Aandacht concentreert zich op veranderingen in Sovjet-Unie; Joegoslavië een zijlijn voor Washington; VS hadden speciale band met Joegoslavië

WASHINGTON, 11 SEPT. Sceptisch zien president Bush en zijn medewerkers van de tribune af toe hoe de Europese Gemeenschap het conflict in Joegoslavië probeert op te lossen.

Soms kunnen ze het niet laten om vanuit hun vrijblijvende positie EG-leiders tot drastischer militaire maatregelen, à la operatie Panama, tegen onwillige Joegoslavische republieken aan te sporen. Het ontgaat specialisten in Washington niet dat de EG-leden verschillende belangen hebben in Joegoslavië.

President Bush en zijn medewerkers zien de burgeroorlog meer in de Europese dan in de Amerikaanse belangensfeer. De aandacht van het Congres en van het Witte Huis concentreert zich nu op de veranderingen in de Sovjet-Unie, Joegoslavië is meer een zijlijn. Op de televisie, die de politieke agenda mede bepaalt, worden de gevechten tussen Kroatië en Servië in korte berichten samengevat. “Joegoslavië is niet bepaald Zuid-Afrika”, aldus de Republikeinse afgevaardigde Helen Delich Bentley die van Servische afkomst is en als een van de weinigen belangstelling voor de oorlog probeert te wekken.

Vroeger was Joegoslavië wel belangrijk voor het Amerikaanse buitenlandse beleid. Gedurende de Koude Oorlog diende het als bufferstaat tegen de Sovjet-Unie.

Sinds 1948, toen Josip Broz Tito brak met de Sovjet-Unie, hadden de Verenigde Staten een speciale band met Joegoslavië. Amerika verkocht wapens aan Joegoslavië. In 1968, na de Sovjet-inval in Tsjechoslowakije, bood Amerika Joegoslavië zelfs militaire bijstand aan. Tito is herhaaldelijk in Washington op bezoek geweest. President Nixon correspondeerde met hem en bezocht Belgrado.

Het einde van de Koude Oorlog heeft Joegoslavië naar de periferie van het Amerikaanse buitenlandse beleid laten afglijden. De Sovjet-dreiging was er niet meer. President Bush bleef voorzichtig met Joegoslavië, ook om in Moskou niet de indruk te wekken dat hij bij nationalistische onrust snel zou ingrijpen. Moskou zou dat als een kwalijk precedent kunnen opvatten voor de eigen interne moeilijkheden.

Sinds de mislukking van de staatsgreep in Moskou, vorige maand, hoeft Washington niet meer uit beleefdheid jegens Moskou terughoudendheid te betrachten, maar er is nog steeds geen dringende reden voor Amerika om zich in het etnische wespennest op de Balkan te begeven. Het Amerikaanse gezag is tot nu toe niet groot gebleken. Daags nadat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, in Belgrado had gezegd dat de republieken hun onderlinge geschillen vreedzaam moesten oplossen, brak er oorlog uit tussen Servië en Kroatië.

Door de betrekkelijk geringe belangen van de VS hechten de Joegoslavische republieken wel aan de Verenigde Staten als enige betrouwbare, machtige en onpartijdige scheidsrechter. Bijna wekelijks komen vertegenwoordigers van republieken in Washington op bezoek. Ze worden op het ministerie van buitenlandse zaken ontvangen door onderminister Lawrence Eagleburger, die hen aanhoort en tot voorzichtigheid maant.

Begin deze week kwam premier Lojze Peterle van de republiek Slovenië in Washington. Niet alleen praatte hij met Eagleburger maar hij bezocht ook internationale financiële instellingen als de Wereldbank en het IMF voor eventuele financiële hulp. Vorige week vrijdag zat de minister van buitenlandse zaken van de republiek Macedonië, Denko Maleski, bij Eagleburger. Hij sprak ook met Amerikaanse zakenlieden.

President Bush is minder categorisch geworden in zijn wens tot behoud van de status quo in Joegoslavië. Hoewel Slovenië nog niet door Washington is erkend, wordt de onafhankelijkheid van die republiek praktisch als een fait accompli gezien. Aanvankelijk wilde president Bush de eenheid van Joegoslavië koste wat het kost bewaren, later schreef hij aan de Joegoslavische president Stipe Mesic dat hij geen geweld moest gebruiken om de afscheidingsbewegingen in Kroatië en Slovenië te onderdrukken: een duidelijke accentverschuiving. In Amerikaanse ogen draagt de Servische president Milosevic zware verantwoordelijkheid voor het ontstane bloedige conflict.