Aandacht voor imitators en leerlingen op grote reizende expositie; Zelden getoonde Rembrandts in Berlijn

Tentoonstelling "Rembrandt. Der Meister und seine Werkstatt'. Schilderijen en etsen t-m 10 nov, tekeningen t-m 27 okt. Altes Museum, Bodestrasse 1-3, Berlijn. Di-wo 9-19u, do-zo 9-22u. Schilderijencatalogus DM 55; tekeningencatalogus DM 45; samen DM 90.

Na deze datum zijn de schilderijen en etsen van 4 dec t-m 1 maart in het Rijksmuseum in Amsterdam te zien; de tekeningen van 4 dec t-m 19 jan.

Na deze datum zijn de schilderijen en etsen van 26 maart t-m 24 mei in de National Gallery in Londen te zien; de tekeningen van 26 maart t-m 14 aug.

BERLIJN, 11 SEPT. De Duitse president Weiszäcker opent vandaag in het Altes Museum in het voormalige Oost-Berlijn de grote Rembrandt-tentoonstelling, die ook in Amsterdam en Londen te zien zal zijn.

Rembrandts tijdgenoot, de schilder Gerard de Lairesse vond Rembrandts manier van schilderen maar "kladdery', met al die dikke lagen verf die "als drek van het doek leek te lopen'. Hij vond dat je fijn en glad moest schilderen.

De Lairesse's negatieve oordeel vond gisteren bij de voorbezichtiging van de expositie door genodigden en pers maar weinig bijval. Museumdirecteuren, conservatoren, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en bruikleengevers zongen eensgezind de lof van het impasto van de "geniale, onvergelijkbare en reusachtige' Rembrandt.

De expositie is een internationale co-produktie van drie grote musea: de Gemäldegalerie en het Kupferstichkabinett in Berlijn, het Rijksmuseum in Amsterdam en de National Gallery in Londen. In de loop van het jaar zal de expositie in enigszins gewijzigde vorm naar Amsterdam en Londen doorreizen. Dat de tentoonstelling nu te zien is in het Altes Museum, in het centrum van het vroegere Oost-Berlijn, heeft grote betekenis. Het is de eerste keer sinds de val van de Muur dat een tentoonstelling van dit formaat in de voormalige DDR te zien is. De opknapbeurt die het museum daarvoor moest ondergaan is volgens prof.dr.H. Bock, directeur van de Gemäldegalerie en het Kupferstichkabinett, het symbolische begin van grootscheepse renovaties die het Museen Insel de komende vier jaren weer in zijn oude luister zullen herstellen.

Met 51 schilderijen, 40 tekeningen en 40 etsen van Rembrandt, 29 doeken en 11 tekeningen van leerlingen en navolgers (waaronder Jan Lievens, Govert Flinck en Ferdinand Bol) is de expositie de veelomvattendste sinds de herdenkingstentoonstelling van Rembrandt in 1969 in Amsterdam. Wat omvang en kosten betreft is zij te vergelijken met de Van Gogh-expositie vorig jaar. Alle thema's waar Rembrandt zich door liet inspireren, zijn vertegenwoordigd: Bijbelse voorstellingen, genre-taferelen, portretten, landschappen en modelstudies hangen in chronologische volgorde tentoongesteld.

Hieronder bevinden zich doeken die zelden of nooit te zien zijn, zoals het dramatische Offer van Jacob (1635) afkomstig uit de Hermitage ,de Vaandeldrager (1636) uit Frans particulier bezit en Beeltenis van een staande man (1667) uit Melbourne - een fraai voorbeeld van Rembrandts late, vrijere portretstijl. Daarnaast zijn de veertig belangrijkste tekeningen uit iedere periode van Rembrandts ontwikkeling te zien.

Sinds het Rembrandt Research Project in 1968 een begin maakte met wetenschappelijk onderzoek naar toeschrijvingen van schilderijen aan Rembrandt, en sinds het in de loop der jaren tot opzienbarende afschrijvingen als De Poolse ruiter in New York en De man met de gouden helmin Berlijn kwam, kan geen tentoonstelling over Rembrandt - en dus ook die in Berlijn niet - los daarvan worden gezien. De resultaten van het Rembrandt-onderzoek hebben niet alleen ons beeld van Rembrandt ingrijpend veranderd, maar tegelijkertijd ook een ander licht geworpen op de navolgers en leerlingen van Rembrandt. Is De man met de gouden helm minder mysterieus nu we weten dat hij niet door de meester zelf is gemaakt? Wordt de glans van goud en oud edelsmeedwerk minder fraai zodra het door een leerling, medewerker of volgeling is geschilderd? Of moeten we juist de verantwoordelijke kunstenaar hoger waarderen?

En wat is het effect omgekeerd, als wij tegenover een befaamde leerling als Gerrit Dou staan, die in Anna en de blinde Tobias wel erg goed het Rembrandteske clairobscur heeft getroffen? Wordt Rembrandt - die altijd prat ging op eigenheid en echtheid - daar een minder individualistisch kunstenaar door en verliest hij zijn typische esprit?

Dr.P.J.J. van Tiel, conservator schilderijen in het Rijksmuseum en medewerker van het Rembrandt Research Project, ontkent dit ten sterkste: “Het zou een domme reactie zijn om schilderijen die wij niet aan Rembrandt hebben toegeschreven, minder te gaan waarderen. Govert Flinck is ook een heel goede schilder, al is hij niet zo'n genie als Rembrandt. Het geval van De man met de gouden helm lag toevallig heel gevoelig. Het Duitse volk beschouwde dit doek als het beste dat zij in huis had, maar in wetenschappelijke kringen gold het al lang als dubieus.”

Gelegenheid voor het publiek om zelf vergelijkingen te trekken tussen de toe- en afschrijvingen, is er genoeg in Berlijn. Het proces van röntgenologisch onderzoek naar De man met de gouden helm is op de voet te volgen. Een apart onderdeel van de expositie is gewijd aan werken van leerlingen en imitators. Een van de duidelijke conclusies hier is dat Rembrandt niet teruggebracht kan worden tot zijn eigenhandig geschilderd oeuvre. Zijn "unieke' manier van schilderen, zijn "zuiver persoonlijke' vermenging van het realistische en het visionaire drong door tot de kunstwereld van de zeventiende eeuw en werd paradoxaal genoeg een manier van schilderen die veel navolging vond.