"Zakelijker relatie nodig met Afrika'

PARIJS, 11 SEPT. - De slechte verhoudingen tussen donorlanden en Afrikaanse ontvangende landen moeten doorbroken worden.

Het gaat niet langer uitsluitend om het geven van hulp maar in de toekomst moeten Noord en Zuid elkaar op een meer zakelijke manier kunnen aanspreken over toegang tot markten, redelijke prijzen, het schuldenvraagstuk en particuliere investeringen. Afrika zelf zal meer aandacht moeten besteden aan handelsstromen tussen de landen onderling en economische samenwerking.

Dat was de slotconclusie van de deelnemers aan de tweede conferentie van de Global Coalition for Africa (GCA), een informeel forum van Afrikaanse politici en vertegenwoordigers van donorlanden en internationale hulporganisaties in Parijs. Volgend jaar komen de deelnemers in Kampala bijeen. Dan wordt ook een nog op te stellen rapport van een nieuwe subcommissie besproken over de kwaliteit van openbaar bestuur en de relatie tussen ontwapening, democratie en ontwikkeling.

Die commissie onder leiding van de president van Botswana, Quett Masire, zal moeten onderzoeken hoe Afrikaanse democratische instituties kunnen worden verbeterd, waarbij specifieke Afrikaanse culturele tradities worden benut. Daarnaast moeten methoden worden gevonden om de bevolking in haar geheel meer bij het ontwikkelingsproces te betrekken en particuliere investeringen aan te moedigen. De goederen die van de hulp moeten worden gekocht zouden niet alleen in de donorlanden maar ook in Afrika zelf moeten worden aangeschaft.

De minister van Financiën van Ghana, K. Botchwey, moet een speciaal onderzoek leiden naar de resulaten van economische aanpassingsprogramma's in verschillende Afrikaanse landen. Op die manier kan Afrika beter in staat worden gesteld zelf meester te blijven over die programma's, die tot nu toe werden opgesteld door de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds.

De uitwisseling van ervaringen kan Afrikaanse landen ervoor behoeden dat klakkeloos systemen en programma's worden overgenomen die onvoldoende aansluiten op de mogelijkheden ter plekke. Bovendien kan expertise uit Afrikaanse landen zelf beter worden benut en kunnen Afrikaanse deskundigen met meer succes instaan voor ontwikkeling van hun continent en blijven zij niet aan de zijlijn staan.

Van de vijfhonderd miljoen Afrikanen die ten zuiden van de Sahara leven, verkeren honderdzestig miljoen op de rand van het bestaansminimum en een deel van hen in direct levensgevaar. Dat aantal zal volgens R. McNamara, oud-president van de Wereldbank, groeien door het hoge geboortecijfer. “Die getallen moeten iedereen schrik aanjagen maar toch ben ik optimistisch. Want hier in Parijs klonken niet meer de oude verwijten van imperialisme maar waren de Afrikaanse landen bereid om samen met de donorlanden te bespreken hoe de verbetering van het openbaar bestuur zowel in de Afrikaanse landen als internationaal kan bijdragen aan ontwikkeling. Het ging hier vrijmoedig over zaken die tot voor kort op dit soort conferenties taboe waren: pluralisme, corruptie, wapenaankopen (de Derde wereld in zijn totaliteit besteedt daaraan vierhonderd miljard gulden), democratisering en mensenrechten.”

McNamara pleitte ervoor dat Afrika volgend jaar extra hulp krijgt ter waarde van 18 miljard gulden plus nogeens 14 miljard om een deel van de rente te betalen op de uitstaande totale buitenlandse schuld (320 miljard gulden) van de landen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Besparingen in die landen zelf moeten toenemen van 13 procent naar 18 procent van het Bruto Nationale Produkt om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen.

President Mazire, de voorzitter van de bijeenkomst, toonde zich verheugd dat de tijd van beschuldigingen over en weer is afgesloten. “Meer en meer worden de problemen van Afrika gezien als een zaak die de gehele mensheid aangaat. Dat is op zich winst.”