Kabinet: geen uitbreiding van mestproduktie

DEN HAAG, 12 SEPT. Het kabinet wil uitbreiding van de mestproduktie door middel van wettelijke maatregelen voorkomen. De rechten van bedrijven die hun veestapel op grond van de huidige wetgeving nog zouden mogen uitbreiden terwijl ze al een overschot produceren, worden geschorst.

Deze "latente produktieruimte' wordt op 15 procent van de huidige mestproduktie (80 miljoen ton per jaar) geschat. Tot nu toe had het kabinet als belangrijkste maatregel hiertegen aangekondigd dat wanneer een boer zijn produktierechten verkoopt, de nieuwe eigenaar met een reductie van 30 procent genoegen moest nemen.

De maatregelen komen er volgens minister Bukman op neer “dat vuile gebieden niet vuiler worden en schone gebieden schoon blijven, althans zo schoon mogelijk.” Een andere maatregel is dat de mestproduktie aan een lagere fosfaatnorm wordt gebonden. Nu mag een agrariër per jaar mest produceren die 125 kilo fosfaat per hectare bevat. Die hoeveelheid gaat omlaag; binnen een maand is bekend naar welk niveau. De normen waaraan het gebruik van mest in schone gebieden uiteindelijk moet voldoen worden verder versneld ingevoerd.

Het kabinet bereidt wettelijke maatregelen voor voor het geval de mestverwerking vertraging oploopt. Daarbij wordt gedacht om in 1995 mestproduktierechten van bedrijven die met overschotten te maken hebben, tijdelijk te schorsen. Zo'n maatregel kan boeren dwingen hun veestapel te verkleinen. Het Landbouwschap is gevraagd binnen een maand een plan op tafel te leggen waarin wordt aangegeven hoe de beoogde mestverwerking wel een succes kan worden. De tot nu toe bestaande plannen voorzien in een verwerking van 400 tot 450 miljoen aan mest in fabrieken; dat moet naar 600 miljoen ton.

Ook bereidt het kabinet een heffing op de mestoverschotten voor, die "prohibitief' kan werken: dat wil zeggen zo hoog zijn dat het economisch onverantwoord is overschotten te produceren. Minister Bukman onderstreepte vanochtend dat nog niet besloten is zo'n heffing in te voeren; wel dat het kabinet werkt aan de voorbereiding ervan om haar als maatregel zo nodig snel te kunnen invoeren.

“Ik voel me gefrustreerd, in verregaande mate”, reageerde voorzitter J. Mares van het Landbouwschap vanochtend na het gesprek dat hij evenals enkele andere organisaties vanochtend met Bukman en diens collega Alders (milieubeheer) hadden gevoerd. “Is dat nou zorgvuldig overleg met het bedrijfsleven? Wij voelen ons overvallen”, aldus Mares.