Fuchs: Picasso's passen niet in collectie Gemeentemuseum; Haagse raad vermoedelijk eens met verkoop topstukken

DEN HAAG, 12 SEPT. De Haagse gemeenteraad stemt vanavond vermoedelijk in met het beleidsplan 1991-1996 van het Haags Gemeentemuseum, waarin onder meer wordt voorgesteld een of meer topstukken uit de eigen collectie te verkopen om met de opbrengst daarvan een aankoopfonds in het leven te roepen. Van de grotere partijen heeft alleen de VVD-fractie principiële bezwaren tegen verkoop van topstukken.

B en W stellen voor om "in principe' in te stemmen met een eenmalige verkoop, mits het geld wordt besteed aan verbetering van de eigen collectie. Andere voorwaarden zijn dat verkoop niet mag leiden tot "aantasting van het eigen Nederlands cultuurbezit' en dat het museum advies vraagt van de Raad voor Cultuurbeheer.

Verkoop van een of meer topstukken is volgens directeur Rudi Fuchs van het Gemeentemuseum noodzakelijk omdat het huidige aankoopbudget, 491.000 gulden per jaar, te laag is om de collectie "dynamisch' te houden. Ter vergelijking: het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een aankoopbudget van ongeveer 2 miljoen en het Rotterdamse museum Boymans-van Beuningen ongeveer 1 miljoen. In het julinummer van het gemeentelijke maandblad "Den Haag' zei Fuchs: “De verkoop van topstukken ofwel "vervreemding' zoals dat officieel heet, is een noodgreep. We zouden liever zien dat de gemeenteraad alsnog besluit het aankoopbudget te verhogen, want een museum wil alles liever dan schilderijen verkopen. Maar als er helemaal niets gebeurt, brengen we ook schade toe aan de collectie, dat is het grote dilemma. Niet aankopen is even ingrijpend als verkopen. De waarde van de collectie als totaliteit neemt af als er geen aanvullingen komen. De dynamiek verdwijnt.”

Fuchs heeft twee jaar geleden geopperd om schilderijen van Monet of Picasso te verkopen, desnoods naar het buitenland. Het schilderij van Monet is Quai du Louvre (1867). Van Picasso bevinden zich in de collectie drie schilderijen: Moutarde (1909-1910), Harlequin (1913) en Sibylle (1921). Eerder dit jaar zei Fuchs hierover: “Er is één heel vroege bij, die Mondriaan duidelijk heeft beïnvloed. De twee andere zijn van veel later en passen niet in de rest van de collectie. Ze zijn in de jaren vijftig aangekocht, omdat de toenmalige directie er een bepaalde richting mee op wilde. Maar dat is nooit doorgezet.”

De directeuren van de grote musea in Nederland zijn tegen het voornemen van Fuchs om topstukken uit de collectie te verkopen. Met name directeur Wim Beeren van het Amsterdamse Stedelijk Museum is een fel tegenstander van Fuchs' plannen. Wel hebben de museumdirecteuren begrip voor de moeilijkheden van Fuchs; ook zij vinden het aankoopbudget van het Haagse Gemeentemuseum veel te laag. Onlangs hebben zij er bij de Haagse gemeenteraad op aangedrongen het budget te verhogen. Maar daarvoor zegt Den Haag geen geld te hebben; de gemeente kampt met een tekort van ongeveer 250 miljoen gulden. “We mogen al blij zijn als we die 491.000 gulden kunnen blijven opbrengen”, aldus een raadslid.

Het Haagse Gemeentemuseum wil de komende jaren de aandacht vooral richten op het verzorgen en exposeren van de eigen collectie. Daartoe is een "opschoning' noodzakelijk; Fuchs wil de collectie, bestaande uit 150.000 voorwerpen, terugbrengen tot 70.000 voorwerpen, dit omdat veel objecten wegens de geringe kunsthistorische waarde niet voor expositie in aanmerking komen en omdat er ook te weinig ruimte is om de voorwerpen te bewaren. Tegen deze plannen bestaat weinig weerstand; veel musea kampen met dezelfde moeilijkheden.

Wel zijn er bezwaren gerezen tegen de plannen van Fuchs om de komende jaren minder grote tentoonstellingen ("blockbusters') te organiseren. Zo schrijft de Vereniging Vrienden van het Haags Gemeentemuseum in een brief aan de gemeenteraad: “Ondanks alle legitieme bezwaren die men tegen grote tentoonstellingen kan aanvoeren, hebben deze toch ook een spilfunctie in het museum om publiek vast te houden en nieuw publiek te vormen.” Fuchs ziet het niet zo somber in. “Tweederde van van de mensen die naar de Van Gogh tentoonstelling in Amsterdam zijn geweest, gaan misschien wel nooit meer naar een museum. Ik mik liever op het trouwe publiek”, zei hij onlangs.