patiënt zich gevaarlijk gedroeg op grond van een psychiatrische stoornis wordt uit het stuk niet duidelijk. De eerste-hulparts noemt "schizofrenie' nadat hij niet meer dan twee zinnen met hem gewisseld heeft.

De arts roept de psychiater in dit geval niet erbij voor het zieleheil van de patiënt, maar omdat hijzelf, overigens terecht en begrijpelijk, bang is. Men had echter geen heldenmoed moeten tonen maar direct de politie moeten bellen. Niet de psychiater maar de politie heeft "ervaring met dit soort dingen' en is erop getraind. Nog afgezien van gevaar voor de psychiater (die door zijn collega willens en wetens in het schootsveld wordt gezet!) is er gevaar voor de patiënt. Bij de vakkundige benadering door de politie loopt hij het minste risico in de problemen te komen door escalatie.

Dat het dit keer goed afliep, was toeval. Agressie in de spreekkamer kan niet worden opgelost door een toverformule van de psychiater. Die kan zijn werk pas doen als het mes van tafel is.