Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en Universele; Op zoek naar de Waarheid

Voorstelling: We liegen door De Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en Universele. Scenario, regie, decor en spel: Johan Dehollander, Dirk van Dyck, Ryszard Turbiasz. Muziek: Ryszard Turbiasz. Gezien: 10-9 De Brakke Grond Amsterdam. Te zien aldaar t-m 14-9.

Sinds de oprichting in 1989 van de Vlaamse Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en Universele zijn Dirk van Dyck, Johan Dehollander en Ryszard Turbiasz met niet aflatende energie op zoek naar de Waarheid en de Eenheid van de Werkelijkheid. Na Marche funèbre pour chat en Een man alleen is in slecht gezelschap omschrijven ze ook We liegen als een nieuwe bijdrage tot de oplossing van het wereldraadsel. Dat impliceert dat ze met ieder programma een stap dichter bij de definitieve onthulling komen, maar de werkelijkheid is - of is dat hier een te beladen woord? - dat zij er net zo min iets zinnigs over kunnen zeggen als wij.

Gelukkig maar dat hun discussies ons niets wijzer maken over het leven: waar zou De Vereniging het nog over moeten hebben als het wereldraadsel was ontraadseld? Zolang de Waarheid duister blijft en de vraag naar de Eenheid van de Werkelijkheid een dubieuze is, kunnen de drie heren zich onderdompelen in de Bron van Verwondering en kan het publiek zich daaraan laven. Het is immers een opwindende gewaarwording dat theater over de zingeving van het bestaan tot zo weinig nieuwe inzichten leidt en tegelijk op zo meeslepende wijze de hersenen in werking zet. De combinatie van ernst en frivoliteiten, van (quasi-)diepzinnigheid en gebrek aan pretenties - dat is wat de optredens van De Vereniging zo onweerstaanbaar maakt.

Zoals de titel al aangeeft is in We liegen het onderzoek naar de Waarheid gekoppeld aan dat naar de Eerlijkheid. Liegen we als we zeggen dat we liegen; kan een theatervoorstelling eerlijk zijn; is Dirk van Dyck oprecht als hij als vrouw verkleed opkomt? Johan Dehollander stuurt ons oordeel als hij vertelt dat deze vrouw weduwe is, 39 jaar en dochter van een collaborateur, terwijl hij intussen de pruik van Van Dycks hoofd trekt. Het is maar een van de vele momenten waarop de acteurs de toeschouwer aan het denken proberen te zetten, zonder dat met zoveel woorden te zeggen.

Allerlei onderwerpen, van banaal tot filosofisch, worden daarbij kortstondig aangeroerd. Op een niet na te vertellen manier springen ze van het ene thema naar het andere, zelfs Tsjechov komt er nog aan te pas: zo spelen Van Dyck en Dehollander een scène na uit Het huwelijksaanzoek waarin een landeigenaar en de dochter van een andere landeigenaar twisten over de kwestie aan wie een zeker weitje toebehoort. Wellicht liegt één van beiden, maar de waarheid is niet te achterhalen.

De voorstelling lijkt een verzameling losse invallen, onverwacht, absurd en komisch en waarin ook nog plaats is voor muziek van Turbiasz. Aan het slot wordt de toon ernstig. De heren zitten aan een langwerpige rommelige tafel waar ze de presidenten en koningen van verschillende landen per ansichtkaart de revolutie verklaren. Zij drieën, de nieuwe regeringsleiders van een nieuwe wereldorde, vaardigen decreten uit om hun normen bekend te maken, maar ook zij blijken niet onmiddellijk pasklare oplossingen te hebben voor alle vragen en problemen. Somber en zwijgend blijven ze zitten tot de muziek verstomt en het licht uitgaat.