Ontspanning op de geldmarkt

AMSTERDAM, 11 SEPT. Op de Nederlandse geldmarkt valt sinds eergisteren enige ontspanning waar te nemen.

De geldmarkttarieven zijn enigszins lager. Het tarief waartegen banken bereid zijn om elkaar driemaands deposito's te verstrekken, ligt op dit moment op 9,27 procent. Dit is fractioneel lager dan gedurende de week waarop de weekstaat van de Nederlandsche Bank betrekking heeft.

De ontspanning op de geldmarkt komt na een verslagweek die zich kenmerkte door een relatieve schaarste aan middelen. De geldmarktsteun die de Nederlandsche Bank de gezamenlijke banken aanbood, bleef achter bij de verwachtingen van marktpartijen. In het bijzonder de speciale belening, die beschikbaar kwam op 3 september, had een kleinere omvang dan begroot.

De verkrapping van de geldmarkt valt af te leiden uit de weekstaat van de Nederlandsche Bank. Daar is zichtbaar dat er in totaal ruim 5,3 miljard gulden in 's Rijks schatkist is gevloeid. De Staat heeft daarmee haar schuld bij de Nederlandsche Bank, die ruim 1,3 miljard bedroeg, kunnen aflossen. In de verbetering van het saldo van de schatkist heeft de Nederlandsche Bank overigens ook een bijdrage gehad. De uitkering van interimdividend ter grootte van 767 miljoen gulden (die is opgenomen als een passivum onder de post "Diverse rekeningen') is ten goede gekomen aan haar enige aandeelhouder. Deze winstuitkering heeft overigens geen betekenis voor de geldmarktruimte.

Gegeven de verkrappende werking van de stroom van middelen vanuit de private sector naar de overheid, had het gezamenlijke bankwezen behoefte aan additionele geldmarktsteun. Deze werd gegeven door de verplichting van de banken om bij de Nederlandsche Bank een kasreserve aan te houden, te verlagen. Hierdoor kwam vanaf 3 september bijna 3,8 miljard gulden extra beschikbaar. De speciale belening die vanaf dezelfde datum beschikbaar kwam, was echter 147 miljoen kleiner dan de aflopende belening, hetgeen een beperking van de geldmarktsteun betekende. Per saldo dienden de banken meer voorschotten bij de Nederlandsche Bank op te nemen.

Het grotere beroep van de banken op de centrale bank blijkt uit het feit dat per 9 september 1 procentpunt ontspaard is door de banken, terwijl een week eerder nog sprake was van een besparing van 1 procentpunt.

Het feit dat gisteren een nieuwe speciale belening werd toegewezen, bracht de geldmarkt tot rust. De (interbancaire) daggeldrente, die door de relatieve krapte op de geldmarkt opgelopen was, daalde daardoor tot een niveau van ongeveer 9 procent.

De perspectieven voor lagere geldmarkttarieven in de komende periode zijn niet gunstig, ofschoon een daling van de Amerikaanse dollar, welke sinds vrijdag is ingezet, in dit opzicht welkom is. Wij blijven natuurlijk afhankelijk van wat er in Duitsland gebeurt. Daar wordt de weg naar lagere tarieven voorlopig nog niet ingezet. Bovendien betekent de relatief ongunstige inflatie-ontwikkeling in ons land, dat het verschil tussen de Nederlandse en de Duitse geldmarktrente eerder de neiging zal hebben iets groter dan iets kleiner te worden.

Bron: NMB Postbank Groep