Oude muziek heeft nu vaste plaats op podia

UTRECHT, 12 SEPT. Terwijl de laatste gamba's, gemshoorns, theorbe's en cornetto's al zijn ingepakt, eindigt het tiende Festival Oude Muziek Utrecht vandaag op een fluistertoon. In de Domkerk zingt de Schola Cantorum Amsterdam onder leiding van Wim van Gerven nog tot half zeven het complete gregoriaanse officie van het feest van de Kruisverheffing. De meeste van de ruim dertig tijdelijk tot concertzalen omgebouwde kerken, woonkamers en andere ruimtes hebben hun deuren weer gesloten voor het concertpubliek - 77.000 kaarten zijn er dit jaar verkocht, weer meer dan vorig jaar, maar het festival duurde dan ook vier dagen langer vanwege de viering van het tweede lustrum.

In die extra dagen was het woord aan Mozart. Aanvankelijk wilde de festivalorganisatie de componist negeren, maar er dienden zich een paar concerten aan, waar men toen maar een thema omheen heeft gebouwd. Die willekeur was aan de programmering af te lezen. Waar programmeur Jan Nuchelmans en festivaldirecteur Frans de Ruiter de thema's meestal een verrassende en soms ook gedurfde invulling weten te geven, leek Mozart er met de haren bij gesleept.

In de voor dit soort muziek iets te donzige akoestiek van het gerestaureerde gebouw voor K & W konden drie strijkkwartetten met elkaar worden vergeleken. Alleen het Turner Quartet leek op de met darmsnaren bespannen violen enigszins in de buurt te komen van de kwaliteit en homogeniteit van de gestaalde strijkers uit de traditionele concertpraktijk.

Voor het grote werk van Mozart maakte het festival gebruik van het feit dat Ton Koopman met het Amsterdam Baroque Orchestra toch al bezig was met zijn eindeloze Mozart-cyclus in Vredenburg. Interessanter was het samengaan van het Orkest van de achttiende eeuw en The Orchestra of the age of enlightenment, die hun "generale repetitie' voor een concert in het Festival van Vlaanderen wel in het openbaar wilden geven in een gratis lunchconcert. Het leverde een spectaculaire uitvoering op van de Notturno voor vier orkesten en de Symfonie nr. 34, waar dirigent Frans Brüggen zijn monsterorkest met veel dynamische schakeringen vakkundig doorheen voerde.

Joshua Rifkin stond met aanzienlijk minder mensen op het podium om Mozarts Requiem uit te voeren. Voor Rifkin, ooit nog arrangeur van The Baroque Beatles Book, zijn kleine bezettingen een handelsmerk. Onderzoek leerde hem dat Bach en Mozart hun kerkmuziek vaak met solozangers uitvoerden, omdat ze niet beschikten over een koor. Reden voor Rifkin dat nu op dezelfde manier te doen. Aanvankelijk moest ik even wennen. Alsof je vanuit een lichte omgeving ineens in een duistere kamer terecht komt. Zo gauw je ogen echter gewend zijn ga je vanzelf beter zien. Dat gebeurde ook in het Requiem. Toen ik de "schok' te boven was, hoorde ik een uitvoering met goede zangers en een vaardig orkest, die mij echter los van de historische verantwoording onvoldoende wist te overtuigen. De tempi lagen veel te hoog en ik miste de milde "koorklank', die acht zangers niet zomaar kunnen produceren.

In de komende jaren heeft het Festival Oude Muziek een zware taak. De grote gezelschappen kennen we inmiddels en lijken steeds minder bereid tot experimenteren. Ze hebben in ieder geval het Festival niet meer nodig om beroemd te worden. De aanwas van jonge solisten en ensembles verloopt moeizaam en traag. Ze missen het doorzettingsvermogen van de ontdekkingsreizigers uit het verleden, en als ze eenmaal goed zijn, worden ze gemakkelijk opgeslokt door gerenommeerde gezelschappen. Het publiek heeft zijn lievelingen al lang uitgekozen en onderscheidt zich steeds minder van het "gewone' concertpubliek. Het applaus in Utrecht wordt langzamerhand net zo kritiekloos gul als in de meeste andere concertzalen. Nu de oude muziek zich, geheel overigens naar de wensen van de festivalleiding, een stevige plaats heeft veroverd in de muziekwereld, is alleen het kwaliteitscriterium van de uitvoering nog doorslaggevend. Dat de dirigent daartoe bronnenonderzoek heeft gedaan is hooguit meegenomen.