Feiten over betrokkenheid legerleiding en infilitratie "ernstiger dan verwacht'; Kamer denkt aan onderzoek Suriname

DEN HAAG, 12 SEPT. “Ernstiger dan we hadden verwacht”, is de eerste indruk van een aantal Kamerleden dat een vertrouwelijke brief heeft gelezen van ministers Van den Broek (buitenlandse zaken) en Hirsch Ballin (justitie) over drugslijnen van en naar Suriname.

“Als we nooit parlementaire enquêtes hadden gehad, dan was dit een pracht van een onderwerp. Wie is eigenlijk de baas op Justitie als het om vertrouwelijke informatie gaat over aanwijzingen van de betrokkenheid van de Surinaamse legerleiding bij drugsexporten op grote schaal. Waarom heeft de CRI (de Centrale Recherche Informatie dienst) in het midden van de jaren tachtig zijn onderzoeken gestaakt en de gegevens doorgespeeld aan de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency. Wist de toenmalige betrokken minister (Korthals Altes, red.) daarvan? Waarom is de Kamer toen niet ingelicht in plaats van dit moment waarop de handel in drugs vanuit Suriname zo sterk is toegenomen? Hoe staat het precies met de infiltratie van Surinaamse belanghebbenden in het Nederlandse overheidsapparaat?”

De parlementariër heeft net de vertrouwelijke brief gelezen met feiten over de drugslijnen, de infiltratie van Surinaamse belanghebbenden in Nederland en de aanwijzingen van betrokkenheid van de legerleiding. Hij was gewaarschuwd door recente onthullingen in de pers.

Vlak voor het begin van het vertrouwelijk overleg met de ministers vanmiddag is het voor hem een vraag of voldoende duidelijk zal worden of de politiek in het verleden zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Zo niet, dan moet er naar zijn vaste overtuiging en die van een aantal andere Kamerleden een onderzoek volgen. Een parlementaire enquête vindt hij “misschien een te zwaar middel”, maar wel een diepgaand onderzoek. Misschien door de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Daarin zitten de voorzitters van de fracties van D66, PvdA, CDA en VVD. Groen Links weigert aan die besloten bijeenkomsten met de betrokken ministers deel te nemen.

“Het kan niet zo zijn dat in Nederland organen van de regering op eigen houtje, misschien ook uit frustratie, inlichtingen doorgeven aan diensten van een ander land omdat zij er in eigen land niets meer mee weten te doen. Of de minister heeft ervan geweten en de Kamer niet ingelicht, of hij wist het niet. Maar het is en blijft fout. En waarom rollen veiligheidsdiensten en politie-organen als BVD en CRI over elkaar heen en moet er zoveel wantrouwen jegens elkaar zijn?”

Zowel in het kabinet als in de Kamer leiden de nieuwe aanwijzingen over de betrokkenheid van de Surinaamse legerleiding bij drugsexporten als het toenemende volume van die export tot de bereidheid de nieuwe Surinaamse regering op velerlei terrein bij te staan. Ook Washington riep dinsdag in een officiële verklaring op tot internationale steun voor de "formidabele uitdagingen' waarvoor de nieuwe Surinaamse regering staat. De onmiddelijke roep uit Suriname om miljoenen guldens ontwikkelingshulp vrij te maken wordt afhankelijk gesteld van een grote schoonmaak en een economisch wederopbouw plan. Naast het kabinet wil ook de Tweede Kamer dat de rol van de legerleiding wordt teruggedrongen maar Suriname zelf zal om bijstand moeten vragen om dat te verwezenlijken.

Om meerdere redenen is de Kamer enthousiast dat oud-minister van buitenlandse zaken Van der Stoel naar Suriname gaat om de nieuwe regering te polsen over een aantal maatregelen waaronder militaire asisitentie bij hervormingen en grensbewaking. Ten eerste geniet Van der Stoel groot gezag en heeft hij een aantal keren met succes achter de schermen gewerkt. Ten tweede draagt hij geen politieke verantwoordelijkheid en kan hij op een behoedzame manier een aantal suggesties overbrengen. “Van der Stoel is geen avonturier en daarmee kan Suriname zijn voordeel doen”, is de redenering.

Suriname-specialisten in de Kamer zijn er van overtuigd dat de Surinaamse grondwet moet worden aangepast zodat de militaire macht kan worden teruggedrongen. Daarnaast moet de toegenomen criminaliteit worden aangepakt, het justitiële apparaat verbeterd en het staatsapparaat gestroomlijnd. In de Tweede Kamer is men zich bewust dat die veranderinmgen niet van de ene op de andere dag kunnen worden doorgevoerd. Maar in de regeringsverklaring van de nieuwe Surinaamse leiders zou duidelijk moeten worden aangegeven dat Paramaribo de banden met Nederland op een aantal terreinen wil aanhalen. Dat geeft een mogelijkheid tot intense samenwerking.

Van een verzoek om militaire bijstand en verbetering van grensbewaking moet volgens Kamerleden een zo sterk politiek signaal uitgaan dat legerleider Bouterse en zijn medewerkers een nieuwe lust tot het plegen van een staatsgreep wordt ontnomen. De dreiging van een mogelijk gezamenlijk ingrijpen zou voldoende moeten zijn en de hoop in de Kamer leeft dat het bij dreiging kan blijven.

Militaire interventie kan alleen worden overwogen, zo meent een meerderheid van de Kamer, als andere landen bereid zijn (Verenigde Staten, Frankrijk, Venezuela) mee te doen. Met name de hulp van de Verenigde Staten is nodig omdat Washington bij herhaling heeft gewezen op de noodzaak de drugslijnen aan te pakken. De Amerikaanse regering moet medeveranwoordelijkheid nemen, mocht het zo ver komen, om dat Nederland als ex-koloniale mogendheid niet alleen kan optreden en het karwei ook militair gesproken dan lastiger is.