Zwarte kandidaat voor Hof VS wijzigt zijn toon

WASHINGTON, 11 SEPT. Clarence Thomas, de zwarte kandidaat voor het Amerikaanse Opperste Gerechtshof, klonk gisteren aanzienlijk minder conservatief dan in zijn geschriften of eerdere uitspraken.

Bij de opening van de hoorzitting over zijn aanstelling voor de door links-liberalen gedomineerde justitiecommissie van de Senaat, zei Thomas, vroeger loyaal uitvoerder in de regering-Reagan, bij voorbeeld dat hij het natuurrecht op leven van een foetus nooit had aanbevolen.

Senatoren en activisten voor de burgerrechten waren verbaasd. Thomas prees in een toespraak in 1987 een artikel waarin de conservatieve denker Lou Lehrman het onvoorwaardelijke natuurrecht op leven van de foetus liet voorgaan boven het recht op abortus, als “een schitterende toepassing van het natuurrecht”. Gisteren zei Thomas dat hij slechts aan een conservatief gehoor een voorbeeld had willen geven van de toepassing van natuurrecht. Zo wilde hij verder redeneren naar het natuurrecht van de gelijkheid van alle mensen (en dus de ongeoorloofdheid van rassendiscriminatie of slavernij). “Ik wilde gemeenschappelijke grond vinden”, zei hij gisteren.

Thomas is onder president Reagan onderminister voor onderwijs en hoofd van de commissie voor de gelijkberechtiging bij werk geweest. In die laatste functie heeft hij de beroepsmogelijkheden voor degenen die zich gediscrimineerd achtten, aanzienlijk beperkt. Met name beperkte hij het beroep op discriminatie in het geval dat minderheidsgroepen op grond van statistische normen ondervertegenwoordigd zijn in een bepaald bedrijf. Thomas verdedigde zijn standpunt met een uithaal naar de senatoren voor hem. “Ik zie hier alleen blanke mannen tegenover mij, maar dat hoeft niet per se te komen door discriminatie”, zei hij.

De discussie over ongeschreven natuurrecht was ontoegankelijk. De voorzitter van de justitiecommissie, Joseph Biden, wist dat Thomas voorstanders van het economische natuurrecht had aanbevolen. Economisch natuurrecht zou ertoe leiden dat beperkingen door milieuwetgeving of arbeidsvoorwaarden niet mogelijk zijn. Begin deze eeuw hing het Hof deze opvattingen aan en werden wetten tot beperking van de arbeidstijd vernietigd omdat die in strijd waren met de contractsvrijheid. Thomas ontkende dat hij dergelijke standpunten aanhing en zei dat het hem er bij vroegere uitspraken alleen om ging burgerrechten te bevorderen. Zijn filosoferen over natuurrecht was vrijblijvend, stond los van zijn werk en zou geen invloed hebben op zijn fungeren als rechter.

De laatste paar jaar hebben de hoorzittingen voor kandidaten voor het Opperste Gerechtshof zich tot een melodramatisch schouwspel ontwikkeld. Omgeven door een stralenkrans van cameralichten stapte een deskundig door het Witte Huis gecoachte Thomas het Capitool binnen. Daar was een speciale pro-Thomas-demonstratie georganiseerd. In zijn openingsverklaring ging Thomas uitgebreid in op zijn armoedige achtergrond en op de discriminatie die hij als jonge zwarte had meegemaakt. Dat roept schuldgevoelens op en kan de links-liberalen over de streep halen. Het is interessant dat een tegenstander van positieve discriminatie hiervan gebruik maakt. Slikkend van emotie zei hij over zijn jeugd: “Ik heb toegekekend toen mijn grootvader boy werd genoemd en ik heb toegekeken toen mijn grootmoeder niet van de wc gebruik mocht maken.”

Dergelijk televisiespektakel is in sterk contrast met vroeger tijden. In 1939 wachtte de door president Roosevelt voorgedragen kandidaat voor het Opperste Gerechtshof, William O. Douglas, voor de ingang van de kamer van de commissie van justitie. Door een bode liet hij vragen of de heren senatoren wat wilden weten. Het antwoord luidde ontkennend. Latere kandidaten werden wel gehoord maar nauwelijks scherp ondervraagd. Nu gaat het harder toe. De door president Bush en zijn voorganger voorgedragen kandidaten hebben vaak conservatieve standpunten die wel stroken met de agenda van de Republikeinen maar niet met de opvattingen van de meeste Amerikanen. De Democratische meerderheid van de Senaat wil als waakhond fungeren, maar dat valt niet mee.

De kunst voor de Democratische oppositie is om de kandidaat op een aantal uiterst conservatieve uitspraken te betrappen. Voor de kandidaat gaat het erom zoveel mogelijk ontwijkende antwoorden geven. Bij de vorige kandidaat van president Bush, rechter David Souter, is dat het afgelopen jaar gelukt. Souter, een droogstoppel vergeleken bij Thomas, had als enig georkestreerd emotioneel moment zijn advies aan een zwanger meisje, toen hij studentenmentor was aan de Harvard-universiteit. Verder beperkte hij zich tot technisch juridische uitspraken, waarmee hij de senatoren overdonderde. Afgelopen jaar stemde hij met de meerderheid van het Hof voor een regel die het aan artsen in federaal gesubsidieerde klinieken verbood bij zwangerschap abortus te suggereren.

Verscheidene senatoren, onder wie de Republikein Arlen Spector, toonden zich gisteren teleurgesteld over de vaagheid van de hoorzittingen over Souter en zeiden dat ze duidelijkere antwoorden willen hebben van Thomas. Senator Leahy verlangde gisteren niets minder dan een ondubbelzinnig standpunt over de abortuszaak Roe versus Wade. Thomas zei dat hij zich niet van te voren in abstracte standpunten kon vastleggen, omdat alle gevallen weer anders zijn. Als Thomas een goede vertoning geeft voor de televisie, zal het senatoren moeilijk vallen om tegen hem te stemmen. Alle tienduizenden pagina's documentatie en verzamelingen van omstreden uitspraken baten dan niet. Tot nog toe heeft Thomas geen fouten gemaakt.

Thomas is onder zwarten een buitenbeentje. Door zijn donkere huidskleur werd hij het meest gediscrimineerd door zwarten zelf, die de voorkeur geven aan een zo licht mogelijke teint. Hij bezocht hoofdzakelijk blanke instellingen en universiteiten, waar hij overigens ook werd gediscrimineerd en hij is met een blanke vrouw getrouwd. Hij heeft zich altijd en ook gisteren tegen rassendiscriminatie uitgesproken en hij prees gisteren burgerrecht-symbolen als Martin Luther King en de onlangs opgestapte links-liberale opperrechter Thurgood Marshall.

Als Thomas een opportunist is die in het belang van zijn carrière loyaal zijn meesters diende, is zijn toekomst in het Opperste Gerechtshof onvoorspelbaar. Als 43-jarige heeft hij een lange tijd te gaan in het Hof, waar hij aan niemand verantwoording schuldig is.

Als Thomas conservatief blijft en in het Hof dergelijke standpunten inneemt, zou dat kunnen leiden tot het ongedaan maken van de uitspraak Roe versus Wade, waarin het recht op abortus wordt erkend. In dat geval komt abortus midden in het politieke strijdperk. Voor conservatieve Republikeinen is dat niet gunstig omdat de meerderheid van de Amerikanen abortus als een recht van de vrouw ziet. Dan hebben de Democraten baat bij de benoeming van Thomas.