"De politieke kaste van sociaal-democraten is een gevaar voor het land'; Nieuwe partij wil Zweden laten lachen

STOCKHOLM, 12 SEPT. Graaf Ian Wachtmeister, de leider van de Nieuwe Democraten, kijkt voldaan naar zijn bontgekleurde stropdas die vreemd afsteekt bij het onberispelijke grijze pak. Een medewerker met een identieke das overhandigt zijn baas een kop koffie. “Mooi hè?”, roept de aristocraat. “Ik heb hem zelf helpen ontwerpen. Kijk, hier zie je een gezin afgebeeld dat goedkoop in een restaurant eet, wat wij propageren. Deze dassen zijn in Taiwan gemaakt. In Zweden kan niemand dat meer.”

De das van de "gekke graaf', zoals hij door velen wordt genoemd, is kenmerkend voor de frisse wind die hij en zijn in februari opgerichte partij door de meestal nogal grijze Zweedse politiek laten waaien. Na een kleine zestig jaar van bijna onafgebroken heerschappij van de Sociaal-Democraten, bestaat er alom onvrede met de wijze waarop de partij van premier Ingvar Carlsson de zaken bestiert.

Niet alleen de traditionele oppositiepartijen kunnen bij de verkiezingen van aanstaande zondag profiteren van deze gevoelens van ongenoegen, er is ook ruimte voor nieuwkomers op het politieke toneel zoals Wachtmeisters Nieuwe Democraten. Jaren nadat er in Denemarken en Noorwegen protestpartijen ontstonden, is nu ook Zweden zo'n groepering rijk.

Wachtmeister en zijn collega-oprichter van Nieuwe Democratie, pretparkeigenaar Bert Karlsson, trappen naar hartelust tegen Zwedens heilige huisjes. Het eens zo befaamde Zweedse sociaal-economische model moet volgens hen overboord. De staat moet niet alles voor de mensen willen regelen, de mensen doen dat zelf wel, is hun credo. De belastingen moeten fors omlaag, de lang gekoesterde neutraliteitspolitiek opgegeven, en er moeten meer kerncentrales - volgens Wachtmeister “prachtige staaltjes van Zweedse technologie” - worden gebouwd. “Men moet weer kunnen lachen in Zweden”, houdt de graaf zijn landgenoten voor.

Openlijk zinspeelt de nieuwe partij op de afkeer van de Zweden van de overwegend sociaal-democratische politieke kaste die het land al zo lang in zijn greep heeft. “Op één na zijn wij geen van allen ooit in de politiek geweest”, zegt Wachtmeister. “Dat is precies wat Zweden nodig heeft, want anders krijg je een politieke klasse met mensen die al vanaf hun geboorte in de politiek zitten. En dat is een gevaar voor de democratie”, aldus de 58-jarige graaf, die zelf carrière heeft gemaakt als zakenman en nu een metaalbedrijf bezit dat luistert naar de grootse naam "The Empire'.

De gevestigde partijen, voorop de Sociaal-Democraten, volgen de Nieuwe Democraten met argusogen. De meesten hebben de nieuwkomer al besmet verklaard en aangekondigd in geen geval een regering met haar te willen vormen. Premier Carlsson duidde de Nieuwe Democraten aan als “rechtse idioten”. Minister van buitenlandse zaken Sten Andersson sprak zelfs van “het monster van Frankenstein”.

Niettemin slaat de nieuwe partij aan bij de Zweden en het moet gek lopen, wil zij bij de verkiezingen de kiesdrempel van vier procent niet halen. Helemaal gerust zijn de leiders nog niet, want na aanvankelijk meer dan tien procent te hebben gehaald in de opiniepeilingen, zijn zij nu weer gezakt tot iets meer dan zes procent.

Een andere partij die een uitstekende kans maakt om voor het eerst in het parlement te komen, is van geheel andere signatuur: de Christen-Democraten. Deze partij werd al in 1964 opgericht, maar slaagde er nimmer in om de vereiste vier procent van de stemmen te behalen. Nu de hegemonie van de Sociaal-Democraten ten einde lijkt, doemen er echter nieuwe perspectieven op. Onder leiding van de gerespecteerde Alf Svensson scoort de partij nu volgens opiniepeilingen ruim acht procent.

“De wind is gedraaid”, constateert internationaal secretaris Mats Odell verheugd. Voor het eerst zal hij nu na jaren van campagne voeren het genoegen mogen smaken om op de banken van de Zweedse Riksdag plaats te nemen en dat vooruitzicht bevalt hem zichtbaar goed. Sterker nog, hij zou wel eens van de regering deel uit kunnen maken. Als de niet-Sociaal-Democraten de algemeen verwachte meerderheid krijgen, zullen de Christen-Democraten zo goed als zeker deelnemen aan een coalitie. Anders dan de Nieuwe Democraten worden zij met hun bezadigde programma, waarin de nadruk op het gezin en het milieu ligt, door de anderen volstrekt niet als paria's beschouwd.

Odell geeft ruiterlijk toe dat zijn partij en de Nieuwe Democraten veel hebben te danken aan de prestatie van de Groene Partij, die er bij de verkiezingen van 1988 als eerste nieuwe partij in zeventig jaar in slaagde om boven de vier procent te komen. “De Groenen boorden een gat in de muur van het parlement voor de nieuwe partijen”, zegt Odell.

Of de groene pioniers zelf zullen terugkeren in de Riksdag, staat zeer te bezien. Volgens de opiniepeilingen niet. “We werden door iedereen als vijanden beschouwd. Ze negeren ons of proberen ons belachelijk te maken”, klaagt het Groene-parlementslid Lars Norberg. “Met twintig parlementsleden van de 349 konden we niet veel uitrichten. Daarom denken veel mensen ten onrechte dat we niets gedaan hebben.” Eerlijksheidshalve geeft Norberg toe dat de Groenen ook nog al eens in het openbaar met elkaar overhoop lagen, hetgeen hun prestige geen goed deed. Bovendien hanteerden zij een systeem van rotatie waardoor bekwame parlementariërs dikwijls het veld moesten ruimen voor minder getalenteerde collega's.

Een andere ongunstige factor voor de Groenen was het verslechterende economische klimaat in Zweden, waardoor de belangstelling voor milieuproblemen, het kernpunt van de Groenen, merkbaar afnam. Voor veel Zweden bleek de interesse voor het milieu een luxe-verschijnsel te zijn.

Een laatste nieuwe partij, de Linkse Partij, is slechts oude wijn in nieuwe zakken. Deze partij ging tot vorig jaar door het leven onder de naam Linkse Partij van Communisten. Die naam werd evenwel na de stormachtige ontwikkelingen in Oost-Europa niet langer opportuun geacht. Het is niet duidelijk of de recente ontwikkelingen in de Sovjet-Unie haar steun, die dit voorjaar nog op zo'n zeven procent van het electoraat stond, heeft geërodeerd.

De Zweedse politiek, die afgezien van enkele rimpelingen zeventig jaar lang een toonbeeld was van stabiliteit, is met een schok in beweging gekomen. Zondagavond zal het land weten hoe diep de scheuren zijn die door het oude vertrouwde systeem lopen.