Foto: Als industrieel ontwerper is Wim Crouwel ...

Foto: Als industrieel ontwerper is Wim Crouwel dagelijks bezig met beeldende kunst, kunstnijverheid en vormgeving.

Als directeur van het Rotterdamse museum Boymans-van Beuningen draagt hij verantwoording over 120 medewerkers en een budget van 12 miljoen gulden. Hij heeft behoefte aan een rustige werkomgeving. Crouwels credo is "handig en eenvoudig'. Daarom verving hij de Amerikaanse boerenstoelen van zijn voorganger Wim Beeren door de aluminium Zwitserse stoelen met gaatjes van Hans Coray. Die hebben zich sinds 1939 ruimschoots bewezen. Andere meubels, die wel passen in Crouwels opvatting van wat mooi en verantwoord is, konden blijven. Zoals bureau en bijbehorende stoel (Le Corbusier, 1928), vergadertafel (Friso Kramer, begin jaren '70) en bureaulamp (Arne Jacobson, jaren '50). Ook de kastenwand, net als het gebouw waarin deze directiekamer zich bevindt een ontwerp van ir. A. van der Steur uit 1935, bleef intact. Niet alleen door zijn functionaliteit, maar ook omdat de kamer geen alternatieve berging biedt voor catalogi van ruim honderdvijftig jaar tentoonstellingen. Een beetje museumdirecteur drukt natuurlijk zijn eigen stempel op de collectie. Zo voegde Crouwel de lamp boven de tafel (Michel De Lucchi, 1986) en de blikken wandversiering (Han Schuyl, 1986) aan het interieur toe. En hij plakte de posters aan de kast. Uit den boze in een "eenvoudige kamer met weinig beweging' zijn storende elementen als bloemen en planten, televisie of stereotoren. Wat doet denken aan een transistorradio, is niets anders dan Jack: een betonblok met antenne, vorig jaar gemaakt door Iza Genzken. Form follows function. (Foto Thijs Wolzak, tekst Hans Wammes)