Belgisch kabinet slaags over spreiding asielzoekers; Vlaams Blok noemt minister Tobback "objectief bondgenoot'

BRUSSEL, 11 SEPT. Een van de neteligste problemen van deze tijd voor veel Westeuropese landen, het vreemdelingenbeleid, is deze week in België onverwachts in het middelpunt van de belangstelling komen te staan en daarmee onherroepelijk tot thema in de komende verkiezingscampagne gepromoveerd.

Dat kwam doordat de socialistische minister van binnenlandse zaken Louis Tobback, gevreesd wegens zijn vaak gepeperde uitspraken, het spreidingsbeleid van de christen-democratische staatssecretaris Miet Smet dit weekeinde “nefast” en “onzin” noemde.

Dat was volgens hem gebleken toen mevrouw Smet onlangs had geprobeerd om 150 asielzoekers gehuisvest te krijgen in een door het Rode Kruis voor opvang ingericht voormalig klooster in de kleine gemeente Lint in de buurt van Antwerpen. Het gemeentebestuur van Lint keerde zich daar fel tegen en ook uit de bevolking werd heftig geprotesteerd met leuzen als "handen af van Lint'.

Tobback zei daarover zondag op een vergadering van SP-afgevaardigden: “Je kon toch zo zien dat de operatie in Lint onzin is, zoals het hele spreidingsbeleid onzin is. Het is het spreiden van xenofobie, van racisme, van de onmogelijkheid om op redelijke termijn de zaken van politieke vluchtelingen te beoordelen.”

Mevrouw Smet, die het spreidingsbeleid in 1986 heeft ontworpen om de druk op de grote steden te verlichten, wees er in haar reactie op de uitlatingen van Tobback op dat het spreidingsbeleid, afgezien van Lint, over het algemeen op weinig moeilijkheden is gestuit. Bovendien, zo zei ze, heeft “hij (Tobback) vier jaar mee aan tafel gezeten toen de beslissingen werden genomen”. Evenals Tobback vindt zij overigens dat Justitie de dossiers van politieke vluchtelingen inderdaad sneller zou moeten afhandelen.

Premier Martens deed snel pogingen het delicate conflict binnen het kabinet te bezweren. Het beleid was steeds vooraf in het kabinet besproken en bovendien wordt volgende maand een kortgeleden aangenomen wet van kracht waardoor de erkenningsprocedure sneller dan voorheen kan worden afgesloten.

Maar intussen is het onheil geschied: andere politieke partijen haakten gretig in op de opmerkingen van Tobback, en met name natuurlijk het Vlaams Blok, de Vlaamse pendant van de Nederlandse Centrumpartij. Kamerlid Filip Dewinter liet onmiddellijk weten dat Tobback een “objectief bondgenoot” was geworden van zijn anti-vreemdelingenpartij en zei zich erover te verheugen dat de protesten tegen het spreidingsbeleid nu ook gehoor vonden bij een regeringspartij.

Steun kreeg Tobback ook van de Vlaams-nationalistische Volksunie-VVD. De Vlaamse liberale partij, de PVV, vond dat de socialistische minister een “doorzichtig medianummer” had opgevoerd, maar in de regering niets had gedaan om de toestand te verbeteren. PVV-voorzitter Guy Verhofstadt bepleitte gisteren dan ook het oprichten van een zestal opvangcentra aan de grensposten, waar asielzoekers zo kort mogelijk zouden worden vastgehouden. De nu geldende procedure zou moeten worden verkort, waardoor in twee weken tijd bekeken kon worden of een vluchteling in aanmerking kwam voor politiek asiel.

Agalev, de Vlaamse milieupartij, karakteriseerde de uitlatingen van Tobback als “plat opportunisme, een socialistisch minister onwaardig”. De partij acht het spreidingsbeleid ook niet ideaal, maar vindt dat het niet aangaat het beleid na zes jaar plotseling af te vallen. “Was het trouwens niet de SP die herhaaldelijk pleitte om het thema racisme niet electoraal te misbruiken”, zo vroeg de partij fijntjes.

Die SP zit er intussen mee. Weliswaar probeert voorzitter Frank Vandenbroucke er de nadruk op te leggen dat het standpunt al lang tevoren in de partijtop besproken was, maar erg geloofwaardig is dat niet, temeer daar het nog maar een paar maanden geleden is dat de Vlaamse socialistische minister Van den Bossche het gemeentebestuur van Lint “xenofobie en racisme” in de schoenen had geschoven wegens zijn houding tegenover de asielzoekers.

De uitlatingen van Tobback moeten volgens Vandenbroucke gezien worden in het licht van de veranderde situatie: de vluchtelingenstroom die er nu vanuit Oost-Europa op gang komt maakt het huidige beleid onhoudbaar. “Wie de indringende Albanees niet weet tegen te houden zal geen plaats meer hebben voor de vervolgde Koerd”, zo zei de voorzitter van de Socialistische Partij. Er zou volgens Vandenbroucke een register moeten worden aangelegd van “veilige landen”, vanwaar geen vluchtelingen meer worden opgenomen.

In het jaar 1990 hebben bijna 13.000 vluchtelingen politiek asiel aangevraagd in België. De grootste groep daarvan is uit Afrikaanse landen afkomstig. Het spreidingsbeleid houdt in dat de gemeenten wordt gevraagd om één erkende asielzoeker per duizend inwoners op te nemen. De aanvraag voor de huisvesting van 150 mensen in de zevenduizend inwoners tellende gemeente Lint lag dus ver boven deze norm. Volgens de woordvoerder van staatssecretaris Smet kan echter onmogelijk gesproken worden van een mislukking van het spreidingsbeleid: van de 589 gemeenten die in aanmerking komen zijn er 432 die meewerken.