Vermeend: Belastingdruk hoge inkomens 28 tot 36%; Rijken betalen fiscus weinig

GRONINGEN, 10 SEPT. Door het gebruik van aftrekposten betalen de hogere inkomens “aanzienlijk minder belasting dan het toptarief van 60 procent doet vermoeden”. De gemiddelde belastingdruk voor belastingbetalers met een brutoloon van 100 tot 200 duizend gulden ligt veel lager dan het marginale tarief van 60 procent, namelijk tussen de 28 en 36 procent.

Dat zei vanmiddag het PvdA-fractielid prof. dr W. Vermeend bij de aanvaarding van zijn ambt in deeltijd als hoogleraar belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vermeend heeft voor zijn berekeningen van de echte belastingdruk gebruikt gemaakt van het computermodel "Oort-tax '90' van het ministerie van financiën. “Met deze onderzoekgegevens is de mythe doorbroken dat de belastingdruk nergens zo hoog is als in Nederland”, zei Vermeend in een toelichting op zijn oratie.

In Nederland betaalt 3,5 procent van de belastingplichtigen het toptarief van 60 procent, dat is verschuldigd voorzover het belastbaar inkomen boven de 84.245 gulden uitkomt; 19 procent betaalt het belastingtarief van 50 procent, dat is verschuldigd voorzover het belastbaar inkomen tussen de 42.122 en 84.245 gulden ligt. De overgrote meerderheid valt in de laagste inkomensschijf (tot een belastbaar inkomen van 42.122 gulden) en betaalt het overeenkomstige lage tarief van 35,1 procent. Door het gebruik van allerlei fiscale aftrekposten is de feitelijke belastingdruk lager dan de "nominale belastingdruk. Vooral de hogere inkomens maken gebruik van aftrekposten.

Om het “collectieve misverstand over de hoge belastingdruk uit de wereld te helpen” stelt Vermeend voor dat de Belastingdienst op de achterkant van het belastingbiljet welk gemiddeld belastingpercentage over het inkomen is geheven. “Klantvriendelijk vormgegeven zou dat met ingang van 1992 bijvoorbeeld als volgt kunnen: deze belastingaanslag leidt er toe dat u over 1992 per honderd gulden gemiddel 17 gulden aan belasting in de schatkist stort”. Onderzoek wijst volgens Vermeend uit dat een meerderheid van de belastingbetalers de eigen belastingdruk (veel) te hoog schat.

Het misverstand over de hoge lastendruk heeft vooral te maken met de zware lastendruk van de sociale premies. Uit berekeningen van Vermeend blijkt dat de lage en midden inkomens “het zwaarst gebukt” gaan onder de premiedruk.

Voor werknemers met een bruto jaarloon van 25 duizend en 60 duizend gulden varieert de premiedruk tussen de 16 en 23 procent van het loon. Voor inkomens boven de 60 duizend gulden ligt de premiedruk aanzienlijk lager, namelijk tussen de 8 à 22 procent.

Volgends Vermeend is er in de periode 1960-1990 bij het heffen van belasting en sociale premies geleidelijk aan minder rekening gehouden met de draagkracht van de verschillende inkomensgroepen. “Premies en belastingen zijn zwaarder gaan rusten op lage en middeninkomens.”

Het belasting- en premiestelstel moet volgens de PvdA'er zodanig worden gewijzigd dat er een lastenverlichting optreedt voor de inkomensgroepen tot circa 60 duizend gulden.

In het kader van de versterking van het milieubeleuid stelt Vermeend voor om nieuwe belastingen in te voeren op milieuvervuiling. De opbrengst van deze belastingen - door Vermeend geschat op ongeveer 5 à 6 miljard gulden - moeten aaan de burgers worden teruggegeven in de vorm van lagere loon- en inkomstenbelasting en lagere sociale premies. Langs deze weg wordt niet alleen een effectiever milieubeleid gerealiseerd, maar tevens een lastenverlichting op de lonen, aldus Vermeend.