Euthanasie

HET RAPPORT van de Commissie-Remmelink logenstraft de gedachte dat euthanasie in Nederland zeer veel zou voorkomen.

Dat is een belangrijke en positieve vaststelling, die overigens al werd aangegeven door eerder onderzoek. De rechtspolitieke conclusies worden zorgvuldig open gelaten. De bevindingen leveren naar believen ammunitie zowel voor een pleidooi voor aanpassing van het strafrecht als voor de conclusie dat het huidige (rechters)recht voldoet. Een grote rechtsvraag als euthanasie laat zich ook niet per enquête oplossen.

Eén positie lijkt nu in elk geval onhoudbaar, namelijk dat er sprake is van een “uit de hand gelopen toepassingspraktijk”. Dat was de kwalificatie die minister van justitie Hirsch Ballin (CDA) vlak voor zijn aantreden medio 1989 gebruikte in een vraaggesprek met het maandblad Manna. Dit werd in hetzelfde jaar reeds tegengesproken door een opiniepeiling waarin driekwart of meer van de ondervraagden zich uitsprak voor een recht op euthanasie, in het bijzonder wetgeving om de rechtspositie van de arts veilig te stellen.

HET GELOOF in de dokter dient niet zover te gaan dat het een “medische exceptie” in het strafrecht oplevert: een automatische uitzondering voor medisch handelen als zodanig. De beslissing over (de kwaliteit van) menselijk leven gaat de geneeskunde per definitie te boven, hoezeer de arts praktisch gesproken ook in de vuurlinie staat. “Euthanasie is een verschrikkelijk moeilijk probleem - en moet dat ook blijven”, zei commissievoorzitter Remmelink gisteren met reden.

Het rapport geeft voedsel aan dit gevoelen. Meer dan door regelrechte euthanasie wordt de Nederlandse praktijk gekenmerkt door het “principle of double effect”, zoals dat in Engeland heet: zware pijnbestrijding c.q. het staken of niet beginnen van behandelingen in uitzichtloze gevallen. In beide gevallen wordt levensverkorting ingecalculeerd. Daarin schuilt een mogelijkheid tot versluiering door behandelaars, temeer daar de bereidheid dit soort zaken te melden niet indrukwekkend is. De praktische gevaren van misbruik moeten blijkens het onderzoek niet al te hoog worden aangeslagen. Maar ze vallen niet te veronachtzamen, zeker niet wanneer het tot wetgeving komt.

EN WETGEVING BLIJFT het uiteindelijke doel: om redenen van staatkundig belang - de kloof tussen wet en praktijk is niet goed - maar vooral wegens de rechten van de mens in de moderne gemedicaliseerde maatschappij. Wat dit betreft is het niet alleen positief te waarderen dat artsen volgens het onderzoek veel meer euthanasieverzoeken afwijzen dan honoreren. Het rapport onderstreept de eis dat het menselijk zelfbeschikkingsrecht in een nieuwe wet centraal staat.