Groenewegje

Het idee om bepaalde lokaliteiten in het gebouw van de Tweede Kamer een eigen naam te geven is niet nieuw.

Alleen ging dat vroeger niet zo bloedserieus met beraadslagingen, schriftelijke voorbereiding en zorgvuldige afweging. Soms niet meer dan een goeie grap.

Neem nou het damestoilet.

Tot 1918 zaten er alleen maar heren in 's lands vergaderzaal en daar waren de toiletten op berekend. Toen voor het eerst in 1918 een vrouw haar intrede deed moest daar een speciaal toilet voor worden ingericht. Dat kwam boven in een smal gangetje langs de bibliotheek. En dat kreeg direct een naam.

Het eerste vrouwelijke Kamerlid heette Suze Groeneweg en naar haar heette dat kleine kamertje het "Groenewegje'. Een beetje pesterig wel. Het straatje van die naam genoot in die tijd in Den Haag bepaald geen reputatie van ingetogenheid.