Achterstand bij inning van niet betaalde boetes

DEN HAAG, 12 SEPT. Op dit moment staan bij Justitie 130.000 arrestatiebevelen uit wegens niet betaalde boetes. Deze achterstand is veroorzaakt doordat Justitie jarenlang aan de inning van geldboetes geen prioriteit heeft gegeven.

Hierdoor is de bereidheid van de burger om boetes te betalen, na veroordeling door de rechter, sterk afgenomen. In 1983 was nog 65 procent van de veroordeelden bereid om vrijwillig de door de rechter opgelegde boete te voldoen. Vorig jaar was dat percentage teruggelopen tot circa 35 procent.

Dit blijkt uit het gisteren gepresenteerde jaarverslag van de procureurs-generaal. Zij kondigen aan dat de inning van geldboetes zal worden geïntensiveerd. Het openbaar ministerie streeft ernaar om in 1995 ten minste 95 procent van de geldboetes binnen één jaar na het vonnis daadwerkelijk te hbben geïnd.

De geringe betalingsbereidheid van burgers kan volgens het jaarverslag vooral geweten worden aan “het manifeste onvermogen van Justitie, om de dreiging waar te maken dat bij niet betaling of in beslagname van geld of goederen of gevangenisstraf volgt”. Maar ook traagheid in de uitvoering van vonnissen zorgt ervoor dat burgers wachten met betalen van boetes. Bovendien, zo signaleren de procureures-generaal, heeft de parketpolitie, die met de uitvoering van arrestatiebevelen is belast, te kampen met onderbezetting en beschouwen andere onderdelen van het politieapparaat de executietaak als een oneigenlijke politietaak. Daar komt nog bij dat de gemiddelde officier van justitie zich niet interesseert voor de uitvoering van een uitgesproken vonnis. De officier van justitie die daar wel oog voor heeft wordt geconfronteerd met het ontbreken van een behoorlijke beleids- en beheersinformatie over de feitelijke stand van zaken op het parket.

Per jaar worden bijna drie miljoen boetes opgelegd wegens overtredingen. Circa zestig procent hiervan wordt door de politie zelf door een schikking afgedaan. De overige processen verbaal gaan naar het openbaar ministerie. Meestal wordt dan de zaak alsnog geschikt of geseponeerd. In ongeveer 300.000 gevallen, meestal verkeersovertredingen, komt de zaak voor de rechter. Omdat vervolgens maar een op de drie veroordeelden uit zichzelf betaalt, treedt in 200.000 gevallen de politie op.

Maar de capaciteit van de politie, met name in de drie grote steden, is hier niet op berekend. De politie kan jaarlijks maximaal 140.000 boetes innen, dat betekent een ondercapaciteit van 60.000 vonnissen. Daardoor is een achterstand ontstaan.

Justitie verwacht een verbetering van de inning door deze te centraliseren bij het Justitieel Incassobureau in Leeuwarden.