In Joegoslaviëslaat onrust over op Kosovo

BELGRADO, 11 SEPT. De onrust in Joegoslavië is gisteren overgeslagen naar Pristina, de hoofdstad van de door Albanezen bewoonde Servische provincie Kosovo.

Met traangas en gummiknuppels maakte gisteren de politie een eind aan de demonstratie van drieduizend Albanezen, die protesteerden tegen het verbod van Albanees op middelbare scholen.

Volgens het Joegoslavische persbureau Tanjug kwamen de demonstranten bijeen voor een gebouw van de universiteit van Pristina. Ze droegen anti-Servische banieren met zich mee en riepen leuzen tegen de Servische onderdrukking in Kosovo. Toen ze geen gehoor gaven aan het bevel zich te verspreiden, greep de politie in. Volgens Tanjug vielen daarbij geen gewonden.

De betogers waren bijeengekomen om te protesteren tegen een reeks recente maatregelen van de Servische autoriteiten in het onderwijs, met name tegen het verbod van het Albanees op school en de verplichte studie van de Servische geschiedenis. Vorige maand hebben de Servische autoriteiten duizenden onderwijzers en leraren ontslagen omdat ze hadden geweigerd zich aan het door de Servische overheid ingevoerde schoolprogramma te houden.

Negentig procent van de inwoners van Kosovo is Albanees. De provincie genoot vroeger autonomie. In de loop van de afgelopen twee jaar zijn de Albanezen die echter stukje bij beetje kwijtgeraakt, tot vorig jaar zelfs het eigen parlement en de andere vertegenwoordigende lichamen werden ontbonden. Bij gevechten in de diverse delen van Kroatië zijn gisteren opnieuw vijftien doden gevallen. Onder hen bevonden zich drie Servische cetniks die in Baranja, in het noordoosten van Kroatië, met hun auto op een landmijn liepen en twee Joegoslavische legerofficieren die in de kuststad Zadar het slachtoffer werden van een autobom. In Krajina, de door een meerderheid van Serviërs bewoonde regio in het zuidwesten van Kroatië, ondertekende gisteren onder auspiciën van speciaal EG-afgezant Henri Wijnaendts de leider van de Serviërs, Milan Babic, een plaatselijk staakt-het-vuren met leiders van de Kroaten in het gebied en het federale leger. Tot nu toe had Babic steeds geweigerd een wapenstilstand te tekenen.

Een groep in Belgrado gestationeerde Sovjet-journalisten heeft president Stepan Mesic van Joegoslavië gevraagd al het mogelijke te doen om de verblijfplaats te achterhalen van twee Sovjet-journalisten die al sinds 1 september in Kroatië worden vermist. Viktor Nogin en Gennadi Koerinoj, beiden werkzaam voor de Sovjet-televisie, verdwenen nadat ze op die dag Belgrado per auto verlieten op weg naar het oosten van Kroatië. President Gorbatsjov vroeg Mesic eerder deze week al actie te ondernemen. (Reuter, UPI, AP)