Disney zeer zuinig met tekenfilms op video

AMSTERDAM, 11 SEPT. Het reisschema van Jeffrey Katzenberg, de 41-jarige voorzitter van de Raad van Commissarissen van The Walt Disney Studios, vermeldt naast Londen, Parijs en München ook Den Bosch, voor de gelegenheid hoofdstad van de Benelux.

Als onderdeel van een wervelende show, verzorgd door een veertigkoppig uit Disneyland overgevlogen gezelschap, spreekt Katzenberg de verzamelde videohandel toe om deze te overtuigen hoe uniek het uitbrengen van de meer dan vijftig jaar oude, onlangs gerestaureerde tekenfilm Fantasia op cassette wel niet is.

Vanaf 1 november heeft het publiek slechts 99 dagen de tijd om te besluiten tot de aanschaf van die cassette voor ƒ 39,95 of van het vijf keer duurdere luxe pakket, dat ook een cd, een litho en een door Roy Disney, Walts neefje, gesigneerd echtheidscertificaat bevat.

Katzenberg licht in een Amsterdams hotel toe waarom er zo voorzichtig wordt omgesprongen met de distributie van de Disney-erfenis. “Na die drie maanden is Fantasia voorlopig niet meer leverbaar. Hetzelfde geldt voor de beperkte aanbieding van The Little Mermaid. Over zeven jaar komt ze misschien wel weer terug, maar het zou afdoen aan het bijzondere karakter van de tekenfilms als ze voor te veel mensen te gemakkelijk beschikbaar zouden zijn. Televisie mag nooit een avondvullende Disney-animatiefilm vertonen, enkele uitzonderingen als Alice in Wonderland en Dumbo daargelaten. En om eerlijk te zijn, hebben we daar al weer spijt van”.

Katzenberg geeft uit principe geen cijfers over het relatieve aandeel van bioscoop, video en televisie, maar wil wel kwijt dat de bioscoop opgevat kan worden als een marketing-instrument voor de videomarkt. Desondanks wijst hij over de Amstel in de richting van “dat schitterende Tuschinski-theater” en noemt het samen naar de bioscoop gaan “een van de meest uitzonderlijke dingen die wij mensen collectief met elkaar kunnen doen”. Niet voor één superlatief gevangen, voegt Katzenberg er direct aan toe dat het op een moment naar keuze in je eigen huis, met pizza en diet Coke onder handbereik, naar een video kijken ook “een unieke ervaring” vormt.

Toen Katzenberg, die zijn carrière begon in de verkiezingscampagne van New Yorks toenmalige burgemeester Lindsay, in 1984 overstapte als studiochef van Paramount naar Disney, was het een zieltogend bedrijf, op het punt overgenomen te worden door schimmige ondernemers. Vier jaar later was de studio, waartoe ook de voor een volwassen publiek producerende maatschappij Touchstone Pictures behoort, de Amerikaanse marktleider met een marktaandeel van meer dan twintig procent.

Die positie is het afgelopen jaar weer wat afgekalfd, maar de produktie-output, ook wat betreft nieuwe tekenfilms, is groter dan ooit, om nog maar te zwijgen van de groei van de pretparken, de merchandising van de Disney-figuren en de televisieseries.

Toen Disney in 1940 met dirigent Leopold Stokowski een aantal korte tekenfilms op klassieke muziek verbond tot een project dat eerst The Concert Feature en later Fantasia heette, was de kritiek niet mals. De naar prestige hunkerende Disney zou zich vertild hebben aan een hogere cultuurvorm, waarvan hij de waarde niet goed kon schatten. Volgens een van zijn biografen, Richard Schickel, zou Disney bij het voor het eerst aanschouwen van de centaurs en tepelloze nimfen, dansend op de Pastorale, uitgeroepen hebben: “Gee, this'll make Beethoven!”. De film flopte, maar zou later uitgroeien tot een kitschklassieker.

De dynamische Katzenberg lijkt geen erg logische opvolger van de goedmoedige provinciaal Disney, in Amerika beschouwd als een “ikoon van het conservatisme”. Zou oom Walt bij voorbeeld content geweest zijn met het Touchstone-succes Pretty Woman, over de droomromance van een call-girl?

Katzenberg reageert fel op die vraag: “U noch ik kunnen weten wat Walt Disney er van gedacht zou hebben. Maar het probleem ligt eerder andersom: mij wordt altijd verweten dat ik films als Pretty Woman per se van een sentimenteel einde wil voorzien. Ik geloof in de Disney-traditie. Wij onderscheiden ons van andere studio's door een doel en een visie. Het is geen familiebedrijf meer met een beperkte agenda van een tekenfilm per vier of vijf jaar, maar een snel expanderende, produktieve multinational.”

Tot de doelen die Katzenberg zich gesteld heeft behoort in ieder geval de renaissance van de musical in al haar verschijningsvormen, waaronder ook wat hij noemt “de studio-musical, waarin mensen op elk moment in zang of dans uit kunnen barsten. De laatste twintig jaar is in dat genre alleen Grease succesvol gebleken. Wij gaan daar verandering in brengen.”