Steeds meer Branko's en Ninoslavs in Weense klassen; Gastarbeiders brengen hun kinderen in veiligheid

WENEN, 10 SEPT. In sommige schoolklassen in Wenen heet geen kind meer Alois of Nannerl. De banken zitten vol met Milans, Ninoslavs en Branko's. Sinds het begin van dit schooljaar is er een stormvloed van drieduizend buitenlandse kinderen, voor negentig procent uit door burgeroorlog geteisterde deelstaten van Joegoslavië, over Wenens scholen gespoeld met als resultaat dat er openbare scholen zijn met zeventig procent kinderen uit het buitenland. In sommige klassen zit geen enkel in Oostenrijk geboren kind meer.

Dit geeft problemen. In de eerste plaats omdat de grotendeels Kroatische en Sloveense kinderen geen woord Duits spreken. Het Weense schoolsysteem probeert dat op te vangen door hun vijf uur per week extra les in Duits te geven, door onderwijs in kleine groepen, door het inschakelen van speciale begeleiders. Maar de klassen dreigen overal hun maximaal toegestane omvang van dertig te bereiken en daarmee wordt extra aandacht voor de probleemgevallen veel moeilijker. Ongelukkig, omdat de scholen, die vorig jaar ook al 28,4 procent leerlingen uit het buitenland hadden, juist zeer goede resultaten hadden met verkleinde klassen en speciale bijles.

De komst van bijna drieduizend scholieren uit het Joegoslavische oorlogsgebied, hierheen gehaald door gastarbeiders die het leven voor hun kinderen thuis te gevaarlijk begonnen te vinden, veroorzaakt nog een aantal specifieke moeilijkheden. De kinderen zijn nerveus en verslagen, wonen vaak met hun hele familie in één kamer zonder licht en water (soms zelfs in het park) en horen thuis vele desoriënterende verhalen. Zo moest een Joegoslavisch jongetje vorige week naar huis worden gebracht omdat hij doodsbang was voor de Turken in zijn klas. Ook zijn er natuurlijk Oostenrijkse kinderen die laten merken niet gediend te zijn van de opmars der zuiderburen naar hun scholen.

Opeens krijgt men er last van dat de politiek van de stad Wenen om buitenlanders gelijkelijk over de stad te verdelen om gettovorming tegen te gaan, is mislukt. Door de enorme stijging van de huren de laatste jaren en de gemeentepolitiek geen buitenlanders toe te laten tot de meeste gemeentewoningen, zijn er in de wijken langs de rondweg, de Gürtel, concentraties van buitenlandse arbeiders ontstaan, die de relatief lage huren in de daar gelegen verwaarloosde negentiende-eeuwse arbeidersbuurten nog net kunnen opbrengen. Daar vindt men nu de schoolklassen met tachtig, negentig of soms honderd procent scholieren van elders.

Natuurlijk hebben Oostenrijks politieke partijen al standpunten ingenomen in de scholendiscussie. De Groenen, de socialisten en de Volkspartij ook min of meer hebben al laten weten dat integratie van de buitenlandse scholieren hun prioriteit heeft en dat er daarom alles aan gedaan moet worden de kinderen zo snel mogelijk Duits te leren. Zij zijn tegen apart onderwijs en het denkbeeld dat de leerlingen zoveel mogelijk in hun eigen cultuur moeten worden gelaten, wordt door hen als “gettoïsierung” afgedaan. De rechtse liberale partij daarentegen wil Kroatische en Sloveense scholen inrichten met zo mogelijk Kroatische en Sloveense leerkrachten.

De toevloed van buitenlandse kinderen in Wenen heeft nog niet geleid tot opgewonden uitspraken dat het nu maar eens uit moet zijn met al die vreemdelingen in het land. Zelfs een krant als de Kronenzeitung houdt zich koest. Misschien is dit te verklaren door het feit dat zojuist cijfers gepubliceerd zijn over de influx van buitenlanders in Oostenrijk. In tien jaar blijken het er 233.000 geweest te zijn. Geen dramatisch aantal voor een land met 7,8 miljoen inwoners. Bovendien loopt de werkloosheid onder gastarbeiders terug. Het lijkt erop dat de werkkrachten uit het buitenland in een behoefte voorzien, waaraan Oostenrijk zelf met zijn lage geboortecijfer niet tegemoet kan komen.

De problemen op de Weense scholen vallen overigens merkwaardig samen met een crisis in de onderwijssector, die de leraren voor bijzondere activiteiten op de scholen in het hele land al tot een staking hebben gebracht om hun salariseisen kracht bij te zetten. Verder sloeg een maatregel van de minister van financiën om tien procent van de loonkosten van leerkrachten op openbare scholen aan de deelstaten toe te schuiven vorige week in als een bom in de politieke vijver.

De liberalen hebben al een motie van wantrouwen tegen de ministers van financiën en onderwijs aangekondigd en ook binnen de coalitiepartijen rommelt het van de kritiek. De regering in Wenen mag proberen de nationale onderwijsbegroting te korten, maar veel kans dat dit lukt is er niet nu juist de gevolgen van de burgeroorlog in Joegoslavië in Oostenrijk merkbaar beginnen te worden.