Guercino of de vermorzelde spontaniteit

Guercino Museo Civico Archeologico in Bologna en Pinacoteca Civica in Cento, beide t-m 9 nov, 9-19u. Inl 09-39 51239660. Van 30 nov t-m 8 febr in de Schirn Kunsthalle, Frankfort, van 15 maart t-m 16 mei in de National Gallery, Washington.

De gemeente Bologna organiseert al een paar jaar grote, succesvolle tentoonstellingen over zeventiende-eeuwse kunstenaars uit Emilia-Romagna: Guido Reni, de drie gebroeders Carraci, Giuseppi Maria Crespi. Dit najaar is de beurt aan de Schele, Guercino, een van de eerste grote Italiaanse barokschilders, precies vier eeuwen geleden geboren als Giovanni Francesco Barbieri.

Guercino, die volgens een eigentijdse kroniekschrijver in de wieg een keer zo is geschrokken dat zijn ogen voor altijd scheel zijn blijven staan, geldt als een autodidact. De schilders in zijn geboorteplaats Cento hadden te weinig kwaliteit om te naam leermeester waardig te zijn. Toen Guercino in 1617 naar Bologna werd geroepen door aartsbisschop Alessandro Ludovisi, had hij al een herkenbare stijl ontwikkeld, die hij daar verder uitwerkte onder invloed van Ludovico Carraci: naturalistisch, met sterke kleuren, een weinig strakke compositie en een vlekkerig gebruik van licht.

Guercino's faam steeg snel, en een maand nadat aartsbisschop Ludovisi in april 1621 tot paus was gekozen, werd hij van Bologna naar Rome geroepen om daar zijn talenten ten toon te spreiden. Het wordt de artistieke doodsteek. De weinig geletterde schilder komt al snel onder invloed van de particuliere secretaris van de paus, monseigneur Agucchi. Deze wil schilderijen in de veel klassiekere en academischere Romeinse stijl: een evenwichtig gebruik van licht, meer aandacht voor de compositie en de afbakening van de vormen. Guercino doet wat zijn opdrachtgevers vragen, en als hij twee jaar later terugkeert naar Bologna, na de dood van zijn beschermheer, torst hij de Romeinse erfenis mee als een last die zijn spontaniteit definitief heeft vermorzeld. Zijn onzekerheid wordt vergroot doordat hij in Bologna moet opboksen tegen Guido Reni, de dominerende schilder.

Dit contrast tussen de bevlogen jonge en de minder interessante oude Guercino wordt goed zichtbaar op de paar honderd schilderijen en tekeningen in Bologna en op de tientallen werken van Guercino en de schilders uit zijn school die gelijktijdig te zien zijn in de Pinacoteca Civica in Cento. Op deze twee monumentale exposities, samengesteld onder leiding van de Britse Guercino-kenner Denis Mahon, komen alle facetten van zijn werk naar voren: zowel de profane als de religieuze onderwerpen, zowel de landschappen als de heiligen. Veel doeken zijn schoongemaakt en gerestaureerd dankzij de sponsor, een plaatselijke bank. Veel andere werken zijn voor het eerst te zien, zoals het doek dat Mahon bij een bisschop in de Poolse stad Wloklawek ontdekte.