Luchtdrukwapens, echte wapens

Zo staat de brave vaderlander opeens voor de taak de kinetische mondingsenergie van zijn luchtdrukpistool te bepalen. Gebruikte hij zijn wapentje alleen om er ongekorfde pitbulls en onesthetische buurvrouwen mee uit het schootsveld te jagen, anderen speelden er bloedige spelletjes mee die passanten, toch al schrikkerig na de koe, de stuipen op het lijf joegen.

En nu heeft de minister van justitie bepaald dat voortaan ook luchtdrukpistolen met een kinetische mondingsenergie van 2,2 joule of meer onder de bepalingen van de Wet wapens en munitie vallen. De toonzetting doet vermoeden dat hij aanneemt dat daarmee in één klap alle bruikbare luchtdrukpistolen buiten het verkeer zijn gebracht. “Dat is ook zo”, zegt een woordvoerder van het departement.

Enerzijds stemt het tot tevredenheid dat het luchtdrukwapen opeens weer voor vol wordt aangezien, zoals dat het geval was in die tweeëneenhalf jaar tussen 5 februari 1986, toen koningin Beatrix met een krachtig "saluut!' aan allen die het zouden zien of horen bekendmaakte dat een mondingsenergie van 2,2 joule al voldoende was voor het predikaat schietwapen, en 19 juli 1988 toen Zij opeens, op voordracht van een of andere wizkid van Justitie, goed vond en verstond dat voortaan pas boven 7,5 joule sprake zou zijn van een schietwapen. En bleef weigeren de "projectielen' voor luchtdrukwapens met "munitie' aan te duiden.

Aan de andere kant: wat is dat eigenlijk die mondingsenergie en hoe moeten burger en politieman die bepalen? Daarover zwijgen de knappe alfa's in Den Haag. De wapenwet kiest de brede baan als het gaat om vlindermessen, ploertendoders, gebroken bierflessen en tafelpoten of de leeftijd van de opzichter van de schietbaan, maar een definitie van "kinetische mondingsenergie' ontbreekt. Den Haag moet niets van techniek hebben, je hoeft geen industrieel te zijn om dat te kunnen vaststellen.

Welnu. De kinetische mondingsenergie is de kinetische energie van een projectiel dat met een schietwapen wordt verschoten op het moment dat dat de schietbuis verlaat. Het is de helft van het produkt van zijn massa en het kwadraat van zijn snelheid, of in meer herkenbare vorm: ½mv². "Massa' is dat wat iedereen "gewicht' noemt en massa is dus met een keukenweegschaal te bepalen.

Lastiger is het meten van v, de snelheid van het kogeltje. Tegenwoordig gaat dat met laserlicht, het Doppler-effect en veel halfgeleiding maar tot voor kort was het aangewezen middel de ballistische slinger. Een heel eenvoudig meetinstrument: de slinger voor het onderzoek aan luchtdrukwapens bestaat uit een klompje stopverf van bekende massa dat aan een draad naaigaren van bekende lengte hangt. Het ballistisch laboratorium van deze krant gebruikte 50 gram stopverf en 1 meter garen.

Wie ook nog het te onderzoeken luchtdrukwapen zelf moet kopen wordt, gezien het volgende, aangeraden zich een Duits .177 Record-pistool aan te schaffen met .177 Superpoint Spitzkugeln van Dynamit Nobel. Die wegen precies 0,5 gram en kosten niets.

Bij de start van de meting drukt men de loop van het geladen wapen dicht tegen de stopverf en lost een schot, zó dat de stopverf wegslingert zonder tegelijk te gaan roteren. Het kogeltje blijft als alles goed gaat half in de stopverf steken en slingert ongedwongen mee. Dat is de vereiste onelastische botsing tussen verf en lood.

Het is de taak van de onderzoeker de maximale uitslag van de slinger te meten en die te herleiden tot de stijghoogte van de stopverf. De Superpoints kregen de verf 24 centimeter uit balans, wat overeen komt met een stijghoogte van 2,9 centimeter. Daaruit berekent een HBS(B)-er die weet hoe je potentiële in kinetische energie omzet dat de snelheid van stopverf en kogel direct na de inslag 0,76 meter per seconde was.

Voor het bepalen van de kogelsnelheid vóór de botsing maakt men gebruik van de wet van behoud van impulsie. "Impulsie' is gedefinieerd als het produkt van massa en snelheid, als mv dus. De wet schrijft in dit geval voor dat de impulsie van het stelsel stopverf en kogel voor en na hun onelastische botsing even groot is. Prettig is dat de impulsie van de stopverf vóór de botsing nul is, en dat kogel en stopverf ná de botsing dezelfde snelheid hebben. Zonder zakjapanner vindt men daarom dat de snelheid van het kogeltje voor de inslag 76 meter per seconde moet zijn geweest.

Een mooie snelheid, al komt de geluidsbarrière natuurlijk op geen stukken in gevaar. Aardiger is de uitkomst van de berekening van de mondingsenergie. Het produkt ½mv² levert, als de juiste eenheden worden gebruikt, slechts 1,46 joule. Ruim beneden de nieuwe Justitie-limiet van 2,2 joule.

De slingerproef onthult het bestaan van een luchtpistool dat geheel buiten de Haagse regelgeving valt! Het is mogelijk dat luchtweerstand of rek in het naaigaren leiden tot een onderschatting van de mondingsenergie maar waarschijnlijk is dat niet. Ook de Wet zelf blijkt trouwens in de kleine lettertjes met het voorkomen van laag energetische wapens rekening te houden maar stelt luchtigjes "dat die geheel onschuldig van aard zijn'.

Ha! Geheel onschuldig. In Amsterdam-West zijn nog maar weinig aardewerken tuinkaboutertjes die dat zullen beamen. Het is de Haagse regelmakers ontgaan dat niet de mondingsenergie maar de eindballistiek, de uitwerkingsballistiek van de verschoten projectielen beslist over de effectiviteit van een wapen, terwijl het nota bene de eindballistiek was van het verfbal-spel die Justitie zo tegen stond.

Niet voor niets zijn er dumdumkogels, kogels met holle punt en stopkogels ontwikkeld. Zeker, het indringingsvermogen van Dynamit Nobels Superpoints in zachte weefsels is gering. Maar de eindballistiek in glas, aardewerk en ander keramisch materiaal, schrijft hier de trotse bezitter van een goed gesmeerde Record, is ronduit vernietigend. Het is hem een genoegen te weten dat aan het gebruik van zijn wapen nog steeds geen beperkingen zijn gesteld.

Illustratie Willum Morsch