Twee dijkhuisjes als vreemde eenden

KINDERDIJK, 10 SEPT. In de bocht van de dijk is het zaak goed op te letten, anders is het huis zo voorbij en onthoudt het oog weinig meer dan een vluchtige veeg primaire kleuren. De Stijl-kleuren. Hier in het achterland van Rotterdam staat een bescheiden monument: een woonhuis uit 1923, het enige project van Cor van Eesteren - architect en later beroemde stedebouwkundige - en De Stijl-voorman Theo van Doesburg dat daadwerkelijk gebouwd is. Een manifest van de avant-garde, maar ook gewoon een dijkhuisje.

Van Eesteren kreeg de opdracht van een dorpsgenote, de weduwe Van Zessen. Uit de archieven valt niet op te maken of ze op de hoogte was van zijn ideeën, evenmin - helaas! - wat ze van het resultaat vond. Van Doesburg was in ieder geval verrukt toen het huis in 1924 in het Franse tijdschrift L'Architecture Vivante werd gepubliceerd. “Het huisje wordt nog wereldberoemd!!!” schreef hij aan zijn compagnon. Maar hij vergiste zich: in boeken over de moderne Nederlandse architectuur komt het nauwelijks voor. De bekendheid werd er zeker niet groter op toen een van de bewoners de De Stijl-kleuren onder een laag donkerbruine verf liet verdwijnen.

Maar nu is het huis aan de West Kinderdijk 89 teruggebracht in de oorspronkelijke staat, tot en met de kleurstelling die Van Doesburg destijds dwingend voorschreef. Dit najaar wordt het huis - met meubels uit het nalatenschap van Van Eesteren zelf - als museum ingericht. Niet voor Van Eesteren of Van Doesburg of De Stijl, daarvoor zijn de problemen met beveiliging te groot, maar voor de plaatselijke scheepvaarthistorie. Verzamelaar Arie Lels zal er zijn omvangrijke collectie boeken, schilderijen en modellen tonen.

Vanuit "de Dijk', zoals het in de familie heette, keek de jonge Van Eesteren ook graag naar de schepen die op de Noord voorbij kwamen. Later mocht hij graag uitwijden over dit machtige uitzicht dat, zo vond hij zelf, zijn karakter mede had geschapen. “Ook mijn roots liggen daar,” zegt Balten van Eesteren, neef van Cor en secretaris van de Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizen (EFL) Stichting, die de nalatenschap van zijn oom beheert. “Ik rij er graag af en toe heen. Twee jaar geleden zag ik ineens dat het huis van mijn oom te koop stond! Ik heb meteen aan het stichtingsbestuur toestemming gevraagd het te kopen.”

De EFL-stichting (genoemd naar Van Eesteren, zijn echtgenote en zijn medewerker bij het Amsterdams Uitbreidingsplan) beheert Van Eesterens nalatenschap van 2,5 miljoen. Volgens Balten van Eesteren was het huis in Kinderdijk al aangekocht toen werd het opzienbarende besluit werd genomen een Mondriaan uit het bezit van Van Eesteren in Londen te veilen. Uit de opbrengst kreeg de stichting tien miljoen gulden; met de rente kan de stichting projecten initiëren en steunen op het gebied van de stedebouw, bijvoorbeeld een boek dat dit jaar verschijnt over Van Eesteren en de IJsselmeerpolders.

Voor de restauratie werd Bertus Mulder aangezocht, die ook het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht in de oorspronkelijke staat terugbracht. “Het Van Zessen-huis was verschrikkelijk toegetakeld,” vertelt Mulder. “Sinds de bouw in 1923 heeft het zes verschillende eigenaren gehad. De een heeft alles bruine geverfd, de ander heeft van alles doorgebroken en verplaatst. Eén bewoner had zelfs een bouwvergunning gekregen voor een balkon, maar gelukkig ging dat niet door. Wel is er in 1953 een overstekende daklijst opgezet nadat het platte dak was gaan lekken.”

Niet alleen de plattegrond moest worden hersteld, ook moest Mulder de oorspronkelijke kleuren achterhalen. “Gelukkig is de tekening bewaard gebleven die Van Doesburg opstuurde vanuit Parijs, waar hij een tentoonstelling over De Stijl voorbereidde, met een precieze beschrijving van de kleuren. De linnen stalen waren verkleurd, maar door zijn beschrijving te vergelijken met oude verfsporen in het huis kon ik goed achterhalen wat de bedoeling was.”

Op die tekening blijkt hoe uitermate precies Van Doesburg de kleuren voor zich zag: "Luifel: zwart, gitzwart, bijv. geteerd. Raam en kozijnhout: in de kleuren zooals aangegeven. Altijd het kozijnhout en het raamhout dezelfde kleur. Dus of alles blauw of alles wit. Stopverf niet afzetten met andere kleur. (-) Nauwkeurig de teekening aanhouden'. Hij heeft ook in 1923 een "kleurconstructie' getekend, waarvan nu slechts een foto bekend is. Daarin is het huis een abstracte geometrische compositie van twee in elkaar geschoven kubussen, waarin kleurvlakken en een strakke diagonale baan zweven.

Het vereist veel fantasie om dat verheven concept terug te vinden in de banale werkelijkheid aan de dijk, van beschilderde deuren, een felgele trap en een schijnbaar functieloze zwarte rechthoek aan het plafond. Aan de hand van zijn "kleurenconstructie' zou Van Doesburg zich jaren na de bouw van het Van Zessen-huis, en na de breuk met Van Eesteren in 1926, het geestelijke auteurschap van het project toeëigenen.

Naast het Van Zessen-huis heeft Mulder een minstens even intrigerend "huis' neergezet. “Het huis dat hier vroeger stond was door het Hoog Heemraadschap gesloopt,” zegt hij. “Wij wilden er weer iets bouwen om de dijkwand weer compleet te maken, zoals het was toen Van Eesteren en Van Doesburg hun ontwerp maakten, maar voor een huis aan de dijk kregen we geen bouwvergunning. Toen kreeg ik het idee om op die wand dan maar op een abstracte manier te herstellen door de illusie van een huis te wekken.”

Het kostte enige moeite om een dergelijke constructie in de ambtelijke mal te laten passen, maar toen de EFL-stichting bereid bleek de grond te kopen kreeg Mulder toestemming zijn "illusie' op te richten. Met stalen balken heeft hij de contouren getekend van het huis dat er vroeger stond. Hoewel het een model op ware grootte is, lijkt het ijle gedaante een stuk speelgoed dat je moeiteloos zou kunnen optillen en aan je sleutelbos hangen of als bedeltje aan je armband. Mulder staat met de rug naar de rivier en wijst naar het zonderlinge duo aan de dijk. “Vreemde eenden,” zegt hij, “maar wel in één bijt.”

Deze projecten hebben de EFL-stichting in totaal zeven ton gekost, zegt Balten van Eesteren. Met Kinderdijk is hij nu klaar, zegt hij. Maar er is nog één jeugdwerk van zijn oom dat hem blijft intrigeren. “In Nunspeet heeft hij in 1926 een woonhuis gebouwd, dat inmiddels is afgebroken. Zou het niet aardig zijn om dat opnieuw op te bouwen?”