Geruchten in Moskou over roebelzwendel

MOSKOU, 11 SEPT. Waar is Ivan Frolov, de voormalige hoofdredacteur van de Pravda, toch? Lag hij de 19de augustus werkelijk in een ziekenhuis te Düsseldorf of hield hij zich die dagen van de staatsgreep buiten de Sovjet-Unie onledig met illegale valutatransacties? En waarom heeft Nikolaj Kroetsjina, de chef-de-bureau van het apparaat van de CPSU, een week na de mislukte coup zelfmoord gepleegd door vanaf vijfhoog naar beneden te springen?

Een tweetal serieuze kranten in de Sovjet-Unie weet het antwoord. Frolov en Kroetsjina zijn verdwenen omdat hun activiteiten het daglicht niet konden verdragen. Al vanaf eind vorig jaar waren zij het die zich bekommerden om het in veiligheid brengen van het partij-kapitaal. Ongeveer honderd miljard dollar zou de CPSU sinds december 1990 met hulp van de KGB hebben ondergebracht bij Westerse banken. Dat was een arbeidsintensieve bezigheid. Om het niet te laten opvallen, zou de CPSU in totaal namelijk zevenduizend nummer-rekeningen in het buitenland hebben geopend waar ze vervolgens haar roebels tegen waanzinnig ongunstige koers zou hebben gedeponeerd. De Russische regering van president Boris Jeltsin, die bijna drie weken geleden beslag heeft laten leggen op de administratie van de partij, is inmiddels met een onderzoek begonnen.

Het dagblad Komsomolskaja Pravda begon afgelopen weekeinde met de onthullingen. Op basis van anonieme bronnen meldde de krant zaterdag dat de CPSU in december haar eerste honderd miljard roebel op die wijze had overgeboekt. Voor dit bedrag, dat officieel ruim honderd miljard gulden had moeten opbrengen, kreeg de partij toen nog geen twintig miljard gulden. In januari volgde de tweede transactie ter waarde van 25 miljard roebel, eveneens tegen een koers van 15 á 18 roebel voor een dollar in plaats van de officiële verhouding van 1,8 op één dollar.

De koers die de CPSU wist te bedingen, werd volgens de Komsomolskaja Pravda in de loop van de tijd alleen maar slechter. Toen in augustus de laatste tranche van 140 miljard roebel werd overgemaakt, werd op de geheime rekeningen in het Westen nog maar voor negen miljard gulden bijgeschreven: een koers die bijna gelijk is aan de vrije markt die op dit moment alleen nog geldt voor toeristen.

Gisteren volgde het financiële weekblad Kommersant. Deze krant beriep zich in haar berichtgeving eveneens op anonieme zegslieden, zij het niet uit de kring der Staatsbank zoals de Komsomolka, maar uit het circuit van de Moskouse "conventie van ondernemers' die begin deze maand een speciale commissie heeft opgezet om de zaak uit te zoeken. Volgens Kommersant ligt het geld voor het grootste deel bij banken in Latijns Amerika (Uruguay, Ecuador, Nicaragua en Cuba), Iran en Zuid-Frankrijk. Waarom aan de rivièra, dat begrijpt de redactie ook niet. De transacties liepen via Polen, aldus Kommersant. Behalve Frolov zijn twee andere koeriers, die belast waren met de operaties, ook niet meer opgedoken sinds de mislukte coup.

Het waarheidsgehalte van beide publicaties is moeilijk te beoordelen. Al vanaf begin dit jaar circuleren er in Moskou geruchten over illegale valuta-transacties. De beschuldigingen aan het adres van de CPSU nu sporen naadloos met de aantijgingen op grond waarvan de Russische vice-premier Gennadi Filsjin deze lente moest aftreden. Filsjin zou toen in ruil voor consumptiegoederen 140 miljard roebel (!) tegen een zeer lage koers hebben willen verkopen. In diezelfde tijd gaf de voormalige premier Valentin Pavlov in het vakbondsblad Troed een onheilspellend interview waarin hij "onthulde' dat de regering kort daarvoor een financiële machtsovername door Westerse banken tenauwernood had kunnen verijdelen.

In alle publicaties, zowel in die over de affaire-Filsjin als in die over de CPSU, wordt bovendien voorbijgegaan aan de vraag of er wel zoveel roebels in de Sovjet-Unie in omloop zijn. Volgens de meest pessimistische schattingen bedraagt de totale "roebel-overhang' in het gehele land ongeveer 250 miljard roebel. Als dat waar is en ook de berichten over de CPSU eveneens juist zijn, zouden de spaartegoeden in de Sovjet-Unie nu tot nul gereduceerd moeten zijn.