Polderconservatisme (1)

De meeste debatten in Nederland zijn chronisch. Neem de Winkelsluitingswet, die vandaag en morgen op de agenda van de Tweede Kamer staat.

Deze hoeksteen van de beschaving dateert oorspronkelijk van 1930, met groot onderhoud in 1976 en een reparatie in 1984. Zo snel snuiven regering en parlement de tijdgeest op dat de wet er nu al weer aan moet geloven: de winkels mogen, als alles doorgaat, straks een heel half uur langer open blijven! Hoezee, de vlag uit (maar voor zonsondergang binnenhalen).

Nederland ziet zichzelf graag als een internationaal georiënteerd land. Zieligheid in den vreemde wordt door onze regio-deskundigen met een zekere gretigheid onderkend en door middel van een verontwaardigde reportage of een tv-inzameling van onze goede wensen voorzien.

Bekijken of elders dingen soms beter gaan, is geen markant onderdeel van de nationale traditie. Verwijzingen naar positieve situaties in andere landen worden hier vaak afgedaan met het sociale harmonie-lachje: alles is hier zo uniek geregeld dat de vergelijking niet opgaat.

Dat wordt bijvoorbeeld al jaren gezegd door degenen die beslissen over de tijd van de dag waarop u iets mag kopen of verkopen. Op vakantie hebt u heel prettig 's avonds nog stokbrood gehaald, maar dat was vast in het zuiden. Alles is daar anders, ze slapen tussen de middag en met de gerechtigheid is het er droef gesteld. Wij eten gelukkig minder knoflook en hebben in goed overleg met de sociale partners flexibele winkeluren vastgesteld die rekening houden met de belangen van werknemers, kleine winkelier en grootwinkelbedrijf.

En dan gaat het luik weer voor de discussie. Het prettige voor de helden van de Op Tijd aan Tafel-beweging is dat zij veilig achter de dijk zitten en met Europa '92 niets te maken hebben. Als u 's avonds onverwachts gasten krijgt, rijdt u niet even naar Antwerpen of Londen om wat brood en sla bij te halen. Misschien woont u in een paar erkende grensdorpen zoals Baarle-Nassau, Sluis, Putte en Hulst, die jaren geleden een status aparte wisten te versieren. Of u woont in een oord van zonde en toerisme waar oogluikend wel eens iets te koop is als het eigenlijk niet mag. Zo niet, dan heeft u pech of een diepvries.

De dramatische beslissing waar de Kamer nu weer voor staat is niet in een onbewaakt ogenblik voorbereid. Volgens de regels van de overlegeconomie is de Sociaal Economische Raad in 1984 om advies gevraagd. Dat kwam, exact twee jaar later, en hoe. De Raad kwam met niet minder dan vier standpunten, die elkaar goeddeels uitsloten. Openingsschema's rijp en groen, waarbij soms ook de avond en zelfs de nacht tot één uur werden meegerekend.

In 1985 had het Kamerlid Groenman (D66) een initiatiefwet ingediend om de winkelsluiting door de week van 18.00 op 19.00 uur te brengen. Dat werd in juni '88 (!) door de Kamer verworpen, waarna staatssecretaris Evenhuis (midden- en kleinbedrijf) de knoop doorhakte. Hij stelde voor de mogelijkheid van middag-avond-winkels te openen. Huiver bij de OTT-beweging.

Minister Andriessen heeft na zijn aantreden eind '89 dat ontwerp terug in de kluwen van belanghebbenden (organisaties van grote en kleine winkeliers, vakbonden, Consumentenbond) geworpen. Hij schenkt het land nu het compromis dat deze rattenkoning hem heeft aangereikt, zonder de pretentie dat het een baanbrekend voorstel is.

Meer zit er niet in. In de Memorie van Toelichting erkent de minister dat de maatschappij intussen aanzienlijk is veranderd. Maar hij legt zich neer bij een coalitie van vakbeweging, kleine winkeliers en christelijke politici die de zaak potdicht houdt. Alleen SGP en GPV komen eerlijk voor hun betuttelende opvattingen uit. Die verwijten de minister dat hij met het extra halve uur en de andere kruimeltjes verruiming “kritiekloos tegemoet komt aan de toenemende koopbehoefte” van het Nederlandse volk.

Kopen blijft zondig. De andere conservatieve krachten in dit kleine polderdrama zoeken het in een keur van halfgebakken argumenten. De arme werknemers hebben volgens de Dienstenbond geen tijd meer voor "kroost, sport en studie' als de winkels een half uur langer open zijn. Het CDA-programma staat geen enkele wijziging toe. De PvdA stelde zich in de schriftelijke behandeling voorzichtig op door te erkennen dat “de maatschappelijke ontwikkelingen nog niet zijn uitgekristallisseerd.”

Wanneer is de maatschappij dat wel? Waar al deze winkeldochters van het corporatisme nooit naar verwijzen is de andere manier waarop hun eigen leden en achterban zijn gaan leven. Talloze studies, bijvoorbeeld Tijd komt met de jaren, het tijdbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 1990, laten zien dat Nederlanders in steeds kleinere gezinnen wonen. Miljoenen wonen alleen of met z'n tweeën, met één ouder, of met twee werkende volwassenen.

Daar zijn ook kerkgangers en vakbondsleden bij, die op andere tijden werken dan van 9 tot 5, en de ijskast delen met partners b.b.h.h. Het SCP rekent voor dat steeds meer mensen ingewikkelde logistieke afspraken moeten maken om huishouden, werk, kinderen en eventuele zorg voor andere naasten binnen één dag te combineren. Allemaal geen nieuws. Hoogstens verbluffend dat de Hollandse overlegdictatuur dit blijft negeren. Iedereen kan bedenken dat files mede een gevolg zijn van de uiterst gelijkvormige begin- en eindtijden van werken en winkelen. Het asfalt en het openbaar vervoer zouden gelijkmatiger gebruikt worden als ons niet door een onzichtbare hand werd voorgeschreven wanneer wij dienen te reizen, te koken en met ons vrijwilligerswerk te beginnen.

Wat een verademing was het de afgelopen weken boodschappen te doen in Amerika, waar de van oudsher ruim opengestelde 7-Eleven-winkels wijd en zijd zijn ingehaald. De openingstijden hangen over het algemeen af van de plaats en de taxatie van de ondernemer. In staten van west tot oost zijn grote en kleine winkels open op tijden dat mensen wakker zijn, kennelijk 24 uur per etmaal.

Zielig voor werknemers? Welnee, alles heeft een prijs. Niet iedereen komt hetzelfde goed uit. En geen tieners of zieligaards achter de kassa, maar mensen van alle leeftijden die het leven zo te zien heel goed kunnen verdragen. Hulp bij het inpakken, wilt u een papieren zak, of afbreekbaar plastic, even naar de auto brengen? Is de rij bij enige kassa langer dan drie klanten, dan gaat er nog één open.

Concurrentie op dienstverlening. Geen gekke uitbreiding van het assortiment in de polderwinkel.