DE ZOMERMODE VAN 1992 IN PARIJS; Stippels over ruiten over bloemen over strepen

De mannequins van Caroline Rohmer lopen er ongelukkig bij. Het publiek dat naar de presentatie van de zomercollectie 1992 in de met veel glitter ingerichte stand komt kijken, is op de vingers van een hand te tellen. Bij zo weinig aandacht kunnen zelfs de vinnige en net zichtbare regie-aanwijzingen van de oudste mannequin niet verhinderen dat de aandacht van haar collega's verslapt. Inzetten gaan uit de maat; passen en draai verliezen hun zwier. Hoe te blijven lachen als de leegte je aangaapt?

Rohmers verwachtingen van de Salon du prêt-à-porter Féminin (de PROFEM), die afgelopen vrijdag in Parijs werd geopend, moeten ongetwijfeld hoger hebben gelegen. Want na een paar jaar afwezigheid was zij met een klassieke zomercollectie voor het volgende seizoen weer terug op de beurs. De 980 nationale en internationale exposanten zouden borg moeten staan voor een groot aantal bezoekers. En de volgeboekte hotels in Parijs wezen daar ook op. Maar de eerste dagen van de beurs bleven rustig. “Vrijdag werkt men, en gaat men niet naar de beurs,” vertelde een stiliste van het Italiaanse merk Morini, en het leek alsof zij vooral zichzelf wilde geruststellen. Want toen het zaterdag pas na vieren op zijn best "gezellig druk' werd, lag dat aan het feit “dat iedereen weekend had en wel wat anders te doen had dan naar de beurs te gaan.”

Toch is de PROFEM een evenement van niet te onderschatten belang. Couturiers als Hechter, Kenzo, Gaultier (voor Guy de Jean) en Ai Akamoto tonen hier hun boetiek-collecties, de vertaling van de haute-couture naar de confectiemode voor het volgend jaar. Daarnaast presenteren kleinere maar zeer exclusieve ontwerpers verdiepingen hoog hun waren; inkopers uit Japan, de Verenigde Staten en Europa graaien in de rekken; de stands met accessoires - tassen, schoenen, sieraden, shawls - strekken zich onafzienbaar uit; en daartussen leven mannequins en dressmen zich met wisselend enthousiasme uit op de nieuwste modellen. Tegelijk met de PROFEM wordt in een kolossaal beursgebouw verderop, de Salon international de l'habillement masculin (de SEHM) gehouden, een beurs met eenzelfde internationale uitstraling, waar herenmode voor de zomer van 1992 wordt verhandeld.

Wat opvalt maar niet verrast bij het merendeel van de dames- en herenkleding is de sobere stijl en klassieke snit. Na een seizoen van teleurstellende verkoopresultaten - te wijten aan de Golfoorlog en een zomer met tropische temperaturen - hebben veel ontwerpers voor veilig gekozen: tijdloze herenkostuums in de bekende donkere tinten, en af en toe een pak van pastel voor de waaghalzen.

Bij de dameskleding is het koloniale verleden een inspiratiebron voor de stilisten van o.a. Tehen, Anvers en Beatrice Cousin. Veel "ecologische' stoffen als linnen, zijde en katoen zijn geverfd in ecru, beige, wit en bruin, en verwerkt tot ultra-korte shorts, getailleerde colberts, enkellange rokken, ruimvallende blouses, en over de heupen hangende tunica's en vesten. Voor de vrouw met een klassiekere smaak blijven de Jacky Kennedy-deux pièces - een kokerrok tot net boven de knie met daarop een getailleerd jasje met geprononceerde schoudervulling - favoriet. Wel zijn de kleuren bont: zuurstokrose, mintgroen, paars en geel. De accessoire die goed bij dergelijke ensembles past is de shawl. Vierkant of rechthoekig, bedrukt met Azteekse motieven, Britse 'Laura Ashley'-bloemetjes of safarikleuren, moet de shawl menig vrouwenhoofd gaan sieren. “Met de shawl om het hoofd geknoopt, wordt iedere vrouw lid van de jetset, en een reiziger in de Orient Express”, belooft de Franse firma Lyon Foulard. Een massale knieval, zo voorspellen bijna alle ontwerpers, zullen de dames de komende zomer voor de op de jaren dertig en veertig geïnspireerde bloemetjesjurk maken. De rok, gemaakt van soepele stof - bij voorkeur zijde of viscose - waaiert wijd uit tot op, of boven de knie. Het lijfje, aan de rok vast gerimpeld, zit niet te strak en is bescheiden gedecolleteerd. Dessins van pioenrozen, vergeet-mij-nietjes en madeliefjes geven de draagster het onschuldige aanzien van een Alice in Wonderland.

Hoe mooi van kwaliteit de gebruikte stoffen ook zijn, hoe stijlvol de kleding is afgewerkt en hoe fraai de kleuren, op den duur lijkt het allemaal op elkaar, en tuttigheid wordt troef. Een welkome afwisseling bieden de jonge ontwerpers, die op de PROFEM en de SEHM aanwezig zijn. Pink Soda uit Londen doet geen concessies aan draagbaarheid of verkoopwaarde, maar toont gemeen gekleurde, met pailletten en kralen bezette leggings, jurken en topjes - alles heel nauw gesneden en agressief bloot. The People of the Labyrinths (uit Nederland) grossieren evenmin in lieftalligheid. Hun groffe tricot-shirten en gerafelde werkmansbroeken zijn bedrukt met heraldische motieven en namen uit de Griekse goden- en onderwereld, en zijn slechts in één maat (XL) te koop. Op de SEHM zijn het vooral de jonge Britse ontwerpers die met trapeziumvormige westernshirts, lycra speelpakjes voor heren en psychedelische overhemddessins uit de toon durven te springen.

Volgens mode-tijdschriften en beursberichten is de trend voor het komende seizoen een "dolle' combinatie van stoffen, patronen en stijlen uit de afgelopen decennia. Alles mag en kan over en door elkaar gedragen worden. Stippels over ruiten over bloemen over strepen. Rood bij paars bij oranje bij groen. Een mix van de jaren dertig, zestig en zeventig. De stiliste van Moroni bevestigt het, en Daniël Hechter benadrukt het, maar een cliché blijft het: dat "de man en vrouw van tegenwoordig' zo bevrijd zijn dat zij zich bij het creëren van hun eigen persoonlijke combinatie niet meer de wet door een modeontwerper laten voorschrijven. Hechter zou zijn beroep ondermijnen als hij meende wat hij zei.