Invoering katalysator in VS goed merkbaar in Groenlands ijskap

De afgelopen twintig jaar is het loodgehalte in de ijskap van Groenland 7,5 keer zo laag geworden.

Dat is een bemoedigende aanwijzing dat in de invoering van loodvrije benzine blijkbaar al snel zijn vruchten afwerpt. Dit melden onderzoekers van het CNRS-Laboratorium voor Glaciologie en Milieu-geofysica in St. Martin d'Heres in Frankrijk in Nature (12 september). In dezelfde periode zijn de cadmium- en zinkgehaltes in het ijs met een factor 2,5 gedaald.

Meer dan 20 jaar geleden werd aangetoond dat het loodgehalte in ijs en sneeuw op Groenland sinds de oudheid 200 maal zo hoog was geworden. Belangrijkste boosdoener moest de gelode benzine zijn. Deze bevindingen waren mede aanleiding om, eerst in de Verenigde Staten en pas veel later ook in Europa, op loodvrije benzine over te schakelen. Die aanpak heeft zichzelf nu bewezen.

Op Centraal-Groenland namen de Franse onderzoekers 22 jaar lang, van 1967 tot 1989, met een speciaal soort "grondboor' sneeuwmonsters van 11 centimeter doorsnee en ruim tien meter diep. Hierin werd de verontreiniging met zware metalen gemeten. Overigens vereist dit soort onderzoek, waarbij zeer geringe hoeveelheden in het spel zijn, een speciale, zeer schone werkwijze. Als men bijvoorbeeld op een sneeuwscooter naar de boorlokatie toe tuft leidt dat al snel tot sombere conclusies over de zuiverheid van de sneeuw ter plaatse. Daarom werd gekozen voor een afgelegen, ontoegankelijke lokatie op enkele kilometers afstand van het veldkamp. De onderzoekers hulden zich van top tot teen in speciale kleding. Elk monster werd in het laboratorium in kleinere, afzonderlijk te analyseren porties verdeeld om eventuele besmetting van de buitenkant van de "boorkern' te controleren.

Waarschijnlijk zijn natuurlijke bronnen van lood, zink en cadmium in de sneeuw te verwaarlozen, de aangetroffen hoeveelheden zijn vrijwel uitsluitend van antropogene oorsprong. De verkoop van loodhoudende benzine is in de VS sinds 1970 met 90 procent gedaald en dat wordt weerspiegeld in de meetresultaten. Ook zit er tegenwoordig 2,5 keer minder zink en cadmium in de sneeuw. Deze metalen kunnen van velerlei herkomst zijn: verbranding van fossiele brandstoffen, staal- ijzer en andere metaalindustri√ęn en afvalverbranding. Het kopergehalte in de sneeuw (volgens de onderzoekers overwegend van natuurlijke herkomst, zoals bosbranden of vulkanen) is nagenoeg constant gebleven.