"Toestand Sri Lanka verslechtert'

LONDEN, 11 SEPT. Het Sri-Lankese leger en Tamil-separatisten hebben de afgelopen maanden duizenden burgers gedood, aldus de mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een vandaag uitgegeven rapport. De toestand in Sri Lanka verslechtert, stelt Amnesty.

Een onderzoeksploeg van Amnesty die eerder dit jaar Sri Lanka heeft bezocht, is teruggekeerd met bewijzen van wijdverbreid gewelddadig optreden door zowel het leger als de guerrillastrijders van de Bevrijdings Tijgers van Tamil Eelam, de zogeheten Tamil-Tijgers die sinds 1983 vechten voor een eigen staat voor de Tamil-bevolking van het eiland. Tamils vormen 18 procent van de 17 miljoen inwoners van Sri-Lanka.

“Mensen die worden verdacht van banden met de Tamil-guerrillastrijders zijn gearresteerd, neergeschoten, gestoken, doodgehakt of levend verbrand door de regeringstroepen”, meldt Amnesty. Het schat het aantal dodelijke slachtoffers van het leger in de afgelopen maanden op duizenden. “Hele families, van baby's tot dorpelingen van in de zeventig, zijn in de afgelopen maanden door het leger gearresteerd, zijn verdwenen of zijn in gevangenschap gedood.” Amnesty noemt het voorbeeld van 160 mensen, van jong tot oud, uit vier dorpen in het district Batticaloam, die naar een legerkamp zijn afgevoerd en van wie sindsdien niets meer is vernomen.

Maar de guerrillastrijders doen in gewelddadigheid niet voor het leger onder. Zij hebben honderden burgers “geëxecuteerd” - zowel Sinhalezen en moslims als Tamils die ze van verraad beschuldigen. Veel van hun gevangenen zijn gemarteld.

Amnesty vindt echter dat de regering de plicht heeft haar burgers te beschermen tegen wreedheden door het leger, ongeacht de wreedheden begaan door de guerrillastrijders. Daarbij wijst de organisatie op een incident in juni, toen regeringsmilitairen, woedend door een aanslag waarbij twee soldaten de dood hadden gevonden, een bloedbad aanrichtten waarbij zeker 67 dorpelingen de dood vonden. (Reuter, AP)