Stakingsrecht

Vakbonden kondigen "acties' aan. Merkwaardig woordgebruik. Het woord "actie' duidt op bedrijvigheid. In casu pleegt er "staken staken', dus het tegendeel, onder te worden verstaan.

Nu wordt er met "acties' op Prinsjesdag gedreigd. Wat is de zin van die dreigementen? Om regering en parlement onder druk te zetten. Dit levert een ongeoorloofd gebruik van staking op. Het "stakingsrecht' heeft erkenning gevonden om, indien alle andere middelen zijn uitgeput, verbetering van lonen en andere arbeidsvoorwaarden af te dwingen. Dus om de werkgevers onder druk te zetten. Niet om het landsbestuur te chanteren.

De vakbonden hebben een gering draagvlak. Nooit meer dan ten hoogste een derde deel der werknemers pleegt lid te zijn. Desondanks hebben zij het monopolie bij het georganiseerd overleg tussen organisaties van werkgevers en werknemers over lonen en arbeidsvoorwaarden. Die bevoorrechte positie hebben zij in 1945 verkregen. Voor, tijdens en na de bevrijding leefde algemeen de vrees voor een communistische machtsgreep. Algemene verkiezingen zijn daarom een jaar uitgesteld. Daarnaast werd het georganiseerd overleg op poten gezet.

De toen snel opkomende communistische Eenheids Vak Centrale (EVC) moest buiten spel worden gezet. Tot het georganiseerde overleg werden alleen die organisaties van werkgevers en werknemers toegelaten die "bona fide' waren, dat wil zeggen "representatief' en "bereid en in staat verantwoordelijkheid' te dragen. Representatief zijn de aldus "erkende' vakbonden, gelet op hun beperkte ledentallen, nooit geweest.

Vakbonden die oproepen tot illegale "acties' zoals blokkades, bezettingen en dergelijke, en nu ook reeds om het landsbestuur onder druk te zetten, kunnen niet meer als bona fide worden beschouwd.