Conferentie in 1992 niet in VS wegens inreisbeperkingen voor aids-patiënten; "Accent congres ligt op gevolgen aids'

AMSTERDAM, 12 SEPT. De planning was aanvankelijk 1995. In juni van dat jaar zou Nederland gastheer zijn voor ruim 10.000 wetenschappers die zich bezighouden met aids. Twee weken geleden, toen een groepje Nederlandse aidsdeskundigen zich meldde bij de Kamer van Koophandel om de Nederlandse Stichting Aidscongres 1992 in te schrijven, werd echter duidelijk dat Amsterdam mogelijk volgend jaar al aan de beurt is.

Langzamerhand was gebleken dat de Harvard University in Boston van de organisatie moest afzien. Een investering van een niet te begroten hoeveelheid arbeid sinds 1989 verdween als sneeuw voor de zon toen in augustus bleek dat de Amerikaanse overheid niet wilde terugkomen op de herinvoering van inreisbeperkingen voor mensen met het aidsvirus (HIV).

De Immigration Act van 1990 kende alleen nog restricties voor mensen die met open tuberculose de Verenigde Staten in willen. Aids was afgevoerd van de lijst van infectieuze ziekten, die reizen naar het land onmogelijk maakt. Minister Sullivan (volksgezondheid) moest de wet dit voorjaar terugtrekken op aandringen van conservatieve Republikeinen. Hoewel de Amerikanen begin augustus nog de hoop koesterden dat HIV-dragers volgend jaar niet op discriminerende grensbepalingen zouden stuiten, werd half augustus de knoop doorgehakt en verklaarde de Harvard University dat de bijeenkomst niet in Boston kon worden georganiseerd.

“In december vorig jaar was er al een initiatiefgroep die zich boog over de vraag of we het congres naar Nederland zouden kunnen halen. We zijn daar vrij intensief mee bezig geweest”, zegt prof.dr. E.J. Ruitenberg, directeur van het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiediensten in Amsterdam en nu voorzitter van de Nederlandse Stichting Aidscongres 1992. “Daarbij waren eigenlijke alle disciplines betrokken die zich in Nederland met aids bezighouden. Nadat bekend werd dat het Harvard Aids Institute - de organisator van Boston - ervan afzag, heeft de dekaan van de Harvard School of Public Health aan professor Jonathan Mann gevraagd te onderzoeken of het congres in samenwerking met een partner buiten de VS kon worden gehouden. Mann, nu hoogleraar epidemiologie, maar beter bekend als voormalig directeur van het Global Programme on Aids van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO), heeft begin deze maand met een delegatie uit Boston een bezoek aan ons land gebracht.”

“Er waren”, aldus Ruitenberg, “overigens ook andere Europese landen die bereid waren als partner van Harvard op te treden. De delegatie heeft de RAI bekeken en was enthousiast. Het complex bleek volgend jaar bovendien een weekje vrij te zijn, van 19 tot 24 juli. Sinds het bezoek van Mann wisselen we geregeld van gedachten over de inhoud van het congres. De Internationale Aids Society heeft inmiddels met instemming gereageerd op het Nederlandse voornemen. We verwachten dat binnenkort ook de WHO akkoord is”, aldus Ruitenberg.

Prof.drs. E.W. Roscam Abbing, voorzitter van de Nationale Commissie Aidsbestrijding en vice-voorzitter onder Ruitenberg, is niet bang dat de WHO nog een spaak in het wiel zal steken. “In Genève is men uiterst gevoelig voor zaken als discriminatie. Nederland heeft eind mei bij monde van staatssecretaris Simons in Luxemburg zijn EG-collega's aangespoord bij de VS te protesteren tegen de discriminerende regels. Politiek gezien zitten we goed. Bovendien gaan minister Pronk en staatssecretaris Simons hand in hand in hun visie op de bestrijding van Aids. Nederland is na de VS, het Verenigd Koninkrijk en Zweden de vierde donor van de tamelijk armlastige WHO. Dus in alle onbescheidenheid meen ik dat we goed te boek staan in Genève”, zegt Roscam Abbing.

De kosten van de organisatie worden nu geraamd op 13 miljoen gulden. Voor de financiële kant van de organisatie is M. Rook, directeur bedrijfsvoering van de Rijksuniversiteit in Utrecht, bij de stichting betrokken. Bij meer dan 10.000 deelnemers zijn die kosten gedekt. Boston ging er van uit dat 15.000 deelnemers ruim 500 lezingen in vijf dagen zouden aanhoren. Bovendien worden 3.000 deelnemers verwacht die hun onderzoeksresultaten uiteenzetten op zogeheten "postersessies', grote vellen papier waarbij tekst en uitleg wordt gegeven.

Het aantal congresbezoekers is in de loop der jaren sterk toegenomen, nadat in 1985 de eerste internationale aidsconferentie in Atlanta werd gehouden, gevolgd door Parijs, Washington, Stockholm, Montreal, San Francisco en Florence. Gezien de brede aanpak die de Nederlandse organisatie voorstaat lijkt een aantal van 10.000 gemakkelijk haalbaar. Ook de huisvesting van al die deelnemers zal volgens de RAI geen probleem zijn.

De aanpak zoals de Harvard University die heeft voorzien sluit volgens Ruitenberg "naadloos' aan op de visie van de Nederlandse Stichting Aidscongres 1992. “Zonder het wetenschappelijk gehalte van het congres aan te tasten proberen we toch een sterk accent te leggen op de maatschappelijke en politieke consequenties van aids, vooral ook in de Derde Wereld. Het mag dus geen "high tech-aangelegenheid' worden van de geïndustrialiseerde wereld en Japan.” Roscam Abbing: “Het klinkt misschien een beetje aanmatigend, maar misschien zetten we daarmee wel een nieuwe trend.”