's Morgens in de vroegte

La stazione Regie: Sergio Rubini. Met: Sergio Rubini, Margherita Buy, Ennio Fantastichini. Vooraf: Viaduc. Regie: Danniel Danniel. Met: Thom Hoffman, Johan Leysen. Amsterdam, Rialto; Nijmegen, Cinemariënburg.

Simpel en precies is de structuur van La stazione, het effectieve filmdebuut van regisseur Sergio Rubini, die zelf de hoofdrol speelt van de stationschef in een dorpje aan de spoorlijn Bari-Potenza. Er is in feite maar één locatie met drie acteurs; de minder gelukkige doorbreking van de eenheid van tijd en plaats in enkele scènes onderstreept de oorsprong van de film in een toneelstuk van Umberto Marino, dat dezelfde acteurs en regisseur eerst een jaar lang op de planken zetten. Rubini, die de jonge Fellini speelde in Intervista, had er beter aan gedaan het gegeven niet "open te werken' omdat dat nu eenmaal in een film tot de mogelijkheden behoort.

Het stuk laat zich zowel psychologisch als allegorisch interpreteren. De personages staan voor Italiaanse archetypen (het moederskind, de zelfdestructieve macho en de eeuwige combinatie van madonna en hoer) als voor drie toevallige passanten die per ongeluk in een machtsstrijd verwikkeld raken. Domenico (Rubini) is een eenvoudige Zuiditaliaan, die nauwgezet de instructies van de spoorwegdirectie tot ritueel verheven heeft. Zijn nachtelijke wacht op het verlaten stationnetje wordt doorgebracht met het invullen van formulieren, het tijdig omzetten van een wissel, zodat de naderende trein langs de voorgeschreven zijde het perron passeert, en het telefonisch melden van de komst van een trein aan de collega op het volgende station. In de loop van het verhaal zal blijken dat geen van deze taken enig ander belang dient dan het respect voor orde en regelmaat. De overige tijd doodt Domenico met het leren van Duitse zinnetjes, het bijhouden van zinloze statistieken over het doorlopen van de koffie en het beantwoorden van telefoontjes van een ziekelijke moeder. In een hoek van het kantoortje staat de televisie aan zonder dat iemand er naar kijkt.

Dit rustige bestaan wordt verstoord door de komst van een blonde, in avondkleding gestoken Noorditaliaanse vrouw (Margherita Buy), die informeert wanneer de eerstvolgende trein naar Rome vertrekt. Dat blijkt pas om 6 uur 12 te zijn, zodat ze zich maar in een stoel tegenover het bureau van de chef nestelt. Dan komt haar eveneens kennelijk niet tot de dorpsbewoners behorende verloofde (Ennio Fantastichini) met enig misbaar eisen dat de vrouw naar het in een naburige villa gehouden feest terugkeert. Ook dit ritueel zal zich later in de film herhalen, maar dan op hogere en gewelddadiger toon.

Geheel volgens de regels ontstaat er natuurlijk een verbondenheid tussen de schlemiel en de schoonheid, die de intimidatie door de bullebak zal weten te weerstaan. Maar ook is voorspelbaar dat het hier slechts om een tijdelijke coalitie gaat. De orde leek even verstoord te kunnen worden, maar zal aan het slot weer in volle glorie terugkeren.

Het gegeven leent zich uitstekend voor een komedie pur sang, waarin de absurditeit van de rituelen de overhand krijgt. Het toevallig zeer verwante scenario van Jos Stellings De wisselwachter liep dan ook uit op een film, waarin de uiterlijkheden de toon zetten. Rubini kiest daarentegen voor een onverwacht realistische aanpak. Zijn stationschef lijkt meer op die in Jiri Menzels Houd de treinen in het oog, een tragisch geval van onpersoonlijkheid, dan op de barokke wisselwachter van Jim van der Woude. Alle gebeurtenissen in La stazione zijn logisch en voorstelbaar. Natuurlijk heeft Rubini aandacht voor de betovering van de zinloosheid en laat hij graag de klep van een bureau uit zichzelf naar beneden vallen. Toch zijn dit vanzelfsprekende gebeurtenissen, die geen doel in zichzelf vormen. Het resultaat van deze feitelijke, ingetogen benadering is een heldere, terloopse film over alledaags heldendom tegen wil en dank.

In het voorprogramma wordt een korte Nederlandse film vertoond, die zich in een trein afspeelt. De Israelische Nederlander Danniel Danniel tekende voor Viaduc, een aanzienlijk minder transparant, maar intrigerend duet voor twee acteurs, van wie de personages wel afsplitsingen lijken van de ambtelijke en de romantische pool in de borst van Domenico. Thom Hoffman speelt een afgemeten Duitse soldaat die in twee weken heel Europa rondreist, Johan Leysen een dromer, al twee jaar op weg naar een vermoedelijk niet-bestaande geliefde in Luxemburg. Danniel observeert beiden en kan na aankomst op het eindstation niets anders concluderen dan dat mensen nu eenmaal van elkaar verschillen en dat er meer dan een antwoord mogelijk is op elke vraag. Dramatisch is dat niet zo interessant, zodat de virtuositeit van beide acteurs als voornaamste bezienswaardigheid resteert.