"Strijd tegen groeimiddel moeilijk'

ROTTERDAM, 10 SEPT. “Wij treffen bij onze bewakingsonderzoeken herhaaldelijk sporen aan van verboden groeibevorderaars als het antihoestmiddel clenbuterol of hormonen, zij het op laag niveau. Het gebruik van de middelen loopt niet terug; alleen komt voor het ene een ander in de plaats, want het zijn handige jongens, die ons altijd een stapje voor proberen te blijven.”

Dat zegt R. Stephany, hoofd van het laboratorium analytisch residu-onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven naar aanleiding van de ontdekking, eind vorige week, van een keten van bereiders, distributeurs en gebruikers van stoffen als clenbuterol en groeihormomen.

Naar gisteren bekend werd, is vorige week in Utrecht een laboratorium ontdekt waar waarschijnlijk op grote schaal groeihormomen als oestradiolbenzoaat, testosteron en medroxyprogestron of combinaties van deze hormonale stoffen werden gemaakt. Het fabriekje was ondergebracht in een van een transportonderneming gehuurde ruimte. Er werden onder meer grondstoffen gevonden en een mengketel met een inhoud van 130 liter. Verondersteld wordt dat het farmaceutische bedrijf Dopharma in Raamsdonkveer de grondstoffen heeft geleverd. De directeur van Dopharma is gearresteerd. Tegen 57 mensen is een gerechtelijk vooronderzoek begonnen. Het is voor zover bekend voor het eerst dat in Nederland een laboratorium met een dergelijke omvang is ontdekt. De Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst FIOD en de rijkspolitie in Zwolle en Breda schakelden 300 mensen in om de zaak op te rollen.

Er zijn aanwijzingen dat personeel van Dopharma in het fabriekje in Utrecht betrokken was bij het maken van groeihormonen. Bij Dopharma zelf werd 4,5 kilo zuivere clenbuterol gevonden met een geschatte inkoopwaarde van 50.000 gulden per kilo. Clenburerol is een anti-hoestmiddel, dat bij verrassing ook groeibevorderend bleek te werken. Deskundigen schatten dat door het toedienen ervan de winst per kalf 75 tot 100 gulden bedraagt. Het gebruik ervan als groeibevorderaar is sinds 1988 in de EG verboden. Bij ten minste zeven veeartsen en zeker tien veebedrijven zijn stoffen aangetroffen waarvan wordt vermoed dat ze als verboden groeibevorderaars aan het veevoer of aan het drinkwater werden toegevoegd.

Het onderzoek strekt zich ook uit over Zwitserland, België en Italië. Vermoedelijk heeft Dopharma de grondstoffen ingevoerd uit Zwitserland. Ze kwamen Nederland binnen onder een valse naam en werden onder die naam in de administratie opgevoerd. Het met de handel verdiende geld - het zou om vele miljoenen guldens gaan - zou op Zwitserse banken zijn gestort.

Volgens Stephany van het RIVM is het maken en gebruiken van bij de wet verboden stoffen moeilijk uit te roeien. “Daar waar veel geld te verdienen is en de pakkans klein is, blijft men rommelen.” Het RIVM onderzoekt permanent de urine en lever van dieren als extra controle na de vleeskeuring in de slachthuizen. Volgens Stepahny worden bij deze steekproeven slechts in een paar procent van de gevallen verboden middelen aangetroffen. “Maar iedere keer weer leidt het tot onrust onder de consumenten en wordt er een smet geworpen op de branche, die in het algemeen goed vlees produceert.” Stephany meent dat het om “een kleine hardleerse groep notoire knoeiers” gaat.

Volgens algemeen secretaris Tj. Jorna van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde is de mogelijke betrokkenheid van dierenartsen bij de affaire "een gevoelige knauw' voor het imago van de beroepsgroep, “hoewel het vermoedelijk maar gaat om zeven artsen en dat is op een totaal aantal van vierduizend betrekkelijk weinig”. Volgens Jorna staat zijn maatschappij sinds 1988, toen de eerste berichten naar buiten kwamen dat met name clenbuterol werd gebruikt als groeibevorderaar, een totaal verbod van het gebruik van anti-hoestmiddelen, behalve bij paarden, voor. “Anti-hoestmiddelen bij kalveren zijn niet nodig; daar kan men gebruik maken van antibiotica of ziekten voorkomen door preventieve inentingen. Maar dit jaar nog”, aldus Jorna, “werd door het aan de overheid gelieerde bureau registratie diergeneesmiddelen het antihoestmiddel ventipulmin, dat in dezelfde groep als clenbuterol thuishoort, als middel toegelaten. Daar zijn we bijzonder ongelukkig mee.” Omdat anti-hoestmiddelen behalve bij paarden ook bij kalveren tot de veertiende levensweek zijn toegestaan, staan, zegt Jorna, “die dingen op de plank bij de dierenartsen en dan is het gevaar aanwezig dat ze als groeibevorderaars worden voorgeschreven en gebruikt”.

“Dat dit soort zwarte activiteiten wordt uitgeroeid, juichen wij alleen maar toe”, zegt secretaris J. den Hartog van de sinds eind augustus in actie gekomen stichting kwaliteitsgarantie vleeskalverensector. De stichting, een initiatief van de branche zelf, laat TNO urinemonsters onderzoeken bij kalvermesterijen en vleesmonsters bij groepen kalveren, die in het slachthuis worden aangeboden. “Tot nog toe is er bij die onderzoeken niks verdachts aangetroffen”, aldus Den Hartog.

“We beraden ons op acties om te voorkomen dat het publiek nu de indruk krijgt dat fabrikanten van diergeneesmiddelen schobbejakken zijn, die het er alleen maar om te doen is geld te verdienen”, zegt voorzitter S. Sietsma van de Vereniging van fabrikanten en importeurs van diergeneesmiddelen in Nederland (Fidin). “Want het is heel vervelend dat een eenling de goede naam van 24 bonafide firma's te grabbel kan gooien.” Al in 1986 weigerde de Fidin om Dopharma toe te laten tot de vereniging. “Het bedrijf wilde zich niet onderwerpen aan onze criteria en het was een volkomen ondoorzichtige zaak, waarvan de nu aan het licht getreden affaire een schoolvoorbeeld is”, aldus Sietsma.