Geen quizzen en drama-pulp, maar veel arroganter; VPRO moet commercieel worden

Eind deze week vergadert de ledenraad van de VPRO. Daar zal dan ongetwijfeld besloten worden dat de VPRO de komende maanden naar "de status' van A-Omroep moet gaan streven. Dat betekent dat de VPRO dan evenveel zendtijd krijgt als bijvoorbeeld de VARA. Is dat noodzakelijk voor de VPRO om te overleven?

Ja, dat schijnt noodzakelijk te zijn want over niet al te lange tijd komt er een nieuwe zenderindeling (eigenlijk zou die dit seizoen al ingegaan zijn), waarbij de VPRO samen met de VARA en NOS op één zender wordt ingedeeld; daarnaast komt er waarschijnlijk een nieuwe commerciële zender TROS-Veronica en de rest van de omroepen mogen hun tijd uitzingen op een derde zender. Overigens heeft het NOS-bestuur deze week besloten dat ze dit plan, dat ze zelf parmantig "vernieuwing omroepbestel' noemt, tot nader order uitstelt.

Dit treurige resultaat van "moeizame onderhandelingen' mag gezien worden als fase één in de definitieve ineenstorting van Het Bestel en als poging de concurrentie met RTL4 aan te kunnen. Met "vernieuwing omroepbestel' heeft het weinig te maken, maar des te meer met een instandhouding van het "oude karkas bestel', opgekrikt met een Veronica-TROS-versie van RTL 4.

Begrijpelijk dat bij de VPRO gedacht wordt: "Willen we met onze programma's niet geheel onder het puin van het vermolmde zuilensysteem zoek raken, dan zullen we op die ene zender op zijn minst net zo groot als de VARA moeten worden, en voordat je het weet zit je opgesloten in de drankkast van Van Dam. A-Omroep dus.' Voor die gedachte is wat te zeggen. Maar er zit ook een minder begrijpelijke kant aan. Waarom wordt er nog steeds gedacht vanuit en met het bestaande overjarige bestel? Waarom brengt de VPRO geen omroepideologen à la Blokker in stelling om de rechtvaardiging van het bestaan van het bestel onderuit te halen?

Het maakte toch al een tamelijk bizarre indruk toen vorig jaar duidelijk werd dat de VPRO probleemloos bereid was om mee te doen aan het idee van NOS-voorzitter De Jong voor de nieuwe zenderindeling. De VPRO leek zich tot de arrogante gedachte te beperken: als wij nu maar onze zondagavond mogen houden om onze bijzondere VPRO-programma's uit te zenden dan maken de andere omroepen intussen elkaar maar af met hun quizzen en namaak-drama.

Hangt de VPRO de Verelendungs-theorie van het Bestel aan? Laat maar rotten, dan zakt de boel vanzelf in elkaar. Is er geen andere visie ontwikkeld dan: als we nu eens A-Omroep worden, dan zitten we weer voor een paar jaar goed? En na die paar jaar dan?

Ik denk dat de VPRO zich nog veel arroganter zou kunnen opstellen. Namelijk door net zo openlijk en brutaal als Veronica altijd gedaan heeft te zeggen dat ze tegen het bestel zijn omdat het achterhaald is, dat ze commerciële omroep gaan worden en dat ze, zolang het nog niet zover is, opportunistisch maar "loyaal' aan het bestel zullen blijven meedoen door onder meer naar de A-status (= meer zendtijd) te streven. Waar Veronica-TROS de Engelse ITV willen worden, zal de VPRO samen met IKON, Humanistisch verbond en de heft van de ontmantelde NOS Channel 4 kunnen zijn.

Door een plan voor een commercieel bestaan uit te werken en daarmee in Den Haag en bij de kijker te gaan leuren, toont de VPRO dat ze een visie heeft op haar eigen voortbestaan. Niet één zondagavond per week, maar elke dag zouden sommige kijkers zin kunnen hebben in VPRO-achtige programma's. Is het niet handig als die dan ook elke dag te zien of te horen zijn?

De VPRO commercieel? Dat is niet zo vreemd als het op het eerste gezicht lijkt. Er mag dan in Den Haag het grote politieke wonder bestaan dat een paar politieke partijen een omroepstructuur in stand weten te houden die volstrekt onredelijk is (want alleen maar gebaseerd op het cadeau doen van zendtijd aan politieke vriendjes), het geloof in dat wonder wordt op dit moment in versneld tempo opgeblazen door het bestaan van RTL4, waarbij zendtijd niet in politieke gunst of zogenaamd cultuurgoed wordt uitgedrukt maar in geld. Dat is het handige van geld dat het een middel is waarmee je een waarde kan meten. Wat is de waarde van de ideeën van zeg een KRO of AVRO wanneer ze die in een commercieel bestel zouden moeten gaan uitdragen? Die zal bepaald worden door kijkdichtheid, reclame-inkomsten en financiële steun van kijkers en instellingen.

