Duitse autofabrikanten delen vrees voor Japan

ROTTERDAM, 12 SEPT. Duitse autofabrikanten zijn in toenemende mate bezorgd over de Japanse concurrentie. Topmensen van Mercedes en BMW beschuldigden gisteren de Japanse auto-industrie van oneerlijke concurrentie. Volgens de voorzitter van de Raad van Bestuur van Mercedes, H. Niefer, voeren de Japanners een “economische oorlog.”

Het is voor het eerst dat de top van de Duitse auto-industrie zich zo kritisch uitlaat over de Japanse autoproducenten. Tot nu toe hebben vooral de Franse auto-fabrikanten, die het meest van de Japanse concurrentie hebben te vrezen, zeer felle aanvallen gedaan op de Japanners. Duitse producenten als Mercedes en BMW leken minder last te hebben van de Japanse concurrentie, omdat de Japanners tot voor kort niet erg actief waren in het dure marktsegment.

Niefer deed zijn scherpe uitlatingen gisteren in een vraaggesprek met de Süddeutsche Zeitung. Enkele van zijn collega's lieten zich in dezelfde zin uit op de autotentoonstelling in Frankfurt. “De Japanners voeren naar mijn mening en die van vele anderen gewoon een economische oorlog, zowel in de Verenigde Staten als in Europa,” aldus Niefer. Hij hekelde vooral het prijsbeleid van de Japanse autofabrikanten in de Verenigde Staten, waar de duurdere Japanse auto's razendsnel de markt veroveren.

Ondanks dat de Amerikaanse automarkt als geheel terugloopt, wisten de Japanse merken hun verkopen in de Verenigde Staten in absolute cijfers op te voeren. Het marktaandeel (als percentage) in de luxe klasse groeit nog veel sterker. Zo zag Nissan de verkoop van de Infiniti in de eerste zeven maanden van dit jaar met 84,9 procent groeien. De verkopen van Europese merken als Mercedes, BMW en Volvo liepen met meer dan 20 procent terug.

“De Japanners verkopen de auto's in de Verenigde Staten onder de kosten. Als u de Toyota Lexus ziet, die kost daar minder dan hier,” aldus Niefer. Op de vraag of hij een Japanse aanval op de Duitse markt vreest zei de Mercedes-topman: “De Lexus en Infiniti spelen in Duitsland geen rol.”

Ook BMW-topman E. von Kuenheim toonde zich in op de Duitse autotentoonstelling bezorgd over de Japanse concurrentie. Hij sprak van een “agressieve marktveroveringspolitiek die op de wereldautomobielmarkt tot een genadeloze verdringing zal leiden.”

Peugeot-baas J. Calvet pleitte in Frankfurt opnieuw voor het heropenen van de onderhandelingen over het akkoord tussen de EG en Japan over de Japanse importen in dit decennium. Volgens Calvet zijn de afspraken over het aantal in Europese "transplants' te produceren Japanse auto's onduidelijk. Nissan-topman Y. Kume vergrootte in Frankfurt de verwarring hierover. Hij zei dat Japan niet, zoals in Brussel wordt verondersteld, heeft ingestemd met een maximum aantal van 1,2 miljoen Japanse auto's dat tegen het jaar 2000 binnen de EG-grenzen zou mogen worden geproduceerd. “Dit cijfer is slechts een interne veronderstelling en voorspelling van de EG,” aldus Kume die ook voorzitter is van de Japanse Associatie van Automobielfabrikanten.