Desintegratie zal nog worden betreurd

Een Duitse professor schreef tijdens de Eerste Wereldoorlog een invloedrijk boek, waarin hij opperde dat het Russische rijk voortaan zou bestaan uit onafhankelijke delen, vergelijkbaar met de partjes van een sinaasappel. Dat was toen al geen briljant idee en nu is het dat nog niet. De huidige jacht op volledige soevereiniteit tegen elke prijs leidt tot zelfvernietiging; de betrokkenen zullen het, als zij tijd van leven hebben, nog betreuren.

De Sovjet-Unie werd bevolkt door een bescheiden aantal grote en een enorme verscheidenheid aan kleine nationaliteiten. In principe heeft elk van hen recht op zelfbeschikking. Vele zouden hun eigen scholen, musea, uitgeverijen en misschien zelfs televisiestations kunnen hebben. Maar ze hoeven niet allemaal hun eigen leger, munteenheid, postzegels, paspoorten, vlaggen, ambassades, nationale luchtvaartmaatschappijen en andere bewijzen van soevereiniteit te bezitten.

De Duitse Bank kwam na een onderzoek naar de economische levensvatbaarheid van de nieuwe onafhankelijke republieken tot de conclusie dat hun vooruitzichten - met uitzondering van Rusland, de Oekrane en misschien de Baltische landen - variëren van hoogst twijfelachtig tot nihil. Zelfs de Oekrane en de Baltische staten zullen het zwaar te verduren krijgen. In West-Europa is er geen vraag naar voedselimport, staal of andere industriële produkten uit het oosten.

Eerder dit jaar publiceerde een Sovjet-krant een lijst van vijfenzeventig nationale conflicten. Dat aantal is nu vertienvoudigd als gevolg van de jacht op onafhankelijkheid. Iedere republiek heeft gerechtvaardigde territoriale aanspraken op grondgebied van haar buren. De oude grenzen binnen de Sovjet-Unie zijn willekeurig getrokken; ze deden er niet echt toe, omdat alle macht was geconcentreerd in het centrum. Maar van nu af aan zullen de grenzen er heel veel toe doen.

Sommige grensconflicten kunnen misschien vreedzaam worden opgelost, maar de meeste niet. Vierentwintig miljoen Russen bijvoorbeeld, wonen buiten de Russische republiek. Er wonen er evenveel in Kazachstan als er Kazachen wonen, maar de Kazachen zijn niet bereid om ook maar een meter van hun grondgebied op te geven en ze hebben de Russen met oorlog gedreigd. Belangrijke delen van de Oekrane hebben eveneens een Russisch karakter.

De Krim hoorde bij Rusland tot de Eerste Wereldoorlog toen het overging in handen van de Oekrane. De Tataren willen een eigen Krim Republiek omdat zij daar al woonden voordat de Russen kwamen. Er zijn zeven miljoen Tataren - meer dan er Noren, Finnen of Zwitsers zijn. Waarom hun hun rechten onthouden?

De eis tot onafhankelijkheid heeft voorrang boven politieke vrijheid en mensenrechten. Azerbajdzjan, Toerkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan willen vooral onafhankelijheid om de oude communistische dictatuur te kunnen handhaven. De situatie in Wit-Rusland, Kirgizië en Kazachstan is ingewikkelder, maar de vooruitzichten op democratie daar zijn nog vaag. Georgië is een van de weinige republieken met een lange geschiedenis en cultuur. Maar het nieuwe Georgië is autoritair van aard en heeft niet de minste behoefte om de rechten van de Abchazische en Osseetse minderheden op zijn grondgebied te erkennen.

De Oekrane wordt geleid door Leonid Kravtsjoek, een rabiate anti-communist die de communistische partij in de ban heeft gedaan, hoewel hij er zelf tot voor kort een vooraanstaand lid van was. Zijn omslag moet even radicaal als snel zijn geweest.

De huidige triomf van het nationale seperatisme zal leiden tot een economische puinhoop en tot het ontstaan van nieuwe ondemocratische gebieden die niet levensvatbaar zijn. Voor een groot deel is dit te wijten aan generaties Sovjet-leiders, die pretendeerden dat "het nationale vraagstuk' was opgelost. Nog maar twee jaar geleden zou een leiding met een iets vooruitziender blik een nieuwe structuur hebben kunnen creëren. Nu is het te laat. De verscheidene nieuwe entiteiten en afscheidingsbewegingen zullen door schade en schande wijs moeten worden en ervaren dat er grenzen zijn aan onafhankelijkheid en soevereiniteit, zelfs voor grote naties.

Politiek ontwikkelt zich niet in een vacuüm. Een jaar of twee na bijvoorbeeld het opraken van de olievoorraden, zullen de ramppzalige politieke en economische gevolgen voor iedereen, de grootste fanatici daargelaten, duidelijk zijn. De republieken zullen nieuwe overeenkonsten willen sluiten die noodzakelijkerwijs zullen neerkomen op het inleveren van een deel van hun nieuw verworven soevereiniteit.

Er is nu een voorlopig akkoord bereikt, maar niemand weet waar dat op uit zal draaien. De grotere naties, Rusland voorop, zullen een leidende rol moeten spelen. Boris Jeltsin zal over veel tact moeten beschikken om de traditionele verdenking van Groot-Russisch chauvinisme weg te nemen.

Los Angeles Times-NRC Handelsblad