Snuivende stieren en ronkende teksten in Picasso-film

Het verhaal wil, dat Pablo Picasso ergens in het begin van de jaren vijftig op zijn verjaardag een potje Amerikaanse inkt cadeau kreeg. De inkt bleek, zowel bij doek als papier, prachtig door te drukken, dus aan de achterzijde een helder spiegelbeeld te geven van wat hij aan de voorzijde tekende of schilderde.

Toen hij dit ontdekt had, belde Picasso de filmer Henri-Georges Clouzot op. Picasso wist dat Clouzot van plan was een documentaire over zijn werk te maken en hij wist nu ook hoe die documentaire er uit zou moeten zien: door de camera op te stellen achter het doek of papier waarop Picasso met de Amerikaanse inkt aan het tekenen was, kon elke lijn die hij trok, het hele tekenproces, geregistreerd worden zonder dat hijzelf in beeld was. Zo geschiedde. Het resultaat was de film Le Mystère Picasso (1956). Ik zag deze film enkele maanden geleden in Parijs. Anderhalf uur lang vliegt de punt van Picasso's tekenstift (of het penseel) over het papier. Picasso tekent een vis, die vervolgens verandert in een haan en die haan neemt in enkele seconden de gedaante van een theepot aan. Af en toe is Picasso zelf aan het woord: “Als ik begin, heb ik geen idee wat mijn hand gaat doen”. En dan begint hij weer: met een paard, een clown of een liggende vrouw waarvan hij het hoofd honderdmaal verandert, net zo lang tot uit zijn mond het onverbiddelijke: "fini' klinkt en hij aan een nieuw vel begint. Le Mystère Picasso is een onvergetelijke film, geknipt voor televisie. Het is dan ook jammer dat de KRO vanavond niet deze, maar een andere Picasso-documentaire uitzendt: Picasso, zijn levensverhaal en levenswerk, in 1987 gemaakt door Didier Baussy met commentaar van Waldemar Januszczak.

Baussy maakte een schools opgezette film, waarin Picasso's schilderijen het verhaal van zijn leven moeten vertellen en tegelijk de ontwikkelingen in zijn werk weergeven. Net als in Le mystère Picasso komt ook in deze documentaire de schilder zelf nauwelijks in beeld. We zien de blauwe, de roze en de kubistische periode, de invloed van de Afrikaanse primitieve kunst, Picasso's terugkeer naar de klassieken, zijn surrealistische strandscènes uit de jaren dertig, zijn "plastische poëzie' uit de jaren vijftig, we zien de Guernica en talloze andere doeken, maar wat we vooral zien in deze film is Picasso's fascinatie voor het stierengevecht. Zijn tauromanie is de rode draad door de film, die dan ook begint en eindigt met woest stieregesnuif. De matador wordt als Picasso's alter ego ten tonele gevoerd, de schilderijen hangen aan stalen arenahekken die steeds weer met donderend geraas dichtschuiven en tot vier keer toe worden met speren doorkliefde, stervende stieren getoond. Het zijn weerzinwekkende beelden die kennelijk voor sensatie moeten zorgen, alsof Picasso's werk op zichzelf niet opzienbarend genoeg is. Natuurlijk was de stier van het begin af aan een belangrijk thema in zijn kunst, maar het was zeker niet het enige en het gaat te ver om zijn hele leven hieraan op te hangen.(En wie zich zo op Picasso's stieren blindstaart, mag toch zeker de mooiste stierekop aller tijden, gemaakt van een fietszadel en -stuur niet overslaan!)

De sensatiezucht waar deze film aan lijdt, uit zich ook in ronkende teksten ("Nooit eerder was het beeld der vrouw met zoveel wreedheid uiteengerukt') en een opdringerig, soms belachelijk geluidsdecor: behalve snuivende stieren en opzwepende Spaanse klanken horen we bijvoorbeeld sabbelende baby's als Picasso's kroost ter sprake komt. Maar gelukkig trekken de schilderijen die we te zien krijgen zich van al deze bombarie niets aan.

Picasso, Ned. 1, 21.55-23.20u.