Hamer en sikkel en oude dogma's nog steeds goed voor groot enthousiasme; Communisten Z-Afrika missen Moskou

Eind juli hield de Zuidafrikaanse communistische partij een feestje op het stadhuis in Johannesburg. Het was officieel ter gelegenheid van het 70-jarige bestaan van de partij. Maar het feest leek bedoeld om geld in te zamelen voor het eigen personeel dat wegens het wegvallen van steun uit de Sovjet-Unie al maanden geen salaris meer had uitbetaald gekregen.

De entreeprijs voor het festijn was 100 rand (ruim 70 gulden), een fiks bedrag dat de staf van de partij blij stemde, temeer daar ze zelf niet voor het feest hoefde te betalen, maar dat nou niet echt "de onderdrukte massa's' uit Soweto over de streep kon trekken. De hal van het gemeentehuis bleef die dag dan ook beschamend leeg.

De Zuidafrikaanse communistische partij, de South African Communist Party (SACP), heeft altijd in alles bijna blindelings de lijn van Moskou gevolgd. Zo stond ze achter de inval in Hongarije, in Tsjechoslowakije en in Afghanistan. De partij was decennia lang een monoliet van traditioneel stalinisme. Haar laatste manifest, dat in juni 1989 uitkwam, vier maanden voor de val van de Berlijnse Muur en zeven maanden voor de val van Ceausescu, stond nog bol van orthodox marxisme-leninisme.

De Sovjet-Unie vormde niet alleen de belangrijkste ideologische inspiratiebron, maar Moskou was tevens de financiële steun en toeverlaat voor de Zuidafrikaanse communisten. De geldstroom is de laatste jaren onder Gorbatsjov gestaag opgedroogd. En nu na de mislukte coup van 19 augustus ook de communistische partij in de Sovjet-Unie ten onder gaat, verkeert de SACP in een regelrechte identiteitscrisis, vertelt dr. Stephen Ellis, directeur van het Afrika Studie Centrum in Leiden en oud-journalist bij het gezaghebbende blad "Africa Confidential'. “De Zuidafrikaanse communisten hebben hun hele leven lang Moskou bijna blindelings gevolgd. Maar nu is er niets meer te volgen. Moskou bestaat niet meer.”

Ellis constateert dat de SACP ondanks de snelle ontmantelingen van het communisme in Oost Europa blijft vasthouden aan het traditionele marxisme-leninisme. De secretaris-generaal van de SACP, Joe Slovo, erkende anderhalf jaar geleden voor het eerst dat de communisten in Moskou fouten hebben gemaakt, dat ze te weinig ruimte lieten voor democratie, maar hij voegde daar onmiddellijk aan toe dat het marxisme-leninisme daarmee niets aan geldingskracht had verloren.

Volgens Ellis vervreemdt de SACP met deze lijn een groeiend aantal leidende figuren binnen de partij van zich. Aan de ene kant staan mensen als Harry Gwala en Chris Hani, geharnaste stalinisten die onlangs nog hun ongenoegen over de val van de Berlijnse Muur kenbaar maakten en die in Cuba het laatste bolwerk zien van ideaal communisme. Aan de andere kant treffen we mensen aan als Thabo Mbeki en Jacob Zuma die hun partijlidmaatschap hebben laten verlopen en zich meer en meer als sociaal-democraten ontpoppen, aldus Ellis.

Waar in Europa alle communistische partijen ingrijpende hervormingen aankondigen en de term "communistisch' vaak uit hun naam schrappen in pogingen de daling van het aantal leden een halt toe te roepen, houdt de partij in Zuid-Afrika vast aan de oude dogma's en is de de hamer en de sikkel met name onder de militante zwarte jeugd nog steeds goed voor enthousiaste sentimenten.

Ellis legt op het ogenblik de laatste hand aan een boek over de SACP: "Comrades against apartheid'. Belangrijk thema in dit werk vormt de verhouding tussen de communistische partij en het ANC, organisaties die allebei de afgelopen decennia door de Zuidafrikaanse regering verboden zijn geweest, organisaties die nauwe bondgenoten vormen in de strijd tegen apartheid.

Ellis vertelt dat hij in het boek beschrijft hoe de communisten in de periode 1960-1990 het ANC hebben “overgenomen”, de periode dat beide organisaties in de illegaliteit moesten opereren. Leden van de SACP, die hun lidmaatschap tot op de dag van vandaag om “veiligheidsredenen” voor de buitenwereld vaak geheim houden, zijn nog steeds binnen de leiding van het ANC in de meerderheid.

De SACP heeft zich met deze “overname” een machtsbasis verworven die volgens Ellis in geen verhouding staat tot de invloed die de partij onder normale omstandigheden via de stembus zou hebben gekregen. (Ellis schat dat slechts vijf à tien procent van de Zuidafrikanen achter de SACP staat.)

Volgens de oorspronkelijke strategie zouden de communisten via het ANC, dat een veel grotere aanhang heeft dan de SACP, de massa's in Zuid-Afrika klaarstomen voor een communistische heilstaat - zoals een heuse leninistische voorhoedepartij betaamt onder het motto: wij communisten weten wat goed is voor het volk, vertelt Ellis.

Maar de positie van de SACP binnen het ANC staat op de tocht nu beide organisaties in Zuid-Afrika weer vrij en openlijk mogen opereren. Niet alleen de buitenwacht, de Zuidafrikaanse regering, buitenlandse mogendheden en invloedrijke media vinden dat het ANC zich moet ontdoen van de communisten, ook invloedrijke ANC-leden, zoals dominé Allan Boesak, menen dat het ANC er beter aan doet meer afstand te nemen van de SACP.

ANC-voorzitter Nelson Mandela, zelf geen communist, zei aanvankelijk niets te willen weten van een verwijdering tussen beide partijen die immers zo innig hebben samengewerkt in hun strijd tegen het gehate apartheidsregime. Maar zeer recentelijk is Mandela daar op teruggekomen.

De SACP is groot geworden dank zij haar strijd tegen apartheid en haar nauwe band met het ANC en mèt financiële en ideologische steun uit Moskou. Maar de factoren die bijdroegen tot het succes vallen nu een voor een weg. De lijn met Moskou is opgedroogd, de strijd tegen apartheid verzandt omdat apartheid zelf in rap tempo wordt ontmanteld en de band met het ANC wordt steeds losser.

Ellis voorziet dat de SACP blijft volharden in een bijna stalinistische vorm van marxisme-leninisme en dat ze zich daarmee steeds verder marginaliseert en uiteindelijk alleen nog maar aantrekkingskracht uitoefent op de op radicale vakbonden, blanke intellectuelen en op de uitzichtloze generatie van militante zwarte jongeren die opgroeide tussen schoolboycots en massale protestacties tegen apartheid.