Zo gaat dat bijvoorbeeld in de VS. Daar heb je een alleraardigste zender, PBS (Channel 13) die VPRO-achtige programma's uitzendt. De programma's worden gesponsord door bedrijven of culturele instellingen, soms worden er acties onder de kijkers gehouden om de inkomsten te vergroten. Commercials worden er niet middenin programma's uitgezonden, meestal wordt volstaan met de naam van de sponsor aan het begin of einde van de programma's.

Wie schrikt van het idee "VPRO Commercieel' moet gewoon alleen maar even denken aan zijn eigen dagblad. Het is naar dit model ( met reclame-inkomsten, abonnees, een scheiding tussen redactie en directie, een redactie-statuut en de hele verdere rimram van bescherming van de Onafhankelijke Journalist tegen de invloed van het Verderfelijke Kapitaal) dat de commerciële zender ingericht zal moeten worden. En dááraan zal men de Omroepwet ook moeten aanpassen.

Ongetwijfeld zijn er vele bezwaren te bedenken tegen dit utopische denkbeeld van een dagelijks VPRO op tv en radio. Wie gaat dat betalen? is dan meestal de eerste vraag. En: hoeveel gaat dat wel niet kosten? Maar als we daar meteen al over beginnen te zeuren verandert er nooit wat in de wereld. Idealen zijn er om nagestreefd te worden, niet om uit te rekenen. Of toch wel?

Opnieuw het krantenmodel. Het idee erachter is dat degenen in Nederland die de aanwezigheid van VPRO-programma's verkiezen boven de overheersing van spelletjes- en drama-pulp op de tv, tot, zo is door marktonderzoekers aangetoond dezelfde inkomensgroepen behoren als zij die bladen als NRC Handelsblad, de Volkskrant, het Parool of Vrij Nederland, HP-de Tijd en dergelijke lezen. Het is ook uit dit potentieel van vele honderdduizenden dat de VPRO voor slechts tien gulden de aanvullende honderdzestigduizend leden gaat winnen voor de A-status. De vraag is: als deze honderdduizenden bereid zijn om jaarlijks een paar honderd gulden te betalen voor het abonnement op hun dag- en weekblad, waarom zouden ze dat niet betalen voor een abonnement op of lidmaatschap van een radio- en tv-omroep wanneer ze zichzelf daar dagelijks mee kunnen verwennen. Vijfhonderdduizend maal driehonderd gulden is alvast honderdvijftig miljoen gulden. Daarbij komen dan nog de reclame-inkomsten en inkomsten van het omroepblad.

En over de uitgaven is ook nog een interessante discussie te voeren. Iedereen weet dat er met horizontale programmering (elke dag op hetzelfde uur eenzelfde soort programma) op één zender, uitgevoerd door één omroep, aanmerkelijk goedkoper geproduceerd kan worden dan nu door het geldverspillende versplinterde zuilenbestel vertoond wordt. Er zullen omroepen moeten sneuvelen, natuurlijk. Maar dat idee hadden we toch al?

Het antwoord op de vraag waarom die vijfhonderdduizend nu geen driehonderd gulden zouden betalen is natuurlijk: omdat ze de televisie-programma's nu gratis krijgen, afgezien van het kijk- en luistergeld. Maar schaf dat dan af, geef een omroep of een combinatie van omroepen hun eigen zender plus wat financiën voor aanloopkosten en laat ze verder zelf zien hoe ze uit hun kosten komen. Met abonnees, reclame-inkomsten en sponsoring. Zo eenvoudig is het. De kijkers krijgen dan de zender die zij op zo'n tv en radio verdienen.

Zo eenvoudig is het. Maar niet in Den Haag, valt weer te vrezen. Want er moet een Omroepwet voor veranderd worden. En er moeten allerlei zogenaamde culturele (lees: godsdienstige of ideologische) belangen voor afgeschermd worden. Hoe lang lukt ze dat nog? Nog een jaar of vier? RTL4 doet zijn best, het NOS-bestuur heeft zijn "vernieuwing bestel' tot nader order uitgesteld, de VPRO gaat nu eerst A-omroep proberen te worden. Daarmee zet ze een stap op de goede weg, al is het nog even in de verkeerde richting. zondagavond