Andre Cason op 100 m ook onder 10 seconden

KOBLENZ, 12 SEPT. De helden van Tokio mogen dan vermoeid zijn, in de wedstrijdenreeks na de wereldkampioenschappen, wanneer het grote geld is binnen te halen, worden af en toe zeer aansprekende prestaties geleverd. In Koblenz, waar met een budget van acht ton kon worden gewerkt, sprong gisteravond bijvoorbeeld de Amerikaanse sprintelite er weer eens uit.

Niet Lewis, niet Burrell, die te duur was, maar Andre Cason vestigde op de 100 meter de aandacht op zich onder bepaald niet ideale omstandigheden. Het lid van de gouden 4x100 meter ploeg won in tien seconden precies, maar bleek bij nader inzien al na 9,99 over de finishlijn te zijn gestormd. Dit seizoen waren alleen de eerste zes van de WK-finale, die door Lewis werd gewonnen met een wereldrecord van 9,86, sneller.

Cason had een uitstekende start en kon geen seconde worden bedreigd. De Texaanse atleet ging met een royale voorsprong als eerste over de streep. De marge met zijn landgenoten Dennis Mitchell en Michael Johnson, die als snelste man van dit seizoen op de 400 meter ook liet zien op de korte sprint uit de voeten te kunnen, was bijna een kwart seconde.

Van uitstekend gehalte was ook de verrichting van de Braziliaan Jose-Luis Barbosa op de 800 meter. De vice-wereldkampioen liep zonder tegenstand van betekenis naar 1.44,06. De Amerikaan Ocky Clark gaf bijna twee seconden op hem toe.

Op de 400 meter horden stond de organisatoren in Koblenz een aanval op het wereldrecord van Edwin Moses (47,02) voor ogen. Wereldkampioen Samuel Matete uit Zambia zou ervoor moeten gaan zorgen. De Afrikaan dacht er zelf anders over. Hij vond het beter zijn energie te sparen voor de Ivo van Damme Momorial in Brussel. Het onderdeel werd gewonnen door de Jamaicaan Winthrop Graham, die furieus van start ging en het zich in de slotfase kon permitteren uit te lopen. De tijd was dan ook niet opzienbarend: 48,99.

De Duitse overwinningen kwamen op naam van Lars Riedel en Heike Henkel. De hoogspringster werd met een privéjet naar Koblenz gehaald en faalde niet, maar kwam ook niet zo hoog als ze gewenst had. De wereldkampioene won met 1,99 meter, drie centimeter meer dan haar rivale Babakova. Discuswerper Riedel, die in Tokio als enige Erik de Bruin de baas bleef, had gisteren aan een afstand van 65,46 meter - in zijn laatste poging - genoeg. (ANP-SID-RTR)