De pot met goud van de natuur- en milieueducatie

Bij de ontwikkeling van het nieuwe vakgebied natuur- en milieueducatie zijn zes ministeries, 55 organisaties op het gebied van natuur en milieu en bijna alle verzorgingsinstellingen van het onderwijs betrokken.

"Heb jij niks? Wil je mijn rups?' Voorzichtig tast Jeroen in zijn jampot en legt hij het beestje in Karins hand. Een paar meter verderop in het bos, gebogen over een omgewaaide boom, bekijken Mathilde en Fatima vol aandacht een kleine spin. Mathilde hanteert de loep en Fatima loopt de naamzoeklijst na. "Hoeveel poten heeft 'ie?' "Ik weet het niet, het is een klein rotbeest, ik kan 'm bijna niet zien.' In de buurt van de mierenhoop heeft Joost "een soort familie van de kleine hooiwagen' gedetermineerd.

Groep acht van de openbare Nicolaas Maesschool heeft natuurwerkweek. Vijf dagen lang krijgen de twee klassen waar de groep uit bestaat op het Apeldoornse landgoed "het Woudhuis' les in de geheimen van de voedselketen. De kinderen komen uit Amsterdam, maar dat verraadt alleen een opmerking als "zijn er ook schorpioenen in het bos?'. Aan enthousiasme ontbreekt het hen niet.

De natuurwerkweek wordt gegeven door de stichting "School in Bos en Landschap', die dit soort weken al sinds 1972 organiseert. Door middel van "ervarend leren' laat de stichting kinderen uit de hoogste klassen van de basisschool kennis maken met de kwetsbare kringlopen in de natuur. "Kinderen weten tegenwoordig wel wat slecht is voor het milieu', zegt projectleider Auke Visser, "maar hoe de natuur werkt, wat er nou precies bedreigd wordt, daarvan zijn ze vaak niet op de hoogte.'

De week begint met een verkenningsdag. Dan volgt een natuurbeheersdag, waarop de kinderen slootjes uitbaggeren en dood hout weghalen, om gevoel voor het landschap te krijgen. Dat was gisteren. Vandaag is het veldbiologiedag en bestuderen de twee klassen met loeps, schepjes, grondboren en natuurgidsen achtereenvolgens de bodem, de bomen, planten en struiken, kleine beestjes en sporen van grotere dieren. Ten slotte volgen nog een dag voor zelfstandig onderzoek en een excursie. Het programma slaat duidelijk aan, het resultaat van negentien jaar ervaring met de snel tanende belangstelling van kinderen. Op "het Woudhuis' worden ze steeds aan het werk gehouden, en elke opdracht is een kleine ontdekkingstocht.

Deze week is het de duizendste natuurwerkweek, wat wordt gevierd met de uitgave van een lespakket onder de titel "Natuurlijk klassewerk'. Het pakket bevat binnen- en buitenlessen en moet onderwijzers er toe brengen ook zonder hulp van "School in bos en landschap' aan veldbiologie te gaan doen. Bijna eenvijfde van de 8.000 basisscholen in Nederland heeft inmiddels op "Natuurlijk klassewerk' ingetekend.

Actie Strohalm

Hiermee lijkt de stichting de voorsprong te vergroten die zij toch al op collega-organisaties had in de strijd rond het nieuwe vakgebied "natuur- en milieueducatie', dat over een paar jaar moet zijn ingebed in een aantal vakken van de basisschool en het voortgezet onderwijs. In de kaderbrief die staatssecretaris Wallage in december over natuur- en milieueducatie aan de Tweede Kamer stuurde, werden de natuurwerkweken van "School in bos en landschap' expliciet aangeprezen. Werkweken en lespakket sluiten naadloos aan bij de doelstelling van natuur- en milieueducatie, die de kaderbrief formuleert als "kennismaking met de waarden en bedreigingen van de levende natuur, en met de effecten van het menselijk handelen op de natuur en het milieu'.

Een kleine voorsprong kan geen kwaad in de dans om de pot met ruim zeventig miljoen gulden die tot en met 1994 voor het nieuwe vakgebied beschikbaar is. Tientallen organisaties, ressorterend onder zes ministeries, maken inmiddels aanspraak op het geld, van verzorgingsinstellingen als het Instituut voor Onderzoek van het Onderwijs en het Instituut voor Leerplanontwikkeling tot organisaties op het gebied van natuur en milieu als de Vereniging tegen Milieubederf in en om het Nieuwe Waterweggebied, de ENFB en de Actie Strohalm.

Natuur- en milieueducatie is een uitvloeisel van de motie Feenstra- Eisma, die het kabinet enkele jaren geleden dwong via het onderwijs serieus werk te maken van een "groter draagvlak' voor een "samenleving gebaseerd op duurzame ontwikkeling'. Besloten werd dat zes departementen een bijdrage aan het nieuwe vakgebied zouden leveren, hetzij door "herschikking van niet aan natuur- en milieueducatie gerelateerde budgetten', hetzij "uit transfer van lopende natuur- en milieueducatie-beleidsprogramma's naar dit plankader'. Ontwikkelingssamenwerking werd voor een paar miljoen gulden minder aangeslagen dan Onderwijs, Landbouw, Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en VROM.

