VNO hekelt gebruik van heffing op brandstof als "melkkoe'

DEN HAAG, 11 SEPT. Het kabinet gebruikt de brandstofheffing die per 1 januari 1992 wordt verhoogd als "melkkoe'. De opbrengst van deze bestemmingsheffing wordt niet gebruikt om het brandstofverbruik terug te dringen. Dit is “werkelijk onaanvaardbaar”. Dit zei voorzitter A. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) vanmorgen op een persconferentie.

De brandstofheffing moet in 1994 2,2 miljard gulden opbrengen, waarvan industrie en diensten 1,2 miljard moeten bijdragen. Dit jaar betalen deze twee sectoren aan brandstofheffingen 500 miljoen gulden. De kosten voor de industrie zullen tussen 1991 en 1994 stijgen van 250 naar 800 gulden, waarbij vooral de kosten voor de chemie sterk zullen stijgen (van 80 naar 300 miljoen). Rinnooy Kan verweet het kabinet dat het heeft nagelaten de economische gevolgen van de hogere brandstofheffing in kaart te brengen.

Het kabinet wil bovendien per 1 januari 1993 regulerende brandstofheffingen introduceren. De opbrengst daarvan zou volgens minister Kok (financiën) in het jaar 2000 kunnen oplopen tot meer dan 8 miljard gulden.

Het VNO is niet principieel tegen zulke heffingen, die niet tot doel hebben milieubeleid te financieren (zoals bestemmingsheffingen) maar het gedrag van producenten en consumenten pogen te veranderen. Maar dan moet wel vast staan dat hogere energieprijzen inderdaad het gewenste verbruikseffect hebben, dat internationaal (ook buiten de EG) soortgelijke maatregelen worden genomen, en, vooral, dat de hogere brandstofheffing wordt gecompenseerd met lastenverlagingen elders.

“We moeten oppassen voor een lastenverzwaring. Nu al krijgen we signalen van onze achterban dat hogere brandstofheffingen de investeringscondities in Nederland, in het bijzonder voor multinationale ondernemingen, aanzienlijk zullen verslechteren”, betoogde Rinnooy Kan. Het kabinet mag volgens hem niet vooruitlopen - “zoals minister Kok nu blijkbaar wil” - op het rapport van de commissie-Wolfson over milieuheffingen dat eind dit jaar verschijnt.

De VNO-voorzitter veegde eveneens de vloer aan met de kabinetsplannen met de gezondheidszorg. Het kabinet wil het huidige stelsel - dat bestaat uit een verplichte ziekenfondsverzekering plus een particuliere ziektekostenverzekering plus een publiekrechtelijke ziektekostenverzekering plus de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) - voor 95 procent vervangen door een zorgverzekering voor iedereen. Daarbij is 82 procent van de premie afhankelijk van het inkomen en wordt 18 procent nominaal geheven.

Deze veranderingen zorgen volgens Rinnooy Kan niet voor kostenbeheersing - zoals het kabinet beoogt -, terwijl daarnaast de collectieve lasten zouden stijgen (met meer dan 10 miljard gulden in totaal, inclusief de nominale premiestijging van 1,3 miljard gulden) en een groot deel van de Nederlandse bevolking koopkrachtverlies zou lijden. Het VNO ziet liever het huidige stelsel gehandhaafd, onder meer omdat de kosten van de gezondheidszorg in Nederland de laatste decennia minder snel zijn gestegen dan het bruto nationaal produkt.