Markt voor Sovjet-schuld ontluikt

ROTTERDAM, 11 SEPT. In de Sovjet-Unie ontwikkelt zich een markt voor tweedehands schulden, zoals Latijns-Amerika die al geruime tijd kent. Terwijl president Gorbatsjov nieuwe leningen wil van het Westen, beginnen Westerse banken met het overnemen van bestaande schulden tegen flinke kortingen.

“De markt staat nog in de kinderschoenen. Maar het wordt een interessante markt, want de Sovjet-Unie is een land in problemen”, zegt Willem Navis, hoofd afdeling "nieuwe markten' van de Nederlandse Middenstands Bank (NMB) in Londen. De NMB is met een omzet van 10 miljard dollar in de eerste helft van dit jaar een van de grote banken op de internationale markt voor tweedehands schuld.

De buitenlandse schuld van de Sovjet-Unie is met ruwweg 60 miljard dollar de helft van die van Mexico en Brazilië. Het grootste deel staat uit bij Duitse banken. De schuld "doet' volgens Navis op de tweedehands markt zo'n 50 tot 60 procent, dat wil zeggen dat het nominale schuldbedrag tegen dit percentage kan worden overgenomen. Ter vergelijking: voor buitenlandse schuld van het vrijwel bankroete Peru wordt slechts 17 procent neergeteld; in Argentinië is de prijs sinds een economisch herstel opgelopen van 20 naar 40 procent; in Mexico, dat door een krachtige herstructurering het vertrouwen van het Westen heeft herwonnen, ligt de prijs op 60 tot 85 procent.

De omzet in tweedehands Sovjet-schuld is nog zeer bescheiden. Volgens Navis gaat het in totaal om een bedrag van 5 à 10 miljoen dollar per week. Polen is op dit moment een veel interessantere markt, omdat dat land aan de vooravond van een grote herstructurering van de schuld staat. Navis: “De markt in de Sovjet-Unie moet zich nog "settelen'. De onzekerheid is groot. Het is niet duidelijk met wie je te maken hebt, met de Unie, de republieken of andere partijen”.

In Latijns-Amerikaanse landen nemen buitenlandse bedrijven tweedehands schuld over om op goedkope wijze in lokale valuta hun investeringen te financieren. In de Sovjet-Unie is het volgens Navis nog niet zo ver, omdat Westerse bedrijven nog even de kat uit de boom zouden willen kijken.