Milieustatistiek

Kwartaalbericht milieustatistieken (Jaargang 8, 1991-3). Uitgave Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), afdeling milieustatistieken. Verschijnt viermaal per jaar. Abonnementsprijs: ƒ 44,25 (losse nummers: ƒ 14,75). Besteladres: CBS, Postbus 959, 2270 AZ Voorburg.

Toen de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, wijlen dr. Anne Vondeling, een jaar of twintig geleden in China op bezoek was, sprak hij er zijn verbazing over uit dat men daar geen Centraal Bureau voor de Statistiek had. Hoe kun je in godsnaam zonder betrouwbare statistieken een land tot ontwikkeling brengen, vroeg Vondeling zich af.

In Nederland bestaat het CBS al sinds 1899, maar voor nieuwe beleidsterreinen zijn nieuwe statistieken nodig. Milieu is zo'n nieuw beleidsterrein. Voor het opzetten, uitvoeren en evalueren van milieubeleid zijn nauwkeurige statistieken nodig. Daarom begon het CBS in 1969 met een afdeling milieustatistieken, waar nu zo'n vijftig mensen werken. Initiator was Dr. Roefie Hueting, milieu-econoom van het eerste uur en principieel criticus van bejubelde rapporten als het Brundtland-rapport en het Nationaal Milieubeleidsplan ("Dat groei nodig is om het milieu te redden is een perverse gedachte.'). Hij is er nog steeds hoofd.

Om de twee jaar brengt het CBS het boek Algemene Milieustatistiek uit, in het tussenliggende jaar Environmental Statistics of the Netherlands. Onregelmatig verschijnen er aparte statistische publikaties over onderwerpen die uiteenlopen van wintervogeltellingen tot het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door overheidsinstellingen. Elk kwartaal verschijnt het Kwartaalbericht milieustatistieken.

Uiteraard wordt de inhoud van dit blad gedomineerd door statistieken, vooral tabellen. De vele cijferreeksen geven het blad een saai aanzien. Aan de trend om statistieken te populariseren door fraaie graphics doet het blad niet mee. Het CBS wil exacte cijfers geven en daarvoor zijn tabellen geschikter dan graphics. Ook in het geven van interpretaties en het trekken van conclusies richting politiek stelt het blad zich zeer terughoudend op. De artikelen bestaan voornamelijk uit cijfers en toelichtingen op de manier waarop die berekend zijn.

Neem bijvoorbeeld de mest- en mineralenproduktie van schapen en geiten. De superheffing beperkte het aantal melkkoeien en de mestwetgeving het aantal runderen, varkens en kippen. Slimme boeren gingen schapen, geiten en eenden houden. Sinds 1984 verdubbelde de "schapenstapel' tot 1,7 miljoen en vervijfvoudigde het aantal geiten tot 60.785. Ook deze dieren produceren mest, maar vallen vooralsnog niet onder mestbeperkende maatregelen.

Het is daarom belangrijk te weten hoe groot hun bijdrage aan het mestoverschot is. Misschien moeten ook hun aantallen beperkt worden. Volgens een nogal ingewikkelde berekening komt auteur Van der Eerdt tot de conclusie dat schapen en geiten ongeveer 2% van de dierlijke mest produceren. Dat is niet veel, maar toch zal het CBS de schapen en geiten voortaan in de gaten houden.

Minister Alders zal nieuwsgieriger zijn naar de cijfers over de luchtverontreiniging door het wegverkeer voor de jaren '89 en '90. Hij kan er een sprankje hoop uit putten. Er is weliswaar meer gereden (97 miljard kilometer in 1990 tegenover 96 miljard in 1989), maar minder vervuild. De uitstoot van stikstofoxiden (zure regen) en kooldioxide (broeikaseffect) liep een klein beetje terug. (Voor het eerst? Daarover had de auteur toch wel iets mogen zeggen!) Respectievelijk van 283 naar 273 miljoen kilo NOx en van 23.918 naar 23.790 miljoen kilo CO2. Vrij aanzienlijk daalden de emissies van koolmonoxide (van 756 naar 661 miljoen kilo; een daling van 13 %) en lood (van 0,30 naar 0,24 miljoen ton; een daling van 20%). De dalingen zijn een gevolg van het stijgende aandeel loodvrije benzine en het toenemend aantal auto's met wat het CBS "een milieuvoorziening" noemt. Reed in 1989 nog 71,1% zonder katalysator rond, in 1990 was dat 63,7%.

Het CBS is ook begonnen met het berekenen van de milieukosten van het verkeer. Hueting vindt al heel lang dat die - net als andere milieukosten - afgetrokken moeten worden van ons bruto nationaal produkt. Nu worden ze er vreemd genoeg bij opgeteld. Voor de berekening van dit "groene BNP' heeft hij extra mensen gekregen. Bij de berekening van de milieukosten van het verkeer heeft het CBS zich beperkt tot de kosten die gemaakt zijn om verontreiniging te bestrijden. Het gaat dan om maatregelen als geluidswallen, inbouwen van katalysatoren, meerkosten loodvrije benzine, milieukeuring, stillere motoren voor vliegtuigen, dassentunnels, wildroosters enz. Die zijn het gemakkelijkste in geld uit te drukken, veel gemakkelijker dan de kosten van een uitstervende dier- of plantensoort. In totaal werd er in 1990 900 miljoen uitgegeven, waarvan 522 miljoen voor bestrijding van luchtverontreiniging en 316 miljoen voor het terugdringen van geluidshinder. Ten opzichte van 1988 is dat een stijging van 35%.

Het inperken van de berg huishoudelijk afval lukt nog niet. Per hoofd van de bevolking is die gegroeid van 307 kilo in 1985 via 339 kilo in 1987 naar 351 kilo in 1989. Van de 5,2 miljoen ton huishoudelijk afval werd nog maar 60.000 ton gescheiden ingezameld, een onbetekenende fractie. Een lichtpuntje is de stijgende inzameling van klein chemisch afval van 2300 ton in 1985 via 5000 ton in 1985 naar 14.600 ton in 1989.

De afdeling milieustatistiek houdt het allemaal voor ons bij. Alhoewel wel eens gezegd wordt dat statistieken nog erger liegen dan politici, zijn deze statistieken onmisbaar voor de monitoring van het milieubeleid. Zo komt de afdeling milieustatistieken van het CBS dit najaar met een statistische publikatie bij de Nationale Milieuverkenning, ook wel Zorgen voor Morgen II genoemd.