JEUNET & CARO OVER KUNST EN LIEFDE IN EEN CARNIVOOR UNIVERSUM; Verzet van de vegetarische rebellen

Delicatessen Regie: Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro. Met: Dominique Pinon, Marie-Laure Dougnac, Jean-Claude Dreyfus, Rufus. Amsterdam, Cinecenter, The Movies en De Uitkijk; Utrecht, City; Groningen, Concerthuis; Wageningen, Molenstraattheater.

Voor sommige films geldt sterker dan voor andere de regel dat er meer plezier aan valt te beleven als je de recensie niet gelezen hebt. Bij Delicatessen is dat duidelijk het geval. Het is de eerste lange speelfilm van twee Franse regisseurs, afkomstig uit de wereld van strip en tekenfilm. Elf jaar geleden maakten Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro samen al eens een korte film (Le bunker de la dernière rafale), die in Parijs enige reputatie verwierf in het voorprogramma van David Lynch' Eraserhead. Sindsdien hielden zij zich in leven met het regisseren van videoclips en reclamefilms. Ook bij Delicatessen deed de mondreclame in Frankrijk en België snel zijn werk. Het zal hier ook zeker uitgroeien tot een fenomeen, waarover veel gesproken wordt. U kunt er dus maar beter snel bij zijn en dit stukje pas uitlezen bij thuiskomst.

Delicatessen is tegelijkertijd een omgevallen vuilnisbak van referenties aan andere films en een volstrekt origineel werkstuk. De gezichten van de acteurs komen vaag bekend voor, omdat ze al jarenlang in kleine rolletjes in Franse films te zien zijn, maar de regisseurs wilden per se geen enkele ster, waarmee het publiek al een positieve of negatieve band onderhoudt. Jeunet en Caro zijn bewonderaars van het poëtisch realisme van vooroorlogse Franse regisseurs als Marcel Carné, waar het kunstmatige decor van een morsige voorstad wel iets van weg heeft. Ze gingen echter verder in het stileren van de werkelijkheid, zowel in het tot de traditie van de grand guignol behorende verhaal, de vaak aan grimmige tekenfilms van Tex Avery herinnerende visuele gags en de grillige opeenvolging van schijnbaar op zich zelf staande scènes. Zonder zich daarvan bewust te zijn sluiten Jeunet en Caro ook aan bij een traditie, die bekend staat als de Hollandse School. Net als Orlow Seunke in Oh, Boy! voeren hun personages - zij het in een betere en pijnlijker timing - bizarre gevechten met eigenzinnige apparaten en ze zouden broertjes kunnen zijn van Alex van Warmerdam of Jim van der Woude. Er zit een vreemde dans op een piepend bed in Delicatessen, die zo deel uit had kunnen maken van een voorstelling van Hauser Orkater.

Anders dan hun woordloze Hollandse tegenhangers beheersen Jeunet en Caro de kunst van het dialoogschrijven. Uiteraard gaan ze woordspelingen niet uit de weg en creëerden voor een ondergronds verzetsleger van rioolmannetjes zelfs een heel eigen, in de verte op Frans lijkende taal. De vegetarische rebellen binden de strijd aan met een machtige tegenstander, een slager die in de eerste beelden van de film al zijn messen slijpt. In dit verwoest Arcadië, dat Parijs na een atoomoorlog, maar ook St. Petersburg over tien jaar zou kunnen zijn, heerst een ernstige hongersnood. Alleen maiskorrels, die de plaats van het geld hebben overgenomen, zijn nog in ruime mate voorhanden, vooral in de kelder van de slager. Hij voorziet de bewoners van een vervallen pand van vlees. Over de herkomst wordt gezwegen, maar de buurt weet dat het niet verstandig is na zonsondergang buiten te komen. De code lijkt te zijn dat wie dat toch doet het zelf maar moet weten. Uiteraard worden nieuwe huurders, die door de slager per advertentie geworven worden, van deze afspraak niet op de hoogte gebracht.

Op een dag meldt zich een nieuwe kandidaat voor de zolderkamer, de clown Stanley die zijn aap Livingstone op een avond in dezelfde buurt kwijtgeraakt is. Uiteraard wordt zijn komst door de buurt met vreugde begroet; het moet wel raar lopen als de schappen van de delicatessenwinkel niet binnen een week weer gevuld zijn.

Maar de dochter van de slager, een ernstige en bijziende celliste, ontwikkelt een sympathie voor de op Stan Laurel lijkende droeve artiest en speelt een duet met zijn zingende zaag. Ze besluit hem te waarschuwen en roept de hulp in van het vegetarische bevrijdingsleger om zijn vege lijf in veiligheid te brengen. De nogal omslachtige climax van Delicatessen is zeker niet het sterkste deel van de film, maar het resultaat is wel dat de dageraad gloort boven dit trieste stadsdeel.

Het heeft geen zin de talrijke vondsten van Jeunet en Caro of de eigenaardige bezigheden van de personages in detail te beschrijven. Er loopt wel degelijk een rode draad doorheen, een aangenaam pathetisch pleidooi voor de ongerepte deugd van Kunst en Liefde in een cynisch, materialistisch en carnivoor universum. Je kunt het ook negeren en alleen maar gniffelen om de rare visuele trouvailles en nagenoeg perfect uitgevoerde vertaling van tekenfilmhumor naar op een bepaalde manier ingetogen speelfilmromantiek. Dit is een wereld, waarin geen enkele wet meer geldt, zelfs niet die van de zwaartekracht. Hier heerst de logica van de fictie. Toch werd onlangs in China een loempiavuller betrapt op het plunderen van een lijkenhuis. Het is niet alleen die wetenschap die van Delicatessen iets meer maakt dan een vrijblijvend vormgrapje.