Uit de kaderbrief van Wallage wordt al snel duidelijk tot wat voor versnippering een dergelijke gedwongen samenwerking in de praktijk leidt. Elk ministerie heeft zijn eigen "invalshoek'. Economische Zaken gaat "verkenningen doen naar ontwikkelingen in de milieutechnologie en de implicaties daarvan voor het beroepsonderwijs'. Ook worden daar "projecten opgezet gericht op vergroting van kennis over duurzame energie'. Verkeer en Waterstaat zal een "educatieproject in het kader van het Structuurschema Verkeer en Vervoer in uitvoering nemen'. Ontwikkelingssamenwerking gaat "participeren in projecten waarin de natuur- en milieuproblematiek in de ontwikkelingslanden relevant is'. De opsomming van de diverse plannen beslaat de helft van de vijf pagina's tellende brief.

De touwtrekkerij wordt nog versterkt doordat natuur- en milieueducatie niet voor één, maar voor verschillende sectoren van het onderwijs is bedoeld: het basisonderwijs, het speciaal onderwijs, het algemeen voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. "De inbedding van natuur- en milieueducatie in het onderwijs is een omvangrijke, complexe en ingrijpende innovatie', schrijven een achttal verzorgingsinstellingen verlekkerd in een "indicatief meerjarenplan'. "De innovatie is omvangrijk omdat alle leerkrachten in het basisonderwijs en alle leerkachten voor een groot aantal vakken in het voortgezet onderwijs bereikt moeten worden. De innovatie is complex omdat wat in het ene vak en op het ene moment aan de orde komt in samenhang bezien moet worden met wat op een ander moment in wellicht een ander vak aan de orde komt. En de innovatie is ingrijpend omdat het in natuur- en milieueducatie niet alleen om nieuwe inhouden gaat, maar ook om andere typen doelstellingen en een daarbij behorend didactisch repertoire waar veel leerkrachten nog niet over beschikken.' Werk aan de winkel!

Sturen en evalueren

Om enige samenhang te brengen in de wensen en eisen van ministeries, verzorgingsinstellingen en organisaties op het gebied van natuur en milieu, is mei van dit jaar een "onafhankelijk projectmanagement' aangetrokken, het Scheveningse organisatie-adviesbureau Wierda, Overmars en Partners. Getuige het verzoek om medewerking dat dit bureau een maand later verstuurde aan 55 natuur- en milieuorganisaties, had men daar al snel door dat het geen gemakkelijke opdracht zou worden. Met de nodige understatement constateert Overmars dat "het begrip natuur- en milieueducatie kennelijk wordt gehanteerd in relatie tot een veelheid van ecologische, maatschappelijke en politieke verschijnselen'. Het projectmanagement wordt geadviseerd door een "instellingenoverleg', met daarin vertegenwoordigers van verzorgingsinstellingen, organisaties op het gebied van natuur en milieu, organisaties van ontwikkelingssamenwerking en educatieve uitgeverijen. Namens de zes departementen gaan een "interdepartementale stuurgroep' en een "interdepartementale projectgroep' het geheel "sturen en evalueren'.

Inmiddels ligt in Scheveningen een eerste concept voor een meerjarenplan klaar, op basis waarvan nog deze herfst een "basisinformatiepakket' naar de scholen zal worden gestuurd. Veel van die scholen weten nog niet wat hen boven het hoofd hangt, want na de uitvoerige consultatie van alle betrokken organisaties, was er geen tijd meer om ook nog alle leraren te vragen naar hun ideeën over het onderwerp.

In Apeldoorn is men er intussen van overtuigd een methode te hebben waar het onderwijs baat bij heeft. Er is een wachtlijst voor de werkweken en zei in de zeventiende eeuw Comenius niet al dat "men de mensen zoveel mogelijk moet leren dat zij niet wijs worden door het lezen van boeken, maar door om te gaan met de hemel en de aarde, met de eiken en de beuken'?

In de kantlijnen van het "indicatief meerjarenplan' van de acht verzorgingsinstellingen heeft stafconsulent Hans Smit van "School in Bos en Landschap' verontwaardigd zijn commentaar geleverd. Vooral de opmerking dat natuurwerkweken "in eerste instantie zijn bedoeld voor docenten en scholen die hechten aan een buitenschoolse dimensie van natuur- en milieueducatie' is hem in het verkeerde keelgat geschoten. "Buitenwerk is essentieel!! Kan geen kwestie van toevallige voorkeur zijn!', staat er in groene viltstift naast.

Smit is directeur van een basisschool geweest en weet dat onderwijzers "onmiddellijk weer knikkende knieën krijgen' als je hen herinnert aan de invoering in 1985 van Engels, sociale redzaamheid en geestelijke stromingen. "Bij de invoering van een nieuw vak moeten scholen in de eerste plaats het idee krijgen dat ze het aankunnen.'

"School in Bos en Landschap' heeft Wierda, Overmars en Partners onder meer voorgesteld om nascholing in veldwerk te gaan verzorgen. Ook zouden de veertien jeugdherbergen waar de stichting een beroep op kan doen wanneer op "het Woudhuis' geen plaats is een betere uitrusting moeten krijgen, zodat het echte natuurverblijfcentra kunnen worden. Uiteraard heeft de stichting dan - in ieder geval tijdelijk - meer medewerkers nodig.