"Poolse voetbal kan een opsteker wel gebruiken'

EINDHOVEN, 11 SEPT. Andrzej Strejlau knikt zorgelijk, trekt zijn mondhoeken naar beneden, krult ostentatief het grijze borsthaar dat tussen zijn openhangende spijkerblouse naar voren springt. Ja, zegt de bondscoach van het Poolse voetbalelftal dat vanavond tegen Nederland oefent, hij voelt zich regelmatig voor een "mission impossible', een onmogelijke opgaaf, gesteld. Het binnenlandse voetbal is verziekt door combines van bestuurders. De betere spelers zoeken heil en rijkdom in het buitenland.

De Poolse voetballers die vijf jaar geleden in het veld kwamen tegen Oranje, speelden nog allemaal in de Poolse competitie. Zbigniew Boniek, destijds sterspeler van AS Roma, werd niet eens opgeroepen. Hij had zich door zijn vertrek naar Italië “buiten de Poolse voetbalfamilie” geplaatst.

Inmiddels is de voetbalfamilie uit elkaar gevallen en verwaaid met alle winden. Van de vijftien geselecteerde voetballers spelen er tien in het Westen, over zeven landen verspreid. De PZPN, de Poolse voetbalbond, heeft nog wel geprobeerd om de uittocht te keren. Nadat Polen zich niet wist te kwalificeren voor de Europese kampioenschappen in Duitsland en de Olympische Spelen in Zuid-Korea, werd de grens voor voetballers zelfs tijdelijk gesloten. Maar nadat het IJzeren Gordijn was gevallen en Polen zich vol overtuiging had bekend tot de vrije markt, was er geen houden meer aan.

Andrzej Strejlau zegt dat de vrije beweging van mensen en goederen misschien op den duur wel een zegen voor de bevolking kan zijn, op korte termijn is ze schadelijk voor het Poolse voetbal. De beste spelers trekken weg, en hij kan ze geen ongelijk geven. Tenslotte moeten ze hun brood verdienen met de sport en in het Westen lokt het grote geld. Gevolg is wel dat het niveau van het Poolse competitievoetbal onvermijdelijk terugloopt. Bij-effect is ook dat het aantal toeschouwers afneemt. Volgens Strejlau komt dat niet alleen door de kwalitatieve leegloop, maar ook door voetbalvandalisme en de economische situatie in Polen. “We zijn een land met Westerse prijzen en Derde Wereld-lonen.”

Dat is het onvrije van die vrije Europese markt, vindt Strejlau: ze werkt maar één kant uit. Ze is alleen maar vrij voor hen die over geld beschikken. Een Italiaanse club kan elke speler kopen. Een Duitse club kan elke speler krijgen. Een Poolse club? Die kan alleen maar spelers slijten. Hoewel ook daarin verandering begint te komen. Verschillende Poolse clubs hebben Russische spelers aangetrokken. Wie arm is, zoekt zijn toevlucht bij wie nog armer zijn.

De Poolse bondscoach wil niet klagen. Hij weet ook best dat zijn collega's in Denemarken, Tsjechoslowakije en Joegoslavië met hetzelfde manco kampen. Daarbij ziet hij ook nog wel voordelen in de huidige, penibele Poolse voetbalsituatie. De Poolse topvoetballers keren na hun carrière misschien weer terug naar Polen, waar ze als trainers hun opgedane ervaring zouden kunnen ventileren. Verder geeft de grote uittocht van ervaren spelers extra ruimte aan jonge talenten. Om te voorkomen dat ook zij direct naar het buitenland stromen, moet voor spelers van onder de 24 een minimum transfersom van een miljoen dollar worden betaald.

Andrzej Strejlau is ruim twee jaar geleden aangesteld als trainer van het nationale elftal, maar hij vindt die taakomschrijving eigenlijk misplaatst. “Hoe kun je spelers nu trainen als je ze maar enkele keren per jaar een of twee dagen bij elkaar krijgt? Ik ben alleen maar een soort manager. Ik selecteer de spelers.”

Zelfs dat is niet eenvoudig want hij ziet de uitlandige Polen bij hun clubs nooit spelen. Daarom kan hij weinig anders doen dan vertrouwen op het advies van de clubs. Daarom informeert hij af en toe bij Polen in betrokken landen. En hij belt natuurlijk met de spelers: “Je gaat er vanuit dat ze professioneel genoeg zijn om de waarheid te vertellen, dat ze eerlijk zeggen of ze geblesseerd zijn of uit vorm. Zo kom je soms tot foute keuzes. Dat is onvermijdelijk.”

Poolse sportjournalisten zeggen dat het voetbal in Polen niet alleen kampt met geldtekort en leegloop, ze zeggen dat de nationale competitie ook zucht onder de terreur van de "Dzialacze', de "bobo's'. Clubbestuurders zouden zich schuldig maken aan zwendel en manipulatie. Winst of nederlaag zouden vaak al van tevoren zijn bepaald.

Strejlau noemt dat beeld voorzichtig “te zwartgallig”. Hij wil niet ontkennen dat er misstanden heersen in het Poolse competitievoetbal. Maar hij zegt dat alleen “sommige delen” zijn aangetast. “Niet het hele voetbal is verziekt.” Wel voegt hij daaraan toe dat zijn werk als bondscoach er in zo'n slangekuil “niet makkelijker” op wordt.

Hij betreurt het bij voorbeeld dat een poging om het aantal clubs in de Poolse eredevisie met twee te verminderen, is gestrand op sabotage van zuid-Poolse clubbestuurders. Door hun manipulaties wordt de Poolse eerste liga nu met twee clubs uitgebreid. “Een slechte beslissing”, zegt de Poolse bondscoach. “De kwaliteit van het voetbal zal nog verder worden verdund.” Hoe het toch zover kon komen? “Door specifieke belangen van clubs.”

Desondanks hoopt Strejlau dat het Poolse nationale elftal zich eindelijk weer eens zal weten te plaatsen voor een groot internationaal toernooi na zijn afwezigheid in Italië (WK) en Duitsland (EK). De ploeg heeft kwalificatie voor de Europese titelstrijd volgend jaar in Zweden nog steeds in eigen hand. Na vier wedstrijden in de voorronde hebben de Polen vijf punten verzameld, evenveel als de Ieren, één minder dan de Engelsen, terwijl de Turken op nul zijn blijven staan. Polen speelt de komende maanden de laatste twee wedstrijden tegen Engeland en Ierland op eigen bodem. Strejlau doet niet aan koffiedik-kijken. Hij zegt alleen maar: “Het Poolse voetbal zou wel een opsteker kunnen gebruiken.”

De NOS-televisie zendt vanavond de oefeninterland tussen Nederland en Polen rechtstreeks uit. De reportage op het derde net begint enkele minuten voor acht uur. De KNVB gaf daarvoor toestemming, hoewel er gisteravond nauwelijks 10.000 toegangskaarten waren verkocht. De verwachting is dat er vandaag nog 5.000 belangstellenden bijkomen.