Noodzakelijke afleiding voor schadelijke toeristenstroom; Tuinen van antiek Pompeji in Boscoreale gereconstrueerd

AMSTERDAM, 12 SEPT. In Boscoreale, een plaatsje niet ver verwijderd van de ruïnes van het antieke Pompeji zijn tuinhistorici en botanici begonnen met de aanleg van een heel bijzondere tuin. Het betreft een reconstructie van een Romeinse tuin zoals die er ten tijde van de ondergang van Pompeji, moet hebben uitgezien.

Voor het eerst hebben de tuinhistorici systematisch onderzoek gedaan naar de verkoolde resten van planten, zaden, wortels en stuifmeel uit Pompeji, dat in het jaar 79 door een vulkaanuitbarsting werd verwoest. Niet alleen heeft men door dit onderzoek een idee gekregen van de grote variatie aan planten, maar men is zelfs in staat om een beeld te creëren van de inrichting van de Romeinse tuin uit die periode.

Die tuin bevond zich, zo wist men al uit archeologische bronnen, binnen het wooncomplex. Hij werd vrijwel altijd aangelegd in het zogenaamde peristylium, een grote door zuilen omgeven open ruimte in het midden van de woning. Het oudste wooncomplex in Pompeji met een tuin op die plaats stamt uit de tweede eeuw voor Christus en men neemt aan dat een dergelijke bouwwijze teruggaat op Griekse voorbeelden.

De ordening in de tuinen was sterk geometrisch. In het midden bevond zich vrijwel altijd een fontein. Aan beide kanten van de rechte tuinpaden, die omzoomd waren met allerlei hagen (voornamelijk buxus) en struiken, stonden beelden. De vruchtbomen, waarvan er een verrassende hoeveelheid soorten zijn gedetermineerd, stonden meestal bij elkaar in groepen.

In één tuin werden op een niet al te groot oppervlak sporen van peren, appels, vijgen en amandelen aangetoond, terwijl in die zelfde tuin ook hazelnootstruiken en walnootbomen hebben gestaan. In de grotere tuinen - die het meest zijn aangetroffen in Herculaneum - werden de hagen in allerlei vormen gesnoeid. Berichten daarover vinden we ook terug in de literatuur. Zo maken Vitruvius en Plinius melding van heggen in de vorm van goden en dieren.

Zelfs werden volgens hen hele teksten in de heggen uitgeknipt. In sommige tuinen hebben hoge bomen gestaan, zoals platanen en cypressen, die tot ver boven de daken moeten hebben uitgereikt. Behalve het onderzoek van de zaden en plantenresten hebben de biologen ook veel van hun informatie betrokken van de restanten van de fresco's. Vooral in de drukke stadswijken van Pompeji waar ruimte schaars was, waren de tuinen vaak klein of ontbraken geheel. Als compensatie daarvoor brachten de bewoners imitatietuinen aan op hun muren. Een mooi voorbeeld hiervan is huis no. 17 in wijk VI. Deze woning, die pas in 1979 werd opgegraven, bevat in een kamer in de oostelijke vleugel van het huis een aantal wanden met daarop in fresco aangebracht afbeeldingen van een tuin. Maar ook in huizen waar wel een echte tuin aanwezig was schilderde men in de woning soms tuinscènes op de muur (zoals bijvoorbeeld in de villa van Livia). In dat geval zijn de tuinafbeelding volgens de experts misschien bedoeld als allegorische afbeeldingen van leven en dood en niet als reële afbeeldingen van een tuin.

In Boscoreale zullen in de komende jaren naast de nu in aanbouw zijnde tuin nog een aantal andere reconstructies verschijnen. Als alles klaar is, moeten de bezoekers daar een totaalbeeld krijgen van het dagelijkse leven in het antieke Pompeji. Een deel van de toeristenstroom zal zich daar dan concentreren waardoor de kwetsbaarste delen van Pompeji zelf ontlast kunnen worden, aldus Baldassare Conticello, een van de deelnemers aan het Progetto Pompei, waar dit tuinonderzoek deel van uitmaakt.

Het Progetto Pompei is een in 1984 opgezet project om al het Pompeji-onderzoek te coördineren. En om de kwetsbare antieke ruïnes, die ernstig te lijden hebben onder de half miljoen bezoekers die er jaarlijks komen, te behoeden voor verder verval.